Direct naar de inhoud
Onderzoek en cijfers

Dagwaarde, nieuwwaarde of aanschafwaarde: wat uw auto werkelijk oplevert bij total loss of diefstal

Een auto die total loss raakt of gestolen wordt, verdwijnt in één keer uit uw leven — en wat u ervoor terugkrijgt, staat al jaren eerder vast in uw polisvoorwaarden. Dit onderzoek legt naast elkaar wat dagwaarde, nieuwwaarde en aanschafwaarde in Nederlandse polissen werkelijk betekenen, hoe lang de gunstige regelingen gelden, wie de waarde vaststelt en waar de rekening in de praktijk tegenvalt.

In het kort

De uitkering na total loss of diefstal is geen schatting achteraf, maar de uitkomst van een rekenregel die vooraf in uw polisvoorwaarden staat. Die regel kent drie hoofdvormen: de dagwaarde (wat een vergelijkbare auto op het moment van de schade waard is), de nieuwwaarde (de actuele prijs van dezelfde auto nieuw) en de aanschafwaarde (het bedrag dat u er zelf voor betaalde). Welke van de drie u krijgt, hangt af van de leeftijd van de auto, de duur van de regeling op uw polis en een reeks voorwaarden die per verzekeraar verschillen.

Die voorwaarden zijn strenger dan veel mensen denken. In de voorwaarden die wij hebben gelezen komen terug: u moet de eerste eigenaar zijn, de auto mag niet geïmporteerd zijn, hij mag geen leaseauto zijn, u moet de aankoop kunnen aantonen met een originele nota van een merkdealer, een BOVAG-bedrijf of een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven autobedrijf, en er geldt een bovengrens aan de verzekerde waarde. Die grens loopt in de door ons gelezen voorwaarden uiteen van € 60.000 tot € 130.000.

Tussen de volledige nieuwwaarde en de kale dagwaarde zit bij veel verzekeraars een afschrijvingsregeling: een vaste tabel waarmee per maand een percentage van de nieuwwaarde wordt afgetrokken. Wij vonden bij Bovemij 2 procent per maand in het tweede jaar, 1¼ procent in het derde en 1 procent in het vierde; bij ZLM 1 procent per maand vanaf de vijfentwintigste maand; bij OHRA 1,5 procent per maand vanaf de dertiende maand. Die percentages zijn niet uitwisselbaar en bepalen samen met de looptijd het verschil tussen twee polissen die er op het eerste gezicht hetzelfde uitzien.

Of een auto total loss is, wordt vastgesteld door een expert aan de hand van een herstelkostencalculatie. Daarnaast geldt sinds 2001 Bedrijfsregeling 16 van het Verbond van Verzekeraars, die voorschrijft wanneer een voertuig verplicht gedemonteerd moet worden en die eist dat u de eigendom, de sleutels en alle delen van het kentekenbewijs overdraagt voordat er wordt uitbetaald. Dat is geen administratieve pesterij: de regeling bestaat om te voorkomen dat de identiteit van een total loss verklaarde auto op een gestolen exemplaar wordt geplakt.

De meeste teleurstellingen ontstaan niet bij de hoofdsom maar bij de randen: het eigen risico, de restwaarde die van de uitkering af gaat, accessoires die boven een maximumbedrag vallen, btw die voor ondernemers niet wordt vergoed, bpm die na total loss níet terugkomt, en een financiering of leasecontract dat gewoon doorloopt. Wie een auto koopt met een lange looptijd op de lening en een korte looptijd op de waarderegeling, neemt daarmee een restschuldrisico dat zelden expliciet wordt benoemd.

Waarom de uitkering zelden gelijk is aan wat de auto u kostte

Bij een gewone schade is de vraag eenvoudig: wat kost het om de auto te herstellen? Zodra herstel niet meer loont of niet meer kan, verandert de vraag van karakter. Dan gaat het niet meer om een rekening van een schadeherstelbedrijf, maar om een waarde die iemand moet vaststellen. En waarde is een keuze: de waarde van dezelfde auto nieuw, de waarde die u er ooit voor betaalde, of de waarde die een vergelijkbaar exemplaar vandaag op de markt heeft. Die drie bedragen liggen bij een auto van drie jaar oud vaak duizenden euro’s uit elkaar.

Welke van de drie u krijgt, is geen kwestie van onderhandelen achteraf. Het staat in uw polisvoorwaarden, en het is bij het afsluiten van de verzekering al bepaald. Verzekeraars noemen die rekenregels de nieuwwaarderegeling, de aanschafwaarderegeling en — als geen van beide geldt — de dagwaarde- of vervangingswaarderegeling. Op uw polisblad staat welke er voor u van toepassing is en voor hoe lang.

Dit onderzoek loopt die regels na aan de hand van polisvoorwaarden die wij zelf hebben gelezen: van FBTO, Centraal Beheer, Univé, ZLM, ANWB, Bovemij en OHRA. Daarnaast gebruiken wij de brancheregeling die bepaalt hoe total loss verklaarde voertuigen mogen worden afgewikkeld, de informatie van Stichting VbV over diefstalmeldingen, de eisen die het NIVRE aan schade-experts stelt en de regels van de Belastingdienst over bpm.

De hoogte van uw uitkering wordt niet bepaald op de dag van de schade, maar op de dag dat u de polis tekende.

Vier waardebegrippen die niet hetzelfde betekenen

Voordat u twee polissen kunt vergelijken, moet u weten wat de woorden betekenen. Ze lijken op elkaar en worden in reclame door elkaar gebruikt, maar in de voorwaarden zijn het scherp omschreven begrippen.

Nieuwwaarde

De nieuwwaarde is de prijs van een nieuwe auto van hetzelfde merk, model, type en dezelfde uitvoering, volgens de laatst bekende prijslijst van de fabrikant of importeur. Het gaat dus niet om wat u destijds betaalde, maar om wat dezelfde auto vandaag nieuw kost. FBTO en Centraal Beheer rekenen daar de kosten van rijklaar maken, tenaamstelling, leges en nog geldende garanties bij, en vermelden er uitdrukkelijk bij: „Gegeven kortingen vergoeden wij niet.” Is de auto niet meer leverbaar, dan gaan zij uit van de laatst bekende waarde; ZLM past die laatst bekende catalogusprijs bovendien aan met de consumentenprijsindex van het CBS.

Aanschafwaarde

De aanschafwaarde is het bedrag dat u werkelijk voor de auto heeft betaald. Bij FBTO en Centraal Beheer horen daar het inruilbedrag voor uw oude auto en dezelfde bijkomende kosten bij; ook hier worden verleende kortingen niet vergoed. De ANWB omschrijft de aanschafwaarde juist als de verkoopprijs „na aftrek van verleende kortingen”, zoals vermeld op de originele nota van een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven autobedrijf. Dat verschil is klein in woorden en groot in euro’s.

Dagwaarde

De dagwaarde is de waarde van een vergelijkbare auto van hetzelfde merk, model, type en dezelfde uitvoering, direct vóór de schade. Verzekeraars houden daarbij rekening met bouwjaar, kilometerstand, onderhoudsstaat, slijtage en bestaande beschadigingen. In de voorwaarden van FBTO en Centraal Beheer staat er onomwonden bij: „De dagwaarde wordt vastgesteld door onze expert.”

Vervangingswaarde

Een aantal verzekeraars gebruikt het woord dagwaarde nauwelijks en spreekt van vervangingswaarde: het bedrag dat u nodig heeft om de auto te vervangen door een vergelijkbaar exemplaar. Bij de ANWB is dat expliciet „de vervangingswaarde op het moment van schade volgens de ANWB Koerslijst”. OHRA vergoedt onder de dagwaarderegeling de vervangingswaarde volgens de ANWB-koerslijst plus tien procent, en de dagwaarde als de auto niet in die lijst staat. Univé kent naast de nieuwwaarde- en de aanschafwaarderegeling een aparte vervangingswaarderegeling.

BegripWaar het naar kijktPeilmomentWie stelt het vast
NieuwwaardePrijslijst van fabrikant of importeur voor dezelfde auto nieuwMoment van de schadeVerzekeraar aan de hand van de prijslijst
AanschafwaardeHet bedrag op uw originele aankoopnotaMoment van aankoopU, met bewijsstukken
DagwaardeVergelijkbare auto met dezelfde leeftijd, staat en kilometerstandDirect vóór de schadeDe expert van de verzekeraar
VervangingswaardeBedrag dat nodig is om de auto te vervangen, vaak via een koerslijstMoment van de schadeDe expert, doorgaans op basis van een koerslijst
Bron: Voorwaarden Autoverzekering FBTO en Centraal Beheer (december 2025), Voorwaarden Univé Autoverzekering, Voorwaarden Personenautoverzekering ZLM 2026, Polisvoorwaarden ANWB Autoverzekering en de pagina Waarderegeling van OHRA. Geraadpleegd op 27 juli 2026.

Hoe lang een nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling geldt

De looptijd is de belangrijkste variabele, en juist daarin verschillen verzekeraars het sterkst. Bij FBTO staat op de polis „of de nieuwwaarderegeling of aanschafwaarderegeling 1, 2 of 3 jaar van toepassing is vanaf het moment dat u de auto heeft”; het is dus een keuze die u zelf maakt. Centraal Beheer verdeelt de regeling in twee blokken: „Hoe regelen wij schade als u de auto 3 jaar of korter heeft?” en „Hoe regelen wij schade als u de auto langer heeft dan 3 jaar?”.

Univé hanteert een standaardnieuwwaarderegeling voor auto’s die op het moment van de schade nog geen twaalf maanden oud zijn, met de mogelijkheid te kiezen voor een uitgebreide variant die drie jaar geldt. Dezelfde tweedeling geldt daar voor de aanschafwaarderegeling: standaard één jaar, uitgebreid drie jaar. ZLM koppelt beide regelingen aan een schade „binnen 36 maanden na aanschaf”. De ANWB vergoedt de nieuwwaarde als de auto jonger is dan twaalf maanden, de aanschafwaarde in het eerste jaar na aankoop, en in het tweede en derde jaar alleen als op het polisblad „3 jaar aanschafwaardegarantie” staat. Bovemij vergoedt de nieuwwaarde tot twaalf maanden en daarna, tot achtenveertig maanden, de nieuwwaarde met een aftrek voor ouderdom.

VerzekeraarNieuwwaarderegelingAanschafwaarderegelingBovengrens waardeDaarna
FBTO (Plus/Casco)1, 2 of 3 jaar, keuze op de polis1, 2 of 3 jaar, keuze op de polisBoven € 130.000 een aparte regelingDagwaarde
Centraal BeheerAuto 3 jaar of korter in bezitAuto 3 jaar of korter in bezitBoven € 130.000 een aparte regelingDagwaarde
Univé12 maanden standaard, 3 jaar uitgebreid1 jaar standaard, 3 jaar uitgebreidVerzekerd bedrag maximaal € 85.000 incl. btwVervangingswaarde
ZLM36 maanden, met afschrijving vanaf maand 2536 maanden, met afschrijving vanaf maand 25Nieuwwaarde op de polis maximaal € 100.000 incl. btwDagwaarde
ANWBAuto jonger dan 12 maanden1 jaar, of 3 jaar met aanschafwaardegarantieNooit meer dan de cataloguswaarde op het polisbladVervangingswaarde volgens ANWB Koerslijst
Bovemij12 maanden, daarna tot 48 maanden met waarde-aftrekNiet als aparte regeling in deze voorwaardenCatalogusprijs maximaal € 60.000 excl. btw, incl. bpmDagwaarde
OHRATot 3 jaar oud, met afschrijving vanaf maand 133 jaar na aankoop, auto 12–60 maanden oud bij aankoopNiet vermeld op de geraadpleegde paginaVervangingswaarde ANWB-koerslijst plus 10%
Bron: Voorwaarden Autoverzekering FBTO (PAV-RV-82-251/83-251, december 2025), Verzekeringsvoorwaarden Autoverzekering Centraal Beheer (december 2025), Voorwaarden Univé Autoverzekering, Voorwaarden Personenautoverzekering ZLM 1 januari 2026 t/m 31 december 2026, Polisvoorwaarden ANWB Autoverzekering (regulier), Voorwaarden Bovemij Autoverzekering R11A2501 (1 januari 2025) en de pagina Waarderegeling van OHRA. Geraadpleegd op 27 juli 2026. Deze tabel is een leeshulp, geen vervanging van uw eigen polisvoorwaarden.

Twee dingen vallen op. Ten eerste dat de looptijd bij sommige verzekeraars aan de leeftijd van de auto hangt en bij andere aan de tijd dat ú de auto heeft. Voor een tweedehands auto van een jaar oud maakt dat het verschil tussen twee jaar en drie jaar dekking. Ten tweede dat de bovengrens fors uiteenloopt. Wie een auto van € 90.000 rijdt, valt bij Univé buiten de regeling maar bij Centraal Beheer erbinnen; wie een auto van € 150.000 rijdt, komt bij FBTO en Centraal Beheer in een aparte regeling terecht waarin de dagwaarde plus tien procent wordt vergoed, tot maximaal de nieuw- of aanschafwaarde.

De voorwaarden waarop een regeling stukloopt

De looptijd zegt pas iets als u ook de voorwaarden erbij leest. Vrijwel elke regeling die wij hebben gelezen, bevat een reeks eisen waarvan er één al genoeg is om de regeling te laten vervallen. Ze komen in wisselende combinaties terug.

  • Eerste eigenaar. FBTO en Centraal Beheer vergoeden de nieuwwaarde als „u de eerste eigenaar bent van de auto”, met als alternatief dat de auto bij aanschaf maximaal zes maanden oud was en maximaal 1.000 kilometer had gereden. ZLM en Bovemij hanteren dezelfde eis.
  • Niet geïmporteerd. FBTO, Centraal Beheer en ZLM sluiten geïmporteerde auto’s uit van de nieuwwaarderegeling; ZLM bepaalt bovendien dat bij geïmporteerde auto’s altijd van de aanschafwaarde wordt uitgegaan. OHRA vereist eveneens dat de auto niet is geïmporteerd.
  • Nieuw geleverd in Nederland. Bovemij eist dat de auto „nieuw was op de datum van afgifte van het eerste Nederlands kentekenbewijs” en dat het volgens het kentekenbewijs om een auto met geel kenteken gaat.
  • Gekocht bij een erkend bedrijf. Univé beperkt de aanschafwaarderegeling tot auto’s die tweedehands zijn gekocht bij een merkdealer, een BOVAG-bedrijf of een leasemaatschappij, en voegt toe: kocht u elders, „dan valt deze nooit onder de Aanschafwaarderegeling”. ZLM vraagt een aankoop bij een autodealer of autobedrijf met KvK-inschrijving in Nederland.
  • Bewijs van de aanschafwaarde. FBTO en Centraal Beheer eisen bij een merkdealer of BOVAG-bedrijf de originele nota óf een bankafschrift, bij een ander bedrijf de nota én een bankafschrift, en bij aankoop van een particulier een bankafschrift. Kunt u de aanschafwaarde niet aantonen, dan volgt de dagwaarde.
  • Geen lease en geen zakelijk gebruik. ZLM sluit leaseauto’s uit; Bovemij sluit auto’s uit die worden gebruikt voor verhuur, lease of les- en examenrijden. Centraal Beheer sluit in de particuliere autoverzekering auto’s uit die zakelijk zijn gekocht of gefinancierd of waarvan de gebruikskosten in de boekhouding van een bedrijf voorkomen.
  • Eerdere schade netjes hersteld. ZLM verlangt dat de auto bij een eventuele eerdere schade „is hersteld door een erkend schadeherstelbedrijf”.
  • Eén keer per auto. Univé bepaalt bij beide regelingen dat u „voor deze auto niet eerder een schadevergoeding heeft gekregen op basis van deze regeling”.
  • Kilometergrens. Univé stelt bij de aanschafwaarderegeling dat met de auto nog geen 300.000 kilometer is gereden.

Afschrijvingsregelingen: de tabel achter de uitkering

Tussen „u krijgt de nieuwwaarde” en „u krijgt de dagwaarde” zit bij veel verzekeraars een tussenvorm: de nieuwwaarde verminderd met een vast afschrijvingspercentage per maand. Die tabel bepaalt hoe snel uw dekking uitdooft, en is bij het vergelijken minstens zo belangrijk als de looptijd.

Bovemij werkt met een oplopende reeks: op de nieuwwaarde wordt 2 procent per maand in het tweede jaar afgetrokken, 1¼ procent per maand in het derde jaar en 1 procent per maand in het vierde jaar. In de voorwaarden staat erbij dat een gedeelte van de maand als een volledige maand telt en dat de percentages bij elkaar worden opgeteld — en, belangrijk, dat de uitkering „ook met waarde-aftrek voor ouderdom nooit minder zijn dan de dagwaarde” zal zijn. ZLM houdt het eenvoudiger: de eerste 24 maanden de volle nieuwwaarde of aanschafwaarde, daarna in de vijfentwintigste tot en met zesendertigste maand een afschrijving van 1 procent per (deel van een) maand. OHRA vermeldt op zijn pagina over de waarderegeling dat bij auto’s van één tot drie jaar oud vanaf de dertiende maand elke maand 1,5 procent van de huidige nieuwwaarde in mindering wordt gebracht.

VerzekeraarVanafAfschrijving per maandGrondslagOndergrens
BovemijMaand 132%NieuwwaardeNooit minder dan de dagwaarde
BovemijMaand 251¼%NieuwwaardeNooit minder dan de dagwaarde
BovemijMaand 37 t/m 481%NieuwwaardeNooit minder dan de dagwaarde
ZLMMaand 25 t/m 361%Nieuwwaarde of aanschafwaardeDagwaarde als die hoger is
OHRAMaand 131,5%Huidige nieuwwaardeNiet vermeld op de geraadpleegde pagina
Bron: Voorwaarden Bovemij Autoverzekering R11A2501 (1 januari 2025), artikel 3.c; Voorwaarden Personenautoverzekering ZLM 2026, hoofdstuk cascodekking; OHRA, pagina Aanschaf-, nieuwwaarde- en dagwaarderegeling. Geraadpleegd op 27 juli 2026. Bij verzekeraars die geen afschrijvingstabel hanteren, geldt binnen de looptijd de volle waarde en daarna direct de dagwaarde of vervangingswaarde.

Let ook op iets wat vaak over het hoofd wordt gezien: bijna alle verzekeraars bepalen dat u de dagwaarde krijgt als die hóger is dan de uitkomst van de regeling. FBTO en Centraal Beheer schrijven dat expliciet op, ZLM ook. Bij modellen met een lange levertijd of een sterke tweedehandsmarkt is dat geen theoretisch geval.

Wanneer een auto total loss is

Total loss is geen gevoel maar een rekensom, en er zijn twee soorten. Technisch total loss betekent dat de auto niet meer verantwoord kan of mag worden hersteld. Univé formuleert het als: de auto is „volgens de expert ook na reparatie niet meer veilig”. Economisch total loss betekent dat herstel technisch kan, maar meer kost dan de auto waard is.

De formule voor economisch total loss verschilt per verzekeraar, en dat verschil is niet cosmetisch. ZLM omschrijft het als herstelkosten die hoger zijn dan het verschil tussen de geldende waarde en de restantwaarde. Univé doet hetzelfde, met de nieuwwaarde, de aanschafwaarde of de vervangingswaarde als vertrekpunt, afhankelijk van welke regeling geldt. De ANWB definieert totaalverlies als „de reparatiekosten hoger zijn dan de dagwaarde van de auto verminderd met de opbrengst van de restanten”. FBTO en Centraal Beheer werken met een vaste drempel: zij vergoeden de waarde in plaats van de reparatie als de herstelkosten hoger zijn dan tweederde van de nieuwwaarde, de aanschafwaarde of de dagwaarde. Bovemij vergoedt reparatiekosten „tot maximaal 2/3 van de dagwaarde” en schakelt daarboven over op total loss.

Bedrijfsregeling 16: de brancheregel achter de afwikkeling

Boven de individuele polisvoorwaarden staat een afspraak die alle leden van het Verbond van Verzekeraars binden: Bedrijfsregeling no. 16, „Schadeafwikkeling op basis van totaal verlies”. De regeling geldt sinds 19 december 2001 en is laatstelijk gewijzigd op 16 juni 2021. Het doel is scherp geformuleerd in de toelichting: voorkomen dat „een gestolen auto voorzien [wordt] van de identiteit van een identieke auto, die totaal verloren was verklaard”.

De regeling verplicht leden om in hun cascovoorwaarden op te nemen dat de verzekeraar de restanten mag laten overdragen aan een door hem aan te wijzen partij, en dat de schade „pas [wordt] vergoed nadat de verzekerde de eigendom heeft overgedragen aan de verzekeraar”. Zij bepaalt ook wanneer een voertuig verplicht gedemonteerd moet worden, met vaste percentages.

VoertuigsoortHerstelkosten als % van de vervangingswaarde, voertuig jonger dan 3 jaarIdem, voertuig 3 jaar en ouderOndergrens vervangingswaardeLeeftijdsgrens
Personenauto’s, motorrijwielen, bedrijfsvoertuigen ≤ 3.500 kg100%125%€ 2.00010 jaar
Brom- en snorfietsen100%125%€ 7505 jaar
Bedrijfsvoertuigen > 3.500 kg100%200%€ 10.00010 jaar
Aanhangwagens ≤ 3.500 kgTotal loss bij onherstelbare schade aan het chassis€ 1.00010 jaar
Aanhangwagens > 3.500 kgTotal loss bij onherstelbare schade aan het chassis€ 5.00010 jaar
Caravans en vouwwagens150%200%€ 3.00010 jaar
Bron: Verbond van Verzekeraars, Bedrijfsregeling no. 16 (Regeling bij schadeafwikkeling op basis van totaal verlies), vastgesteld 23 juni 2021, toelichting bij artikel 1. Boven deze percentages wordt het voertuig verplicht gedemonteerd. Vaststelling gebeurt „op basis van herstelkostencalculatie door een expert, gebaseerd op gebruik van nieuwe onderdelen”. Geraadpleegd op 27 juli 2026.

Wordt het voertuig gedemonteerd, dan gaan alle delen van het kentekenbewijs inclusief het overschrijvingsbewijs naar een door Stichting VbV erkend demontagebedrijf. Dat bedrijf meldt het voertuig via ORAD aan bij de RDW, en u ontvangt „bij afgifte direct een formeel vrijwaringsbewijs voor de voertuiggebonden verplichtingen”. Wordt het voertuig niet gedemonteerd, dan loopt de afwikkeling via een door VbV erkende handelaar in schadevoertuigen. Voldoet de schade aan de criteria van VbV, dan wordt aan de RDW een indicatie „keuren” gemeld, waarna de RDW een verbod voor rijden over de weg — vroeger WOK-signaal — in het kentekenregister kan plaatsen. De auto mag dan pas weer de weg op na goedkeuring; volgens de RDW kost een schadekeuring voor personenauto’s en bedrijfsauto’s tot 3.500 kilo € 59,00, plus € 88,00 voor herinschrijving, en wordt het rijverbod na goedkeuring binnen vijf werkdagen uit het register verwijderd.

Verbond van Verzekeraars, Bedrijfsregeling no. 16 — Schadeafwikkeling op basis van totaal verlies (vastgesteld 23 juni 2021, van toepassing op schadegevallen vanaf 1 juli 2021).

Dat deze regeling geen papieren tijger is, blijkt uit de cijfers van Stichting VbV. In 2024 werden 29.388 voertuigen via het door VbV goedgekeurde veilingsysteem verhandeld. Alleen erkende handelaren en demontagebedrijven mogen meebieden; hun erkenning is drie jaar geldig en VbV voert sinds januari 2024 auditbezoeken uit — 80 audits en 4.107 steekproeven in 2024. De universele demontageverklaring bevat bovendien een sanctiebepaling: houdt het demontagebedrijf zich niet aan de verklaring, dan is het € 50.000 verschuldigd aan de verzekeringsmaatschappij.

Wie de waarde vaststelt: de expert, het NIVRE en de contra-expertise

De dagwaarde is geen objectief gegeven dat ergens is af te lezen. Iemand stelt hem vast, en dat is in eerste instantie de expert van de verzekeraar. Dat maakt de vraag wie die expert is en waaraan hij gebonden is, relevant.

De ANWB definieert in zijn begrippenlijst een expert als „een deskundige, die is ingeschreven bij het NIVRE (Nederlands Instituut van Register Experts) of die door ons is geaccepteerd”. Het NIVRE is een stichting met als doel de bevordering en instandhouding van de deskundigheid van schade-experts en kent zes erkende branches, waaronder Motorvoertuigen. Voor inschrijving als register-expert geldt onder meer de NIVRE-basisopleiding, vaktechnische opleidingen per branche, ten minste drie jaar aaneengesloten werkervaring waarin het expertisewerk hoofdzakelijk — 70 procent van de werkbare tijd — is uitgeoefend, een verklaring omtrent het gedrag van niet ouder dan zes maanden, een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, een geldige Audatexpas voor motorvoertuigenexperts en het volgen van het webinar Gedragsregels & Tuchtrecht. Om ingeschreven te blijven moet een NIVRE-expert 20 PE-punten per twee jaar behalen.

Wat u kunt doen als u het niet eens bent

Vrijwel alle door ons gelezen voorwaarden bevatten dezelfde route: u mag een eigen deskundige inschakelen, en voordat beide experts beginnen wijzen zij samen een derde expert aan die een bindende uitspraak doet als zij er niet uitkomen. FBTO en Centraal Beheer omschrijven het zo dat dat derde bedrag „tussen het laagste en hoogste bedrag” ligt. De ANWB noemt die derde een arbiter en bepaalt dat het advies binnen de grenzen van de door de twee experts vastgestelde omvang blijft.

Over de kosten lopen de voorwaarden uiteen, en dat is precies het punt waarop mensen afhaken. ZLM vergoedt de kosten van de contra-expert „in ieder geval tot de kosten van onze eigen expert” en de meerkosten als die redelijk zijn; de kosten van de derde deskundige betaalt ZLM. De ANWB betaalt de kosten van uw expert „mits deze redelijk zijn” en de kosten van de arbiter altijd. Bovemij vergoedt de kosten van uw deskundige volledig als ze niet hoger zijn dan die van hun eigen expert, en laat de derde deskundige zelf bepalen wie de kosten van de bindende uitspraak draagt. De Consumentenbond vat de hoofdregel samen met de opmerking dat het rapport van de derde expert „leidend [is] voor de verzekeraar en voor de consument”.

Diefstal: wachttijd, eigendomsoverdracht en de melding bij VbV

Bij diefstal wordt de auto niet meteen afgeschreven. Vrijwel elke verzekeraar hanteert een wachttijd waarin de auto nog kan opduiken. FBTO en Centraal Beheer betalen als „de auto langer dan 20 dagen weg” is, gerekend vanaf het moment dat u de diefstal meldt. Univé wacht maximaal 30 dagen vanaf de melding en betaalt in die periode € 30 inclusief btw per dag voor vervangend vervoer. ZLM keert de schadevergoeding 30 dagen na aangifte bij de politie uit. De ANWB betaalt de vergoeding „dertig dagen nadat de diefstal of verduistering bij ons gemeld is”. Bovemij hanteert eveneens een wachttermijn van 30 dagen vanaf aangifte én melding.

Komt de auto binnen die termijn terug, dan vergoedt de verzekeraar de schade die tijdens de diefstal is ontstaan. Komt hij later terug, dan is hij inmiddels eigendom van de verzekeraar. Twee verzekeraars geven u dan een terugkooprecht: ZLM bepaalt dat u kunt vragen de auto terug te krijgen en dat ZLM „verplicht [is] aan uw verzoek te voldoen”, waarbij u de schadevergoeding terugbetaalt maar niet de herstelkosten. Bovemij geeft het eigendom terug „als u dat uitdrukkelijk wenst”, tegen terugbetaling van de vergoeding onder aftrek van de herstelkosten van de schade die tijdens de vermissing is ontstaan.

De uitbetaling is bovendien gekoppeld aan een handeling van uw kant. FBTO en Centraal Beheer eisen dat u een akte van eigendomsoverdracht tekent en de sleutels, de accessoires en het kentekenbewijs afgeeft: „De auto is van ons als deze wordt teruggevonden.” De ANWB verplicht u alle delen van het kentekenbewijs inclusief de volledige tenaamstellingscode over te dragen, plus alle sleutels en elektronische middelen waarmee de auto kan worden gestart of geopend, en voegt daar het nuttige advies aan toe dit aangetekend te versturen omdat het verzenden voor uw eigen risico is.

De melding zelf: het Aangifteloket Gestolen Voertuigen

Voor de kans dat de auto terugkomt, telt vooral de snelheid van de melding. Diefstal van een auto, motor, aanhanger of caravan met een eigen kenteken meldt u telefonisch bij het Aangifteloket Gestolen Voertuigen, waar politie en VbV samenwerken. Volgens Stichting VbV zorgt dat loket ervoor dat een gestolen voertuig „binnen een halfuur na aangifte nationaal en internationaal geregistreerd staat”, en zijn de eerste 24 uur na de diefstal cruciaal voor het terugvinden. Het loket is dagelijks bereikbaar tussen 07.00 en 23.00 uur; daarbuiten neemt de politie de melding aan. U heeft het kentekenbewijs, de meldcode en een identiteitsbewijs nodig. In 2024 werd 56 procent van de gestolen personenvoertuigen teruggevonden.

Bovemij verwijst in de polisvoorwaarden rechtstreeks naar dat loket en voegt eraan toe: „Meld de diefstal ook altijd bij ons!” Dat is geen overbodige waarschuwing. In een uitspraak van de Geschillencommissie van Kifid uit 2016 ging het mis omdat de diefstal wel via een dealer, een alarmcentrale en een recherchebureau in beweging kwam, maar de verzekeraar zelf pas dagen later werd geïnformeerd; de commissie oordeelde dat de verzekerde zijn meldingsplicht niet was nagekomen en dat de verzekeraar de schade die zij daardoor leed op de uitkering in mindering mocht brengen.

Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-315, 17 maart 2016 (motorrijtuigenverzekering, diefstal, meldingsplicht).

Voor de volledigheid: waar dit onderzoek gaat over wat u ná een diefstal krijgt, behandelen wij de beveiligingseisen vóór de diefstal — SCM-klassen, alarmsystemen en acceptatievoorwaarden — in een apart onderzoek. Voldoet uw auto niet aan de beveiligingseis die op uw polis staat, dan komt u aan de waarderegeling niet eens toe: FBTO en Centraal Beheer noemen „de auto voldeed aan onze beveiligingseisen” als eerste voorwaarde voordat zij bij diefstal betalen.

Btw en bpm in de uitkering

Twee belastingen zitten in de prijs van een auto, en beide gedragen zich bij een uitkering anders dan mensen verwachten.

Btw

Voor particulieren is btw onderdeel van de waarde. Univé verwoordt de omgekeerde situatie helder: „Bent u ondernemer en kunt u btw verrekenen? Dan verzekeren wij uw auto zonder btw. Wij betalen dan ook de schade aan uw auto zonder btw. Op uw polis staat of uw auto met of zonder btw is verzekerd.” Bovemij, dat vooral zakelijk werkt, draait de standaard om: „Tenzij op uw polisblad iets anders staat vermeld, betalen wij u exclusief btw.” Univé en ZLM drukken hun bovengrenzen uit inclusief btw (€ 85.000 respectievelijk € 100.000); Bovemij drukt de zijne uit exclusief btw maar inclusief bpm (€ 60.000). Wie deze bedragen zonder die toevoeging naast elkaar legt, vergelijkt appels met peren.

Bpm

Bpm zit in de nieuwwaarde van de auto — de ANWB definieert de cataloguswaarde als „de officiële nieuwprijs inclusief btw en bpm” — en daarmee ook in de dagwaarde. Maar bpm terugvragen na total loss is een ander verhaal. De Belastingdienst noemt vijf situaties waarin teruggaaf van bpm mogelijk is: export van een gebruikt motorrijtuig, een nieuw of ongebruikt motorrijtuig, de gehandicaptenregeling, bijzondere motorrijtuigen en de per 1 januari 2020 vervallen taxiregeling. Total loss of sloop staat daar niet als zelfstandige categorie bij.

Sterker nog: bij teruggaaf van bpm bij export van een gebruikt motorrijtuig geldt uitdrukkelijk als voorwaarde „Het is geen schadevoertuig”, naast de eis dat het motorrijtuig op of na 16 oktober 2006 een Nederlands kenteken kreeg, met de status „Export” bij de RDW is geregistreerd en binnen dertien weken duurzaam in een andere EU-lidstaat, IJsland, Liechtenstein of Noorwegen is geregistreerd. De route voor een nieuw of ongebruikt motorrijtuig vraagt onder meer dat u schriftelijk verklaart „dat er geen gebruik is gemaakt van de weg met het motorrijtuig”, dat het motorrijtuig de status „export” of „sloop” in het kentekenregister heeft, en dat u de aanvraag doet binnen dertien weken na het vervallen van de tenaamstelling.

Eigen risico, restanten en de aftrekposten die u niet ziet aankomen

De hoofdsom is één ding; wat er vervolgens vanaf gaat, is een ander. Vier aftrekposten komen in de gelezen voorwaarden stelselmatig terug.

  • Het eigen risico. Dit staat op uw polisblad en gaat van de uitkering af. ZLM hanteert € 135 per gebeurtenis, dat vervalt als een aangesloten reparateur de auto repareert, en € 45 bij ruitvervanging door een aangesloten bedrijf. Bovemij rekent bij ruitvervanging altijd € 70. Bij total loss is het eigen risico niet af te wenden door de reparateurkeuze, want er wordt niet gerepareerd.
  • De restwaarde. Bij economisch total loss is het wrak nog iets waard, en die opbrengst wordt van de uitkering afgetrokken — of, in de constructie van Bedrijfsregeling 16, verrekend doordat de verzekeraar de restanten verkoopt. De ANWB schrijft: „Is er sprake van totaalverlies? Dan wordt de opbrengst van de restanten afgetrokken van de vergoeding.”
  • Niet-herstelde oude schade. FBTO en Centraal Beheer trekken een eerder uitgekeerde maar niet bestede herstelvergoeding volledig van het schadebedrag af, en bij niet-geclaimde beschadigingen 50 procent van de herstelkosten. Univé betaalt minder „als onderdelen al (gedeeltelijk) versleten zijn” of „oude schades nog niet gerepareerd zijn”.
  • Technische mankementen. FBTO en Centraal Beheer brengen die apart op de waarde in mindering, met een kapotte aandrijflijn als voorbeeld.

Er is ook een minder bekende variant: gestolen onderdelen die u niet laat vervangen. Univé bepaalt dat als onderdelen van uw auto zijn gestolen en u de schade niet laat repareren, zij 50 procent van de door de expert vastgestelde reparatiekosten betalen.

Accessoires: de stille onderverzekering

Alles wat ná de fabriek of de importeur op de auto is gekomen, valt in de polis onder accessoires: een trekhaak, een dakkoffer, een fietsendrager, een audio-installatie, een laadkabel. Daarvoor geldt een apart maximumbedrag, en dat maximum is per verzekeraar verschillend.

Univé verzekert accessoires standaard voor € 3.000 inclusief btw en vergoedt de vervangingswaarde, met een uitzondering voor audio- en navigatieapparatuur: die krijgt tot drie jaar de nieuwwaarde en daarna een aflopend percentage van de huidige nieuwwaarde — 80 procent tot vier jaar, 60 procent tot vijf jaar, 40 procent tot zes jaar en 30 procent daarboven. De ANWB vergoedt accessoires tot maximaal € 5.000 en vraagt de originele aankoopnota’s. FBTO en Centraal Beheer betalen maximaal € 8.000 per gebeurtenis, waarbij accupakketten onbeperkt zijn meeverzekerd. ZLM vergoedt bij total loss of diefstal van accessoires de dagwaarde.

VerzekeraarMaximum voor accessoiresWaardering bij total loss of diefstalBijzonderheid
Univé€ 3.000 incl. btw (standaard)VervangingswaardeAparte afschrijvingstabel voor audio en navigatie
ANWB€ 5.000Aanschafwaarde of dagwaarde, afhankelijk van leeftijd en garantieOriginele aankoopnota’s verplicht
FBTO€ 8.000 per gebeurtenisZelfde regeling als voor de autoAccupakketten onbeperkt meeverzekerd
Centraal Beheer€ 8.000 per gebeurtenisZelfde regeling als voor de autoAccupakketten onbeperkt meeverzekerd
ZLMNiet als apart maximum vermeldDagwaardeHerstelkosten worden wel vergoed
Bron: Voorwaarden Univé Autoverzekering (artikelen 6.3.9 en 6.3.10), Polisvoorwaarden ANWB Autoverzekering (regulier), Voorwaarden Autoverzekering FBTO en Centraal Beheer (december 2025) en Voorwaarden Personenautoverzekering ZLM 2026. Geraadpleegd op 27 juli 2026.

Financiering, lease en restschuld

Zolang u de auto zelf heeft betaald, is de uitkering het einde van het verhaal. Zodra er een geldverstrekker of een leasemaatschappij bij betrokken is, begint er een tweede rekensom die van de eerste kan afwijken.

Een auto met financiering

Bij een autolening loopt de aflossing volgens een schema dat niets te maken heeft met de waardeontwikkeling van de auto. Een auto verliest in de eerste jaren relatief snel waarde; een lening lost aan het begin relatief langzaam af. Raakt de auto in die periode total loss, dan kan de uitkering lager zijn dan het openstaande saldo, en houdt u een restschuld voor een auto die er niet meer is. Precies dat risico dekken een nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling in de eerste jaren feitelijk af — dat is een van de sterkste argumenten om er premie voor te betalen, en tegelijk de reden om de looptijd van de regeling te leggen naast de looptijd van uw lening.

Private lease en operational lease

Bij private lease bent u geen eigenaar. De leasemaatschappij is dat, en die ontvangt dus de uitkering. Volgens Stichting Keurmerk Private Lease kan de leasemaatschappij de overeenkomst bij total loss of diefstal ontbinden, en kunnen „de ontbindingsvergoeding en de schade die voortkomt uit de total loss of diefstal” voor rekening van de consument komen; dat staat in artikel 51, vierde lid, van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease. U kunt de leasemaatschappij vragen om een ander voertuig voor de resterende looptijd, maar daar bestaat geen recht op.

Verzekeraars houden in hun cascovoorwaarden rekening met lease. De ANWB bepaalt: „Is de auto geleased? Dan vergoeden wij de boekwaarde volgens de leasemaatschappij, maar nooit meer dan de cataloguswaarde.” ZLM en Bovemij sluiten leaseauto’s uit van de gunstiger waarderegelingen.

Loont een verschilverzekering of GAP-dekking?

In het buitenland is de zogeheten GAP-dekking (Guaranteed Asset Protection) een bekend product: een aanvullende verzekering die het verschil dekt tussen de uitkering van de cascoverzekering en het openstaande bedrag van een financiering of leasecontract. Voor de Nederlandse particuliere markt hebben wij géén polisvoorwaarden van een verzekeraar kunnen vinden waarin zo’n zelfstandige verschilverzekering wordt aangeboden; de bronnen die wij aantroffen waren commerciële pagina’s of buitenlandse toelichtingen, zonder verifieerbare voorwaarden. Wij noemen daarom geen premies, dekkingsbedragen of aanbieders.

Wat wij wél kunnen zeggen op basis van de polisvoorwaarden die wij hebben gelezen, is dat de nieuwwaarde- en aanschafwaarderegeling in Nederland grotendeels dezelfde functie vervullen in de eerste één tot drie jaar. De praktische vraag is dus niet „moet ik een GAP-dekking zoeken”, maar „loopt mijn waarderegeling minstens zo lang als de periode waarin mijn schuld hoger is dan de dagwaarde”. Dat kunt u zelf narekenen met uw aflossingsschema en de looptijd op uw polisblad.

Wat er in de praktijk misgaat

Uit de voorwaarden, de brancheregeling en de uitspraken die wij hebben gelezen, komt telkens hetzelfde handjevol problemen naar boven. Ze zijn bijna allemaal vooraf te voorkomen.

  • De regeling was al verlopen. Mensen onthouden „ik heb nieuwwaardedekking” en niet „twaalf maanden”. Zet de einddatum in uw agenda en kijk dan opnieuw naar uw dekking.
  • De aankoopnota is kwijt. Zonder bewijs van de aanschafwaarde valt u terug op de dagwaarde, ook binnen de looptijd.
  • De auto bleek geïmporteerd. Bij een tweedehands aankoop is dat niet altijd zichtbaar zonder de historie te controleren, terwijl het bij verschillende verzekeraars de nieuwwaarderegeling uitsluit.
  • Het autobedrijf voldeed niet aan de eis. Een aankoop van een particulier of van een bedrijf zonder de vereiste aansluiting sluit bij sommige verzekeraars de aanschafwaarderegeling volledig uit.
  • De accessoires pasten niet binnen het maximum. Zie het vorige hoofdstuk.
  • Oude schade was nooit hersteld. Dat wordt bij de afwikkeling alsnog verrekend, soms voor de helft van de herstelkosten.
  • De beveiligingseis op de polis was niet nageleefd. Bij diefstal is dat de eerste controle, nog vóór de waardevraag.
  • De diefstal is te laat bij de verzekeraar gemeld. Melden bij een dealer, een alarmcentrale of een recherchebureau is niet hetzelfde als melden bij uw verzekeraar.
  • De financiering liep langer door dan de waarderegeling. Zie het vorige hoofdstuk.
  • De auto is te vroeg gerepareerd of verkocht. Daarmee verliest de expert de mogelijkheid de schade vast te stellen.

Vrijwel elk geschil over de uitkering gaat over een voorwaarde die twee jaar eerder in één zin op het polisblad stond.

Wat wij niet hebben kunnen verifiëren

Bij een onderwerp waarover veel wordt beweerd, hoort ook een lijstje van wat wij bewust openlaten. Over de volgende punten hebben wij geen openbare, controleerbare bron gevonden en noemen wij daarom geen getallen.

  • Hoeveel premie een verzekeraar rekent voor het verlengen van een nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling van één naar drie jaar. Dat is tariefinformatie en niet openbaar.
  • Hoe vaak in Nederland een uitkering na total loss lager uitvalt dan de openstaande financiering, en hoe groot die restschuld gemiddeld is.
  • Welk deel van de total loss verklaarde personenauto’s economisch en welk deel technisch total loss is. Bedrijfsregeling 16 maakt dat onderscheid wel, maar wij vonden er geen openbare uitsplitsing van.
  • Hoeveel contra-expertises er jaarlijks worden uitgevoerd bij motorvoertuigschade en hoe vaak de derde expert eraan te pas komt.
  • Of, en zo ja bij welke Nederlandse verzekeraar, een zelfstandige verschilverzekering of GAP-dekking voor particulieren met openbare polisvoorwaarden beschikbaar is.
  • Hoeveel de koerslijsten van verschillende aanbieders onderling afwijken bij dezelfde auto.

Wat wél vaststaat, is dat het verschil tussen twee polissen op dit punt in duizenden euro’s kan lopen, en dat u dat verschil alleen ziet als u de voorwaarden naast elkaar legt: de looptijd, de afschrijvingstabel, de bovengrens, de uitsluitingen en het maximum voor accessoires. Wilt u weten wat dat voor uw eigen auto en uw eigen situatie betekent, dan kijken wij graag met u mee. Leg uw situatie gerust voor via het contactformulier.

Belangrijkste conclusies

  1. Dagwaarde, nieuwwaarde en aanschafwaarde zijn drie verschillende rekenregels; welke geldt, staat op uw polisblad en niet in de folder.
  2. De looptijd van een nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling varieert in de door ons gelezen voorwaarden van 12 maanden tot 36 maanden, soms als keuze op de polis.
  3. Vrijwel elke regeling kent uitsluitingen: import, lease, zakelijk gebruik, een bovengrens aan de waarde en de eis dat u de aankoop met een originele nota kunt aantonen.
  4. Tussen nieuwwaarde en dagwaarde zit bij veel verzekeraars een vaste afschrijvingstabel; de percentages lopen uiteen van 1 tot 2 procent per maand.
  5. Economisch total loss betekent in de gelezen voorwaarden meestal: herstelkosten hoger dan de waarde vóór de schade min de restwaarde; sommige verzekeraars hanteren daarnaast een vaste grens van tweederde van de waarde.
  6. Bedrijfsregeling 16 van het Verbond van Verzekeraars verplicht verzekeraars de restanten via een door VbV goedgekeurd systeem af te wikkelen en de eigendom over te laten dragen vóór uitbetaling.
  7. Bij diefstal geldt een wachttijd; in de gelezen voorwaarden 20 of 30 dagen vanaf de melding, waarna u de eigendom, de sleutels en alle delen van het kentekenbewijs overdraagt.
  8. Bpm komt na total loss in beginsel niet terug: teruggaaf bij export is uitgesloten voor schadevoertuigen, en de andere teruggaafroute vraagt om een ongebruikt motorrijtuig.
  9. Accessoires vallen onder een apart maximum — wij vonden bedragen van € 3.000 tot € 8.000 — en zijn daarmee de stilste bron van onderverzekering.
Veelgestelde vragen

Vragen over dit onderwerp

De nieuwwaarde is de prijs die een nieuwe auto van hetzelfde merk, model, type en dezelfde uitvoering op dit moment kost volgens de prijslijst van de fabrikant of importeur. De dagwaarde is wat een vergelijkbare auto met dezelfde leeftijd, kilometerstand en onderhoudsstaat direct vóór de schade waard was. Bij een auto van drie jaar oud liggen die twee bedragen ver uit elkaar. Welke van de twee u krijgt bij total loss of diefstal, hangt af van de waarderegeling die op uw polisblad staat en van de looptijd daarvan.
Dat verschilt per verzekeraar en soms per polis. In de voorwaarden die wij hebben gelezen loopt het uiteen van twaalf maanden tot zesendertig maanden. Bij FBTO staat op de polis of de regeling één, twee of drie jaar geldt. Univé kent een standaardregeling van twaalf maanden en een uitgebreide van drie jaar. Bovemij vergoedt de nieuwwaarde tot twaalf maanden en daarna, tot achtenveertig maanden, de nieuwwaarde met een maandelijkse aftrek. Kijk dus niet naar de naam van de regeling maar naar de termijn op uw polisblad.
De aanschafwaarderegeling vergoedt bij total loss of diefstal het bedrag dat u zelf voor de auto heeft betaald, in plaats van de dagwaarde. Zij is bedoeld voor tweedehands auto’s. Er hangen voorwaarden aan: Univé eist aankoop bij een merkdealer, een BOVAG-bedrijf of een leasemaatschappij, ZLM een aankoop bij een autodealer of autobedrijf met KvK-inschrijving in Nederland, en vrijwel iedereen vraagt de originele aankoopnota. Kunt u de aanschafwaarde niet aantonen, dan valt u terug op de dagwaarde.
Dat hangt af van de rekenregel in uw voorwaarden. ZLM en de ANWB spreken van totaalverlies als de herstelkosten hoger zijn dan de waarde vóór de schade verminderd met de restwaarde van het wrak. FBTO, Centraal Beheer en Bovemij hanteren een vaste drempel: herstelkosten hoger dan tweederde van de nieuwwaarde, aanschafwaarde of dagwaarde. Bij dezelfde schade kan de ene rekenregel dus tot herstel leiden en de andere tot afwikkeling als total loss.
De expert van de verzekeraar. FBTO en Centraal Beheer schrijven dat letterlijk in hun voorwaarden. De ANWB omschrijft een expert als iemand die is ingeschreven bij het NIVRE of door de verzekeraar is geaccepteerd. Een NIVRE-register-expert moet onder meer de NIVRE-basisopleiding hebben afgerond, ten minste drie jaar ervaring hebben waarin het werk hoofdzakelijk — 70 procent van de werkbare tijd — is uitgeoefend, en om ingeschreven te blijven 20 PE-punten per twee jaar behalen.
Ja. Vrijwel alle polisvoorwaarden geven u het recht een eigen deskundige, een contra-expert, in te schakelen. Voordat beide experts beginnen wijzen zij samen een derde expert aan, die een bindende uitspraak doet als zij er niet uitkomen. Over de kosten verschillen de voorwaarden: ZLM vergoedt uw expert in ieder geval tot de kosten van de eigen expert en betaalt de derde deskundige; de ANWB betaalt de arbiter altijd. Kijk vóórdat u iemand inschakelt na wat uw eigen voorwaarden hierover zeggen.
Er geldt een wachttijd waarin de auto nog kan opduiken. FBTO en Centraal Beheer betalen als de auto langer dan twintig dagen weg is, gerekend vanaf uw melding. Univé, ZLM, de ANWB en Bovemij hanteren dertig dagen. In die periode vergoeden sommige verzekeraars vervangend vervoer; Univé betaalt bijvoorbeeld € 30 inclusief btw per dag. Uitbetaling volgt pas nadat u de eigendom heeft overgedragen en de sleutels en alle delen van het kentekenbewijs heeft ingeleverd.
Dat komt uit Bedrijfsregeling 16 van het Verbond van Verzekeraars. Die schrijft voor dat de schade pas wordt vergoed nadat u de eigendom aan de verzekeraar heeft overgedragen, inclusief de sleutels en alle delen van het kentekenbewijs. De reden staat in de toelichting: er worden gestolen auto’s voorzien van de identiteit van een auto die total loss is verklaard. Wordt uw auto gedemonteerd, dan gaat dat via een door VbV erkend demontagebedrijf en ontvangt u direct een formeel vrijwaringsbewijs.
Als particulier is btw onderdeel van de waarde en dus van de uitkering. Bent u ondernemer en kunt u btw verrekenen, dan ligt het anders. Univé schrijft dat zij de auto dan zonder btw verzekeren en de schade ook zonder btw betalen; op de polis staat hoe uw auto is verzekerd. Bovemij keert standaard exclusief btw uit, tenzij het polisblad anders vermeldt. Controleer dus wat op uw eigen polisblad staat, want dit bepaalt eenentwintig procent van de uitkering.
In beginsel niet. De Belastingdienst kent teruggaaf van bpm bij export van een gebruikt motorrijtuig, bij een nieuw of ongebruikt motorrijtuig, bij de gehandicaptenregeling en bij bijzondere motorrijtuigen. De exportroute sluit schadevoertuigen uitdrukkelijk uit, en de route voor nieuwe of ongebruikte motorrijtuigen vraagt dat er geen gebruik van de weg is gemaakt. De bpm die u destijds betaalde, zit wel verwerkt in de nieuwwaarde en de dagwaarde die de verzekeraar hanteert.
Ja, maar tot een maximumbedrag dat per verzekeraar verschilt. Univé verzekert accessoires standaard voor € 3.000 inclusief btw, de ANWB tot € 5.000, en FBTO en Centraal Beheer tot € 8.000 per gebeurtenis, waarbij accupakketten onbeperkt zijn meeverzekerd. Univé hanteert bovendien een aparte afschrijvingstabel voor audio- en navigatieapparatuur ouder dan drie jaar. Tel op wat u heeft laten monteren, bewaar de nota’s en vraag zo nodig om verhoging van het verzekerde bedrag.
De lening loopt door. De verzekeraar keert uit wat de polis voorschrijft; het openstaande saldo bij de geldverstrekker staat daar los van. Omdat een auto in de eerste jaren sneller in waarde daalt dan een lening aflost, kan er een restschuld overblijven. Een nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling met een looptijd van drie jaar dekt dat gat in de eerste jaren feitelijk af. Leg daarom de looptijd van uw waarderegeling naast de looptijd van uw financiering.
Wij hebben daarvoor geen openbare polisvoorwaarden van een Nederlandse verzekeraar kunnen vinden. De bronnen die wij aantroffen waren commerciële pagina’s of buitenlandse toelichtingen, en daarom noemen wij geen aanbieders, premies of dekkingsbedragen. In de Nederlandse praktijk vervullen de nieuwwaarde- en aanschafwaarderegeling in de eerste één tot drie jaar grotendeels dezelfde functie. Wilt u zekerheid over uw eigen restschuldrisico, reken dan uw aflossingsschema af tegen de looptijd op uw polisblad.
Als de schade voldoet aan de criteria van Stichting VbV, wordt aan de RDW een indicatie „keuren” gemeld en kan de RDW een verbod voor rijden over de weg — vroeger het WOK-signaal — in het kentekenregister plaatsen. Het voertuig mag dan pas weer de weg op na goedkeuring door de RDW. Volgens de RDW kost een schadekeuring voor personenauto’s tot 3.500 kilo € 59,00, met € 88,00 voor herinschrijving, en wordt het rijverbod na goedkeuring binnen vijf werkdagen uit het register verwijderd.
Dat hangt van uw voorwaarden af. Na uitbetaling is de auto eigendom van de verzekeraar. ZLM bepaalt dat u kunt vragen de auto terug te krijgen en dat zij verplicht zijn daaraan te voldoen; u betaalt dan de schadevergoeding terug, maar niet de herstelkosten. Bovemij geeft het eigendom terug als u dat uitdrukkelijk wenst, tegen terugbetaling onder aftrek van de herstelkosten van de schade die tijdens de vermissing is ontstaan. Andere verzekeraars houden de auto. Vraag dit na voordat u tekent.

Bronnen

Alle cijfers en juridische uitspraken in dit onderzoek zijn te herleiden tot de publicaties hieronder.

  1. Verbond van Verzekeraars, Bedrijfsregeling no. 16 — Schadeafwikkeling op basis van totaal verlies (vastgesteld 23 juni 2021) (2021)www.verzekeraars.nl/media/8981/bedrijfsregeling-16.pdf geraadpleegd 2026-07-27
  2. Stichting VbV, Stichting VbV: betrouwbare partner in de strijd tegen voertuigcriminaliteit — Dienstverlening 2025 (2025)stichtingvbv.nl/wp-content/uploads/2025/01/2025-VBV_Brochure geraadpleegd 2026-07-27
  3. Stichting VbV, Over Bedrijfsregeling 16 (2026)stichtingvbv.nl/schadeafwikkeling/over-bedrijfsregeling-16/ geraadpleegd 2026-07-27
  4. FBTO, Voorwaarden Autoverzekering, december 2025 (Plus verzekering PAV-RV-82-251, Casco PAV-RV-83-251) (2025)www.fbto.nl/-/media/documenten/auto/autoverzekering-voorwaar geraadpleegd 2026-07-27
  5. Centraal Beheer, Verzekeringsvoorwaarden Autoverzekering, december 2025 (onder meer Diefstal en Inbraak PAV-RV-66-251) (2025)www.centraalbeheer.nl/-/media/files/prive/verzekeringen/auto geraadpleegd 2026-07-27
  6. Univé, Voorwaarden Univé Autoverzekering (N.V. Univé Schade) (2026)www.unive.nl/binaries/br/content/assets/particulier-sales/au geraadpleegd 2026-07-27
  7. ZLM Verzekeringen, Voorwaarden Personenautoverzekering, 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (2026)www.zlm.nl/voorwaarden/voorwaarden_personenautoverzekering.p geraadpleegd 2026-07-27
  8. ANWB, Polisvoorwaarden ANWB Autoverzekering (regulier) (2026)merk.anwb.nl/m/2e4e43f8387c35e9/original/polisvoorwaarden-an geraadpleegd 2026-07-27
  9. Bovemij, Voorwaarden Autoverzekering R11A2501, 1 januari 2025 (2025)www.bovemij.nl/hubfs/Bovemij%20Verzekeringen%20-%20website%2 geraadpleegd 2026-07-27
  10. OHRA, Autoschade — Aanschaf-, nieuwwaarde- en dagwaarderegeling (2026)www.ohra.nl/autoverzekering/schade/waarderegeling geraadpleegd 2026-07-27
  11. NIVRE, Registratievoorwaarden register-expert (2026)www.nivre.nl/registratievoorwaarden geraadpleegd 2026-07-27
  12. NIVRE, Permanente Educatie voor schade-experts (2026)nivre.nl/nivre-academy/permanente-educatie/ geraadpleegd 2026-07-27
  13. Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-315 (17 maart 2016) (2016)www.kifid.nl/media/2kkormgh/uitspraak_2016-315_bindend.pdf geraadpleegd 2026-07-27
  14. Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Kifid nr. 2025-0254 (28 maart 2025) (2025)www.kifid.nl/media/exbe4r5m/uitspraak-2025-0254-pdf.pdf geraadpleegd 2026-07-27
  15. Belastingdienst, Teruggaaf van bpm — overzicht van de situaties waarin teruggaaf mogelijk is (2026)www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/bpm/content/bpm-te geraadpleegd 2026-07-27
  16. Belastingdienst, Teruggaaf bpm bij export van een gebruikt motorrijtuig (2026)www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/bpm/content/terugg geraadpleegd 2026-07-27
  17. Belastingdienst, Teruggaaf bpm voor een nieuw of ongebruikt motorrijtuig (2026)www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/bpm/content/terugg geraadpleegd 2026-07-27
  18. RDW, Keuren auto na schade (2026)www.rdw.nl/particulier/voertuigen/auto/keuren/keuren-na-scha geraadpleegd 2026-07-27
  19. Consumentenbond, Mijn auto is total loss: waar heb je recht op? (geactualiseerd 7 mei 2026) (2026)www.consumentenbond.nl/autoverzekering/total-loss geraadpleegd 2026-07-27
  20. Consumentenbond, Nieuwwaarderegeling allrisk-autoverzekering: wat is het? (5 november 2025) (2025)www.consumentenbond.nl/autoverzekering/nieuwwaarderegeling geraadpleegd 2026-07-27
  21. Stichting Keurmerk Private Lease, Total loss private leaseauto en diefstal private leaseauto (2026)keurmerkprivatelease.nl/van-a-z/total-loss-private-leaseauto geraadpleegd 2026-07-27
  22. Verbond van Verzekeraars, Voertuigdiefstal toegenomen in 2025 (13 januari 2026) (2026)www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/voertuigdiefstal-toe geraadpleegd 2026-07-27

Verder in dit kenniscluster

Zelf de premies bekijken?

Vergelijk vrijblijvend wat de verzekeraars voor uw situatie rekenen.

Naar de autoverzekering