Elektrische auto’s versus brandstofauto’s: wat de aandrijflijn verandert aan premie, dekking en schadeherstel
Een elektrische auto is verzekeringstechnisch geen benzineauto met een andere motor. Het gewicht, de cataloguswaarde, de herstelmethode en vooral het accupakket veranderen de rekensom aan beide kanten: hoe vaak er schade ontstaat, en wat die schade kost. Dit onderzoek zet met openbare bronnen en met de polisvoorwaarden zelf op een rij wat er werkelijk verandert — en waar de veelgehoorde beweringen over accubrand en premies ophouden bij het bewijs.
- 694.602volledig elektrische personenauto’s in Nederland op 1 januari 2026CBS, Bijna kwart meer auto’s met elektromotor · 2026
- 1.875 kg vs 1.217 kggemiddeld gewicht van een auto met stekker tegenover een benzineauto, bouwjaar 2024CBS, Personenauto’s steeds langer, breder en zwaarder · 2025
- 15–20%hogere cascoschadelast van elektrische auto’s tegenover vergelijkbare verbrandingsmotoren in Duitsland, bij 10 tot 15 procent minder schadesGDV (Duitse branchevereniging van verzekeraars) · 2025
- 356incidenten met alternatief aangedreven voertuigen in Nederland in 2024 waarbij de brandweer ter plaatse kwam: 135 ongevallen en 221 brandenNIPV, Jaarrapportage 2024 incidenten met alternatief aangedreven voertuigen · 2025
In het kort
De aandrijflijn verandert niet de opzet van uw autoverzekering: u kiest nog steeds tussen WA, WA plus en allrisk, en de zwaarste premiefactoren blijven uw leeftijd, uw schadevrije jaren en uw woonplaats. Wat wél verandert, zit in het voertuig zelf: een elektrische auto is zwaarder, kost doorgaans meer, bevat een hoogvoltagesysteem en heeft één onderdeel dat een groot deel van de waarde vertegenwoordigt.
Op de weg wijzen de Nederlandse cijfers niet in de richting van meer ongelukken. SWOV onderzocht in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de ongevallen over 2015–2022 en vond dat voertuigen met een elektrische aandrijflijn per gereden kilometer mínder vaak bij ongevallen betrokken waren dan voertuigen op fossiele brandstof, in elke gewichtsklasse. Bij de schadelast is het beeld omgekeerd: de Duitse branchevereniging GDV berekende over 53 gepaarde modelreeksen dat cascoschades van elektrische auto’s 15 tot 20 procent duurder uitvielen dan bij vergelijkbare verbrandingsmotoren, terwijl het aantal schades 10 tot 15 procent lager lag. Minder vaak, maar duurder — dat is de kern.
Het accupakket is de grootste kostenpost en tegelijk het punt waar de polissen het meest uiteenlopen. De hoofdregel bij verschillende Nederlandse verzekeraars is: zit de accu in de cataloguswaarde, dan is hij meeverzekerd zoals de rest van de auto; huurt of least u de accu, dan valt hij buiten de dekking en moet u hem apart regelen bij de eigenaar. Capaciteitsverlies door slijtage en veroudering — degradatie — is bij de verzekeraars die wij hebben gelezen uitgesloten. Voor een plotseling, aantoonbaar eigen gebrek bestaat sinds 2025 bij één verzekeraar een aparte module.
Rond de laadinfrastructuur loopt de scheidslijn tussen de autoverzekering en de woonverzekering. De meegeleverde laadkabel valt bij verschillende verzekeraars onder de cascodekking van de auto; een vaste laadpaal aan of bij de woning hoort bij de opstalverzekering en een losse mobiele lader bij de inboedelverzekering. Wie dat niet nakijkt, is óf dubbel verzekerd óf op één punt niet verzekerd.
Over brandrisico circuleren de meeste onbewezen beweringen. Het NIPV telde in 2024 in heel Nederland 356 incidenten met alternatief aangedreven voertuigen waarbij de brandweer ter plaatse kwam. Wat níet bekend is, is of een elektrische auto vaker in brand vliegt dan een benzineauto: betrouwbare datasets daarover ontbreken, schrijft het instituut zelf. Wat wél vaststaat, is dat een accubrand anders verloopt, langer duurt en een ander bergingsproces vraagt — en dat die nasleep, van dompelcontainer tot quarantainestalling, kosten met zich meebrengt waarover u vooraf afspraken wilt hebben.
Wat de aandrijflijn verandert aan uw autoverzekering — en wat niet
Elektrisch rijden is in Nederland geen niche meer. Op 1 januari 2026 telde ons land volgens het CBS 9,4 miljoen personenauto’s, waarvan 694.602 volledig elektrisch, 804.962 hybride en 523.773 plug-inhybride. Samen is dat ruim twee miljoen auto’s, oftewel meer dan één op de vijf. Het aantal plug-inhybrides groeide in één jaar met bijna 40 procent, het aantal volledig elektrische auto’s met 22 procent, terwijl het aantal benzineauto’s met 2,1 procent en het aantal diesels met 12,4 procent afnam. Van alle nieuw verkochte personenauto’s in 2025 had bijna 86 procent een elektromotor aan boord.
Voor uw verzekering begint het met wat er níet verandert. U kiest nog altijd tussen aansprakelijkheid (WA), WA met beperkt casco en allrisk. De zwaarste premiefactoren blijven uw leeftijd, uw schadevrije jaren, het adres waar de auto staat en het aantal kilometers dat u rijdt. Wie wil weten hoe die factoren zich tot elkaar verhouden, vindt dat in ons onderzoek naar de opbouw van de premie; dit onderzoek gaat uitsluitend over wat de aandrijflijn daar bovenop verandert.
En dat is meer dan een detail. Vier eigenschappen van een elektrische auto raken de verzekering rechtstreeks: het gewicht, de cataloguswaarde, de manier waarop schade wordt hersteld, en de aanwezigheid van één onderdeel — het accupakket — dat een groot deel van de waarde van de auto vertegenwoordigt en dat na een schade eigen risico’s met zich meebrengt. Daarnaast komt er een stuk uitrusting bij dat een benzineauto niet heeft: de laadkabel, de laadpaal en soms een wandlader.
De aandrijflijn verandert niet welke dekking u kiest, maar wel wat een schade kost en waar hij wordt hersteld.
Waarom de premie anders uitvalt: gewicht, waarde en herstelkosten
Gewicht
Een accupakket weegt. Het CBS berekende dat een personenauto van bouwjaar 2024 met een volledig elektrische of plug-inhybride aandrijflijn gemiddeld 1.875 kilo woog, tegen 1.217 kilo voor een benzineauto van datzelfde bouwjaar. Dat verschil is deels een gevolg van de accu en deels van het feit dat het aanbod aan elektrische auto’s in die jaren zwaar was in het grotere segment. Voor het hele Nederlandse wagenpark kwam het gemiddelde gewicht begin 2025 uit op 1.254 kilo, 94 kilo meer dan tien jaar eerder.
Een eerlijker beeld ontstaat wanneer u dezelfde modelnaam met en zonder verbrandingsmotor naast elkaar legt. Dat kan met het open voertuigenregister van de RDW, waarin van elk gekentekend voertuig de massa ledig voertuig staat. De tabel hieronder is een eigen berekening op dat register.
| Model | Gemiddeld gewicht elektrisch | Gemiddeld gewicht met verbrandingsmotor | Verschil |
|---|---|---|---|
| Peugeot 208 | 1.430 kg | 1.011 kg | + 419 kg |
| Opel Corsa | 1.401 kg | 1.035 kg | + 366 kg |
| Volvo XC40 | 1.984 kg | 1.628 kg | + 356 kg |
| Hyundai Kona | 1.656 kg | 1.334 kg | + 322 kg |
| Kia Niro | 1.686 kg | 1.403 kg | + 283 kg |
| Mini Cooper | 1.403 kg | 1.173 kg | + 230 kg |
Binnen hetzelfde model kost de overstap naar elektrisch dus ruwweg twee tot vier centenaar extra gewicht. Gewicht is bij verschillende verzekeraars een tariefvariabele, en het Verbond van Verzekeraars koppelt de ontwikkeling van de schadelast in de branche Motorrijtuigen uitdrukkelijk aan zwaardere en technologisch geavanceerdere voertuigen.
Cataloguswaarde
Wat een auto nieuw kost, bepaalt in belangrijke mate wat een cascodekking kost. Elektrische auto’s zaten in de opbouwjaren van de markt gemiddeld in een hoger prijssegment, en het accupakket is daar een groot deel van. Dat werkt twee kanten op: bij aanschaf drukt het de premie omhoog, maar de restwaardeontwikkeling van elektrische auto’s wijkt af van die van benzineauto’s, waardoor de dagwaarde na een aantal jaren juist scherp kan dalen. Wat dat betekent voor de vergoeding bij total loss, behandelen wij in het onderzoek over dagwaarde, nieuwwaarde en aanschafwaarde.
Herstelkosten
Hier zit het duidelijkste verschil, en hier zijn de beste cijfers Duits en Brits, niet Nederlands. De Gesamtverband der Deutschen Versicherungswirtschaft (GDV), de Duitse tegenhanger van het Verbond van Verzekeraars, paarde 53 modelreeksen van elektrische auto’s aan zo vergelijkbaar mogelijke verbrandingsmotoren en analyseerde over drie jaar hoe vaak en hoe duur de schades waren. In de publicatie van augustus 2025 lag de cascoschadelast van elektrische auto’s 15 tot 20 procent hoger dan bij de vergelijkbare verbrander; een jaar eerder was dat nog 20 tot 25 procent. De schadefrequentie in de cascodekking lag 10 tot 15 procent lager, tegen 15 tot 20 procent lager in de meting daarvoor. De GDV concludeerde dat de verschillen kleiner worden naarmate er meer elektrische auto’s rondrijden.
In het Verenigd Koninkrijk publiceerde Thatcham Research, het onderzoeksinstituut van de Britse verzekeringsbranche, in maart 2026 een „EV Blueprint”. Daarin staat dat het accupakket tot 40 procent van de totale voertuigwaarde vertegenwoordigt, waardoor zelfs lichte aanrijdingsschade tot total loss kan leiden. Uit een enquête die Thatcham samen met het Centre for Economics and Business Research uitvoerde, noemde 44,6 procent van de verzekeraars en 41,7 procent van de herstelprofessionals accugerelateerde vraagstukken als hun belangrijkste zorg. Tegelijk zag Thatcham dat de herstelkosten met 10,7 procent daalden naarmate herstellers meer ervaring opdeden.
Schadefrequentie tegenover schadelast: twee bewegingen die elkaar tegenwerken
Voor een verzekeraar is de premie het product van twee dingen: hoe vaak er schade komt, en wat een schade gemiddeld kost. Bij elektrische auto’s bewegen die twee de tegenovergestelde kant op, en dat verklaart waarom er zo verschillend over wordt geschreven.
Aan de kant van de frequentie is de beste Nederlandse bron het SWOV-rapport R-2024-5, „Ongevallen met zwaardere voertuigen”, dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat liet uitvoeren en dat in juni 2024 verscheen. SWOV analyseerde ruim 585.000 ongevallen met personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen over de jaren 2015–2022, deelde die in drie even grote gewichtsklassen in (tot 1.065 kilo, 1.065 tot 1.380 kilo en daarboven tot 3.500 kilo) en maakte onderscheid naar aandrijflijn: elektrisch tegenover fossiel en overig. De uitkomst is voor dit onderwerp opvallend. Zwaardere voertuigen waren mínder vaak bij ongevallen betrokken dan lichtere. En: „elektrisch aangedreven voertuigen [waren] ook per afgelegde kilometer minder vaak betrokken bij ongevallen dan fossiel/overig aangedreven voertuigen, en dat was het geval voor iedere gewichtsklasse.” Ook de ernst voor de eigen inzittenden lag bij elektrische voertuigen lager.
SWOV zegt er meteen bij dat het onderzoek niet is ontworpen om oorzaken vast te stellen. Als mogelijke verklaring noemen de onderzoekers dat elektrische auto’s over het algemeen nieuwer zijn en vaker geavanceerde rijhulpsystemen aan boord hebben, zoals automatische noodremsystemen en rijbaanassistentie. Dat is een hypothese, geen bewijs. Wat wel vaststaat, is dat de vaak gehoorde bewering dat elektrische auto’s door hun acceleratie tot meer ongelukken leiden, in deze Nederlandse ongevallencijfers geen steun vindt.
Aan de kant van de schadelast wijzen de cijfers de andere kant op. Duurdere onderdelen, een hoogvoltagesysteem dat spanningsvrij moet worden gezet voordat er iemand aan mag werken, langere doorlooptijden en het risico dat het accupakket bij bodemschade in zijn geheel moet worden vervangen: dat alles maakt een gemiddelde schade duurder. Het Verbond van Verzekeraars schrijft over 2025 dat het premievolume in de branche Motorrijtuigen naar 7,5 miljard euro groeide terwijl het resultaat op WA-auto verlieslatend bleef, en dat „de verschuiving naar elektrische en technologisch geavanceerde voertuigen leidt tot hogere reparatiekosten”.
Minder schades, maar duurdere schades. Welke van de twee zwaarder weegt in uw premie, hangt af van uw model, uw dekking en uw verzekeraar.
Het accupakket: de grootste kostenpost, en de kortste weg naar total loss
Het accupakket is het duurste onderdeel van een elektrische auto en zit op de kwetsbaarste plek: onderin, over vrijwel de hele bodem. Wat vervanging kost, hangt sterk af van het model. De ANWB noemt voor een compleet accupakket een gemiddelde prijs tussen 3.000 en 13.000 euro, en wijst erop dat vervanging niet altijd nodig is: losse modules, cellen en hardware kunnen soms per stuk worden vervangen, waarbij de ANWB voor die componenten bedragen tussen 100 en 300 euro noemt. Thatcham Research meldt voor de Britse markt dat een vervangend hoogvoltage-accupakket varieert van omgerekend enkele tienduizenden euro’s voor topmodellen tot een aanzienlijk lager bedrag voor eenvoudiger auto’s, en stelt dat de prijs van een vervangende accu na één jaar al hoger kan liggen dan de gebruikte waarde van de auto.
Dat laatste is precies waar de total loss vandaan komt. Een schade wordt door verschillende verzekeraars als total loss aangemerkt wanneer de reparatie duurder is dan de waarde van de auto. Univé formuleert dat in haar voorwaarden zo dat de auto total loss is als hij na reparatie niet meer veilig zal zijn, als hij door diefstal verdwenen is, of als reparatie duurder is dan de waarde die van toepassing is. Bij een oudere elektrische auto met een gedaalde dagwaarde en een accu die na bodemschade moet worden vervangen, is die drempel snel gehaald.
Twee dingen maken het verschil tussen een reparabele en een onherstelbare accu. Het eerste is het voorschrift van de fabrikant: sommige fabrikanten schrijven bij zichtbare beschadiging van de accubehuizing vervanging van het hele pakket voor, ook als de cellen intact lijken. Het tweede is of de hersteller de accu überhaupt op moduleniveau mag en kan openen. Thatcham Research doet in de EV Blueprint acht aanbevelingen die precies daarop zijn gericht, waaronder betere bescherming van de accu tegen stoten, toegankelijke diagnose, herstelstrategieën op moduleniveau en heldere richtlijnen voor schadebeoordeling — met als doel te voorkomen dat auto’s onnodig worden afgeschreven.
Hoe verzekeraars accuschade behandelen: wat er in de voorwaarden staat
Wij hebben de polisvoorwaarden en productpagina’s van een aantal Nederlandse verzekeraars gelezen. Er tekent zich een gedeelde hoofdregel af, met belangrijke verschillen in de uitwerking. Onderstaande tabel geeft weer wat wij letterlijk hebben aangetroffen; het is een momentopname en geen volledig marktoverzicht.
| Verzekeraar en document | Accu in de cataloguswaarde | Gehuurde of geleasede accu | Laadkabel |
|---|---|---|---|
| Centraal Beheer, Verzekeringsvoorwaarden Autoverzekering, december 2025 | „Accupakketten zijn onbeperkt meeverzekerd. Wij volgen dezelfde regeling als bij schade aan de auto.” Voor overige accessoires geldt een maximum van € 8.000 per gebeurtenis | Niet meeverzekerd | Onder de accessoiredekking bij WA plus beperkt casco en allrisk |
| Univé, Voorwaarden Autoverzekering versie 6.3 | Bij WA plus verzekerd tegen onder meer brand, diefstal en kortsluiting; bij allrisk vrijwel alle schade | Op de productpagina niet behandeld — navragen | „Beschadigingen aan of diefstal van uw laadkabel is meeverzekerd” (artikel 6.3.13) |
| Interpolis, productpagina elektrische autoverzekering | Onderdeel van de auto | „Verzeker een gehuurde accu bij de eigenaar of verhuurder. Deze valt niet onder de dekking van onze autoverzekering” | „Laadkabels zijn standaard als accessoire verzekerd op onze autoverzekering” |
| ANWB, productpagina elektrische autoverzekering | „Is je accu opgenomen in de cataloguswaarde van je elektrische auto? Dan (…) is de accu meeverzekerd” | „Huur je de accu? Dan is deze niet meeverzekerd” | Niet expliciet vermeld op de productpagina |
| Nationale-Nederlanden, Module EV Accu Zekerheid (5085-40.2504) | Aanvullende module bovenop de autoverzekering, voor een eigen gebrek in het aandrijfaccupakket | Module is bedoeld voor volledig elektrische auto’s waarvan de fabrieksgarantie op het accupakket is vervallen | Niet in deze module geregeld |
Degradatie: de uitsluiting die iedereen raakt
Een accupakket verliest langzaam capaciteit. De ANWB noemt een gemiddeld verlies van ongeveer 2 procent per jaar en wijst erop dat nieuwere auto’s het beter doen. Thatcham Research testte meer dan 8.000 elektrische personen- en bedrijfsauto’s en vond bij auto’s van acht tot negen jaar oud een mediane resterende capaciteit van 85 procent, en bij auto’s van vier tot vijf jaar 93,53 procent.
Die geleidelijke afname is geen schade in de zin van de verzekering. Univé sluit in artikel 6.2 van haar autovoorwaarden „capaciteitsverlies van een hoogvoltage accu van een elektrische of hybride auto” uit. Nationale-Nederlanden schrijft in de voorwaarden van de Module EV Accu Zekerheid: „Met deze module ben je nooit verzekerd voor verliezen als gevolg van slijtage, degradatie of prestatievariaties door het jaar heen van het aandrijfaccupakket in jouw elektrische auto.” Dezelfde voorwaarden leggen ook uit waarom de accu ’s winters minder ver komt: bij lagere temperaturen verlopen de chemische reacties in de cellen langzamer.
Wat wél gedekt kan zijn, is een plotseling defect. De genoemde module van Nationale-Nederlanden dekt de kosten van herstel wanneer de beschikbare accucapaciteit door een eigen gebrek plotseling onder de 70 procent van de oorspronkelijke fabriekscapaciteit zakt. De module is bedoeld voor auto’s waarvan de fabrieksgarantie is vervallen, geldt tot een leeftijd van twaalf jaar en tot 300.000 kilometer, en eindigt automatisch zodra een van die grenzen wordt overschreden. De verzekeraar mag daarbij aanvullende documentatie vragen, zoals een keuringsrapport van het accupakket, inzicht in de laadgeschiedenis of een uitlezing van de boorddiagnose.
Accuhuur en accolease: een accu die niet van u is
Bij een deel van de oudere elektrische auto’s op de Nederlandse markt is de accu geen eigendom van de autobezitter. Renault bood tot eind 2020 batterijhuur aan, en die contracten lopen door op de tweedehandsmarkt. Renault vermeldt de regeling nog altijd voor gebruikte modellen — de Zoe met een accu van 22, 41 of 50 kWh, de Twizy, de Kangoo en de Fluence — en verwijst voor de huur naar Mobilize Financial Services. Renault schrijft daarbij dat u „bij Mobilize Financial Services eenvoudig een aparte batterijverzekering” afsluit, en noemt voor de Zoe een bedrag van 9,35 euro per maand bij een verzekerde waarde van 7.000 euro. Het huurcontract kan bij verkoop kosteloos worden overgedragen.
Verzekeringstechnisch is dat een wezenlijk verschil. Als de accu niet van u is en niet in de cataloguswaarde van de auto zit, valt hij bij verschillende verzekeraars buiten de cascodekking. Interpolis schrijft het letterlijk: „Verzeker een gehuurde accu bij de eigenaar of verhuurder. Deze valt niet onder de dekking van onze autoverzekering.” ANWB en Centraal Beheer verwoorden hetzelfde. Wie een gebruikte elektrische auto met huuraccu koopt en dat niet nagaat, loopt het risico dat bij een aanrijding de auto wel en de accu niet is verzekerd — terwijl de accu het duurste deel is.
- Controleer in de koopovereenkomst of het kentekenbewijs of de accu is meegekocht of gehuurd.
- Is de accu gehuurd, vraag dan bij de verhuurder op welke verzekering op de accu van toepassing is en wat die dekt.
- Meld bij uw autoverzekeraar dat de accu niet in de cataloguswaarde zit, zodat u niet betaalt voor een dekking die u niet krijgt en zodat er bij schade geen misverstand ontstaat.
- Ga na wat er gebeurt bij total loss: wie krijgt de accu, wie draagt de restschuld van het huurcontract en wie meldt het contract af.
Laadkabel, laadpaal en wandlader: autoverzekering of woonverzekering?
De laadinfrastructuur is het punt waar de autoverzekering en de woonverzekering elkaar raken, en waar dubbele of ontbrekende dekking het makkelijkst ontstaat. De hoofdlijn die wij bij de gelezen verzekeraars aantreffen, is als volgt.
| Wat | Waar het doorgaans onder valt | Wat wij letterlijk aantroffen |
|---|---|---|
| Meegeleverde laadkabel | Autoverzekering, cascodekking | Univé: „Beschadigingen aan of diefstal van uw laadkabel is meeverzekerd” (WA plus en allrisk; bij WA niet). Interpolis: „Laadkabels zijn standaard als accessoire verzekerd op onze autoverzekering” |
| Vaste laadpaal of laadbox bij de woning | Opstalverzekering | Univé: „Laadpalen of -boxen voor een elektrische auto zijn verzekerd met de opstalverzekering”, en het maakt daarbij niet uit of de paal los staat of aan de woning vastzit. Interpolis: een laadpaal die aan de woning vastzit valt onder de woonhuisverzekering. ANWB: „Een laadpaal aan huis valt niet onder de dekking van de ANWB Autoverzekering” |
| Mobiele thuislader of losse wandlader | Inboedelverzekering | Univé rekent de mobiele thuislader tot de inboedel. Interpolis: „Een losstaande laadpaal verzeker je met onze inboedelverzekering” |
| Laadpaal zonder woonverzekering | Soms de autoverzekering | Univé vermeldt dat de laadpaal bij huis of mobiele thuislader alleen op de elektrische autoverzekering is meeverzekerd als er geen dekking via de woonverzekering bestaat |
Er is één nuance die u niet over het hoofd moet zien. Bij een WA-dekking is de laadkabel bij Univé niet verzekerd; die dekking begint pas bij WA plus. Rijdt u een oudere elektrische auto op een kale WA-polis en laadt u regelmatig op openbare palen, dan draagt u het risico van kabeldiefstal zelf. Over hoe vaak laadkabels in Nederland worden gestolen, hebben wij geen openbare, uitgesplitste cijfers gevonden; de politiestatistiek kent geen aparte categorie voor laadkabels.
Brandrisico: wat de cijfers wél en niet zeggen
Over dit onderwerp wordt veel beweerd en weinig onderbouwd. Wij beginnen daarom met wat er niet bekend is.
Het toenmalige IFV, inmiddels opgegaan in het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), schreef in 2021 in het rapport „Brandveiligheid van parkeergarages met elektrisch aangedreven voertuigen”: „De kans op het ontstaan van brand in een geparkeerd elektrisch aangedreven voertuig in een parkeergarage is waarschijnlijk niet groter dan die in een voertuig dat wordt aangedreven door fossiele brandstoffen.” In hetzelfde rapport staat echter ook: „Betrouwbare datasets over het ontstaan van en de kans op branden in elektrisch aangedreven voertuigen ontbreken.” Beide zinnen horen bij elkaar. Wie u vertelt dat elektrische auto’s vaker of juist veel minder vaak in brand vliegen dan benzineauto’s, kan dat voor Nederland niet hard maken.
Wat wél wordt geteld, zijn incidenten. Het NIPV houdt samen met de Teams Brandonderzoek van de veiligheidsregio’s een landelijke database bij van incidenten met alternatief aangedreven voertuigen. In 2024 ging het om 356 incidenten waarbij de brandweer ter plaatse kwam: 135 ongevallen en 221 branden, een toename van ongeveer 10 procent ten opzichte van 2023. Bij de 135 ongevallen waren 141 voertuigen betrokken, waarvan 46,1 procent volledig elektrisch en 51,1 procent (plug-in)hybride. Bij zeven van die ongevallen ontstond brand in het voertuig; in twee gevallen was de accu daarbij betrokken. Bij de 221 branden waren 241 voertuigen betrokken; van de 239 voertuigen met een accupakket was in 23,3 procent van de gevallen de accu betrokken bij de brand. In 46 gevallen stond een elektrisch voertuig aan een laadpunt; in 17 daarvan was de accu bij de brand betrokken.
Wat wel anders is, is het brandverloop. Brandweer Nederland schrijft dat branden met elektrische voertuigen afwijken in verloop en duur, dat er toxische verbrandingsproducten vrijkomen die vluchten en blussen bemoeilijken, en dat opladen in een garage een extra risico toevoegt bovenop het enkel parkeren. Het NIPV beschrijft het onderliggende mechanisme: door elektrische, mechanische of thermische beschadiging kan een cel in een „thermal runaway” raken, waarbij de temperatuur oploopt en een brandbaar en giftig gasmengsel vrijkomt, dat vervolgens naburige cellen kan meenemen. Zo’n proces houdt zichzelf in stand tot alle energie uit de accu is verdwenen, en na blussen kan de accu opnieuw opwarmen en herontsteken.
De praktijk in parkeergarages
Juist die eigenschap maakt een parkeergarage lastig. Een brandend voertuig gecontroleerd laten uitbranden — buiten een gangbare aanpak — kan daar niet, omdat langdurige hitte de constructie aantast en de rookontwikkeling enorm is. En de standaardoplossing voor langdurige koeling, het onderdompelen van het voertuig in een dompelcontainer, past niet in een garage: de doorrijhoogte en de ruimte zijn te beperkt. Het voertuig moet dus eerst naar buiten.
Het NIPV waarschuwde in januari 2025 via de NOS dat de brandveiligheid van parkeergarages in het geding komt als garages niet beter op elektrische auto’s worden ingericht; lector Nils Rosmuller stelde dat de huidige inrichting niet houdbaar is wanneer de helft van het wagenpark elektrisch is. In datzelfde bericht werd gemeld dat de brandweer elektrische auto’s steeds vaker uit parkeergarages weert, zoals bij de TU Delft. Het Verbond van Verzekeraars publiceerde met Brandweer Nederland voorlichting over brandveiligheid en laadpalen in parkeergarages en pleit ervoor brandveiligheid tot uitgangspunt te maken, omdat het Bouwbesluit primair op vluchtveiligheid is gericht.
Wat betekent dit voor u? Woont u in een appartement met een gemeenschappelijke garage, dan is dit vooral een zaak van de vereniging van eigenaars en de opstalverzekeraar van het gebouw, niet van uw autoverzekering. Wij hebben geen Nederlandse verzekeraar aangetroffen die in de autopolisvoorwaarden een uitsluiting hanteert voor het parkeren of laden van een elektrische auto in een parkeergarage. Wel is het verstandig om bij een gemeenschappelijke garage na te gaan of de opstalverzekeraar van het gebouw is geïnformeerd over de laadvoorzieningen; Brandweer Nederland noemt het informeren van verzekeraars uitdrukkelijk als organisatorische maatregel.
Bergen, dompelen en stallen na een aanrijding
De nasleep van een schade verloopt bij een elektrische auto anders, en dat is een kostenpost waar veel mensen pas achter komen wanneer het gebeurt.
Wanneer de brandweer na een ongeval of brand niet kan uitsluiten dat het accupakket instabiel is, moet het voertuig onder controle worden gehouden. De gangbare methode is onderdompeling in een dompelcontainer, waarna de temperatuur van de accu stabiliseert en herontsteking uitblijft. Uit de NIPV-cijfers over 2024 blijkt hoe vaak dat gebeurt: bij 29 van de 221 branden werd het voertuig ondergedompeld, in 13 gevallen werd het alleen in een dompelcontainer vervoerd zonder onderdompeling, en bij 17 branden bleef onbekend of daadwerkelijk is ondergedompeld hoewel er wel een container werd ingezet. Na een ongeval — dus zonder brand — werd het voertuig in drie gevallen in een dompelcontainer afgevoerd.
In een parkeergarage is dat allemaal veel ingewikkelder. Het NIPV onderzocht in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland hoe een elektrisch voertuig na een batterij-incident veilig uit een parkeergarage kan worden gehaald, en publiceerde daarover op 22 april 2025 het rapport „Berging elektrische voertuigen na incidenten in parkeergarages”. De onderzoekers vergeleken vier bergingsmethoden — dolly’s, takelwagens met takelbrillen, blusrobots en bergingsrobots — langs zeven criteria, waaronder wendbaarheid binnen een parkeerwegbreedte van 6,62 meter, een maximale hoogte van 2,10 meter, grip op een natte helling van 24 procent en bediening op afstand. De bergingsrobot kwam als meest geschikte optie uit de analyse. Het NIPV tekent daarbij aan dat de aanschaf en inzet van zulke robots nog nadere uitwerking vraagt van bergers, garage-eigenaren en exploitanten.
Voor u is de praktische vraag: wie betaalt de nasleep? Sleepkosten na een ongeval vallen bij een WA-dekking doorgaans onder de verzekering, ongeacht schuld. Voor het stallen van een voertuig geldt bij bergingsbedrijven vaak dat de eerste dagen in de bergingskosten zijn inbegrepen en dat de kosten daarna voor de eigenaar zijn. Bij een elektrische auto die in quarantaine moet blijven staan omdat de accu nog niet stabiel is verklaard, kan die periode langer duren dan bij een gewone auto. Wij hebben geen openbare, controleerbare Nederlandse tariefstelling voor quarantainestalling van beschadigde elektrische auto’s gevonden, en noemen daarom geen bedragen. Wat wij u wel aanraden, is dit vooraf bij uw verzekeraar of adviseur na te vragen: hoe lang worden stallingskosten vergoed, en wat gebeurt er als een berger een accu pas na een aantal dagen veilig verklaart.
Schadeherstel en de eisen aan hoogvoltage-gecertificeerde bedrijven
Aan een elektrische auto mag niet iedereen werken. Het hoogvoltagesysteem moet spanningsvrij worden gezet en gecontroleerd voordat er aan de carrosserie kan worden gewerkt, en dat vraagt om opgeleid personeel en de juiste uitrusting. In Nederland is de gangbare norm daarvoor NEN 9140, „Veilig werken aan e-voertuigen”, waarvan in 2024 een herziene versie verscheen. De norm stelt eisen aan het wegnemen van elektrische gevaren en bevat, wat voor dit onderwerp relevant is, ook voorschriften voor de veilige opslag van (vermoedelijk) beschadigde e-voertuigen en van elektrisch gevaarlijke onderdelen. NEN 9140 onderscheidt kwalificatieniveaus voor medewerkers en vraagt om periodieke herhaling van de opleiding.
Verzekeraars vertalen dat naar hun schadeafhandeling. Interpolis schrijft op de productpagina voor de elektrische autoverzekering dat elektrische auto’s worden hersteld door „een merk-erkend schadeherstelbedrijf met NEN9140-certificaat”. De ANWB verwijst naar het eigen schadeherstelnetwerk. Naast NEN 9140 bestaat er een branchenorm voor complex herstel: FOCWA en BOVAG ontwikkelden de Plusnorm Autoschadeherstel, gericht op bedrijven die zijn gespecialiseerd in complexe en veiligheidskritische schades aan moderne voertuigen, waaronder schade aan hoogvoltagesystemen, rijhulpsystemen (ADAS), geavanceerde carrosseriestructuren en datanetwerken. Certificering vereist aantoonbare expertise in vakmanschap, apparatuur en herstel volgens de richtlijnen van de fabrikant. Die norm is niet verplicht: een schadeherstelbedrijf kiest zelf of het zich in dit segment specialiseert.
Voor u heeft dit twee gevolgen. Ten eerste kan de keuze van hersteller financiële consequenties hebben: bij verschillende verzekeraars geldt een hoger of extra eigen risico wanneer u een niet-aangesloten schadeherstelbedrijf kiest. Ten tweede kan de doorlooptijd langer zijn dan u gewend bent, omdat er minder bedrijven zijn die het werk mogen doen en omdat onderdelen van elektrische modellen niet altijd op voorraad liggen. Univé regelt voor dat laatste geval expliciet dat, wanneer een beschadigd onderdeel niet leverbaar is, maximaal tweemaal de laatst bekende aankoopprijs van dat onderdeel wordt vergoed, vastgesteld in overleg met een expert.
Gewicht en WA-aansprakelijkheid
De aansprakelijkheidsdekking gaat over schade die u aan anderen toebrengt, en juist daar telt gewicht op een andere manier mee dan bij de cascodekking. SWOV vond in rapport R-2024-5 dat bij botsingen tussen personen- en bestelauto’s onderling een hoger gewicht gunstig is voor de inzittenden van het zwaardere voertuig, maar juist ongunstig voor de tegenpartij. Het effect is het sterkst bij de combinatie van een licht voertuig dat botst met een zwaar voertuig. Bij botsingen met kwetsbare verkeersdeelnemers — fietsers en voetgangers — en met motorrijders lag de ernst voor de tegenpartij gemiddeld veel hoger dan bij botsingen tussen twee auto’s, en mogelijk nam die ernst verder toe naarmate het betrokken voertuig zwaarder was.
Het Verbond van Verzekeraars legt dezelfde verbinding in zijn jaarbericht over 2025: zwaardere voertuigen veroorzaken bij een ongeval vaak meer schade en ernstiger letsel, wat samen met stijgende letselschadekosten drukt op het resultaat van de WA-autoverzekering. Dat is niet louter een technische opmerking. Letselschade is de duurste schadesoort die een aansprakelijkheidsverzekering kent, en de rekening daarvan komt bij de WA-premie terecht.
Tegelijk is de andere helft van het SWOV-verhaal even belangrijk: zwaardere voertuigen waren mínder vaak bij ongevallen betrokken, en elektrische voertuigen ook. De gevolgen wanneer het misgaat zijn dus zwaarder, terwijl het volgens deze cijfers minder vaak misgaat. SWOV benadrukt dat het onderzoek geen uitspraken doet over oorzaken. Wij nemen die terughoudendheid over: er is geen Nederlandse publicatie die vertaalt wat dit per saldo betekent voor de WA-premie van één specifieke elektrische auto.
Plug-in hybrides: een categorie apart
Een plug-inhybride is verzekeringstechnisch geen halve elektrische auto, maar een eigen categorie. Hij heeft een verbrandingsmotor én een accupakket, is daardoor zwaar, en de bestuurder wisselt tussen twee aandrijfvormen. Op 1 januari 2026 reden er in Nederland 523.773 plug-inhybrides — het snelst groeiende segment van het wagenpark, met bijna 40 procent groei in één jaar.
In de NIPV-cijfers over 2024 vallen plug-inhybrides op. Van de 141 voertuigen die bij ongevallen betrokken waren, was 51,1 procent (plug-in)hybride tegen 46,1 procent volledig elektrisch. Bij de branden was 51,9 procent (plug-in)hybride tegen 47,3 procent volledig elektrisch. Dat zijn aandelen binnen de groep alternatief aangedreven voertuigen, geen kansen: hoe die verhoudingen zich verhouden tot het aantal plug-inhybrides op de weg, rekent het NIPV niet uit.
Er circuleert daarnaast een Nederlandse claim die u vaker zult tegenkomen. Onderzoeksbureau Trend-RX stelde in juni 2025 op basis van eigen analyse van autoschadedata dat bestuurders van plug-inhybrides per gereden kilometer 12 procent meer schadegevallen hebben dan bestuurders van benzine- of dieselauto’s, en volledig elektrische auto’s 10 procent meer dan benzineauto’s. Onderzoeker Arno Onink verklaarde dat uit het feit dat plug-inhybrides zwaar en krachtig zijn en dat bestuurders zich daar niet van bewust zouden zijn, en voorspelde dat de premie voor plug-inhybrides tot 50 procent kan stijgen.
Wat u praktisch kunt onthouden over de plug-inhybride: het accupakket is kleiner en daarmee goedkoper te vervangen dan bij een volledig elektrische auto, maar de auto heeft alle onderhouds- en schadegevoeligheden van een verbrandingsmotor er nog bij. Bij de acceptatie en het tarief wordt hij bij verschillende verzekeraars als een gewone auto behandeld, met het bijbehorende gewicht en de bijbehorende cataloguswaarde. De uitsluitingen rond capaciteitsverlies gelden ook hier: Univé sluit „capaciteitsverlies van een hoogvoltage accu van een elektrische of hybride auto” uit, dus met zoveel woorden ook bij hybrides.
Fiscale en subsidieregels, voor zover ze uw verzekering raken
Belastingen en subsidies zijn geen verzekeringsonderwerp, maar ze raken de verzekering via twee routes: ze veranderen wat een auto waard is, en ze veranderen wie er een koopt. Drie ontwikkelingen zijn hier van belang.
De aanschafsubsidie is gestopt
De Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland liep van 2020 tot 2025 en is definitief gesloten. Aanvragen konden tot 27 december 2024 worden ingediend. In het laatste jaar bedroeg de subsidie 2.950 euro voor een nieuwe elektrische personenauto en 2.000 euro voor een gebruikte. Er is geen opvolger aangekondigd. Dat is voor uw verzekering indirect van belang: subsidies drukken de prijs die u betaalt, maar niet de cataloguswaarde waarop een verzekeraar zijn tarief en zijn nieuwwaarderegeling baseert.
De motorrijtuigenbelasting en het gewichtsvraagstuk
Omdat de motorrijtuigenbelasting op gewicht is gebaseerd, betaalt een zwaardere elektrische auto in beginsel meer. Om dat te compenseren geldt sinds 1 januari 2026 een korting van 30 procent op het reguliere mrb-tarief voor emissievrije personenauto’s, die loopt tot en met 2028. In 2029 wordt de korting 25 procent en vanaf 2030 vervalt zij. In 2025 gold nog een korting van 75 procent en in 2024 betaalden emissievrije auto’s helemaal geen mrb. De korting geldt voor waterstof- en elektrische personenauto’s, niet voor elektrische bestelauto’s en niet voor plug-inhybrides.
De relevantie voor dit onderzoek is dat de wetgever hiermee erkent wat verzekeraars in hun tarief al verwerken: elektrische auto’s zijn zwaarder, en gewicht is een kostenfactor. De overheid corrigeert daarvoor met een tijdelijke korting; een verzekeraar doet dat niet.
De zakelijke kant
Voor een auto van de zaak geldt in 2026 een bijtelling van 18 procent over de eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde en 22 procent over het meerdere, waarna het tarief in stappen naar het algemene percentage toegroeit. Dat raakt uw verzekering niet rechtstreeks, maar het bepaalt wel welke auto’s in het zakelijke segment worden gekozen — en dat segment vult de tweedehandsmarkt van over drie tot vijf jaar. Voor de premie van gebruikte elektrische auto’s is dat op termijn relevanter dan de bijtelling zelf.
Wat wij niet hebben kunnen verifiëren
Bij dit onderwerp circuleren veel getallen zonder bron. Over de volgende punten hebben wij geen publieke, controleerbare gegevens gevonden, en wij noemen er daarom geen cijfers bij.
- De vraag of een elektrische auto vaker of minder vaak in brand vliegt dan een benzineauto. Het NIPV schrijft zelf dat betrouwbare datasets over de kans op brand in elektrisch aangedreven voertuigen ontbreken.
- Nederlandse schadefrequentie- en schadelastcijfers van autoverzekeringen, uitgesplitst naar aandrijflijn. Verzekeraars hebben die, maar publiceren ze niet. De cijfers in dit onderzoek over herstelkosten komen uit Duitsland (GDV) en het Verenigd Koninkrijk (Thatcham Research).
- Het premieverschil in euro’s tussen een elektrische auto en een vergelijkbare benzineauto bij dezelfde verzekeraar, dezelfde bestuurder en dezelfde dekking.
- De acceptatierichtlijnen van Nederlandse verzekeraars voor elektrische auto’s: of er modellen worden geweigerd, en op welke gronden. Acceptatierichtlijnen zijn geen openbaar stuk.
- Tarieven voor quarantainestalling van een beschadigde elektrische auto en de vraag hoeveel dagen daarvan standaard worden vergoed.
- Het aantal in Nederland gestolen of beschadigde laadkabels; de politiestatistiek kent hiervoor geen aparte categorie.
- Het onderzoek van Trend-RX naar schadegevallen bij plug-inhybrides: er is geen publicatie, dataset, periode of opdrachtgever bekend.
Dat betekent niet dat er over die punten niets te zeggen valt. Het betekent dat u er niet op kunt vertrouwen dat een getal dat u ergens over deze onderwerpen leest, ergens op gebaseerd is. Wat u wél kunt doen, is uw eigen situatie laten doorrekenen en de voorwaarden op de punten uit dit onderzoek naast elkaar leggen: de accu, de gehuurde accu, de laadkabel, de laadpaal, de eisen aan de hersteller en de vergoedingsregeling bij total loss. Dat zijn zes vragen die u in één gesprek kunt stellen. Bekijk bij onze externe partner het aanbod van verschillende verzekeraars.
Belangrijkste conclusies
- De aandrijflijn verandert de dekkingsvormen niet, maar wel de omvang en de aard van de schadelast.
- SWOV vond dat elektrisch aangedreven voertuigen per gereden kilometer minder vaak bij ongevallen betrokken waren dan fossiel aangedreven voertuigen, in elke gewichtsklasse.
- De Duitse GDV berekende dat cascoschades van elektrische auto’s 15 tot 20 procent duurder uitvallen en 10 tot 15 procent minder vaak voorkomen dan bij vergelijkbare verbrandingsmotoren; dat zijn Duitse cijfers, geen Nederlandse.
- Een auto van bouwjaar 2024 met stekker woog volgens het CBS gemiddeld 1.875 kilo tegen 1.217 kilo voor een benzineauto.
- Zit de accu in de cataloguswaarde, dan is hij bij verschillende verzekeraars meeverzekerd; een gehuurde of geleasede accu valt er expliciet buiten.
- Capaciteitsverlies door slijtage en veroudering is in de voorwaarden die wij hebben gelezen uitgesloten van de cascodekking.
- De laadkabel hoort doorgaans bij de auto, de vaste laadpaal bij de opstalverzekering en de mobiele lader bij de inboedelverzekering.
- Het NIPV stelt dat betrouwbare gegevens over de kans op brand in een elektrische auto ontbreken; wie u iets anders vertelt, kan dat niet onderbouwen.
- Verschillende verzekeraars eisen herstel bij een bedrijf dat aantoonbaar veilig aan hoogvoltagesystemen kan werken, doorgaans volgens NEN 9140.
Vragen over dit onderwerp
Bronnen
Alle cijfers en juridische uitspraken in dit onderzoek zijn te herleiden tot de publicaties hieronder.
- CBS, Bijna kwart meer auto’s met elektromotor (cijfers per 1 januari 2026) (2026) — www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/15/bijna-kwart-meer-auto-s-met- geraadpleegd 2026-07-27
- CBS, Personenauto’s steeds langer, breder en zwaarder (2025) — www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/18/personenauto-s-steeds-langer geraadpleegd 2026-07-27
- RDW, Open Data RDW: Gekentekende voertuigen (dataset m9d7-ebf2), eigen berekening massa ledig voertuig (2026) — opendata.rdw.nl/Voertuigen/Open-Data-RDW-Gekentekende_voertu geraadpleegd 2026-07-27
- SWOV, Ongevallen met zwaardere voertuigen. Empirische relatie tussen voertuiggewicht, aandrijflijn en de frequentie en ernst van ongevallen (rapport R-2024-5) (2024) — open.overheid.nl/documenten/dpc-1a617fa7a07348acea2a27a30bf8 geraadpleegd 2026-07-27
- Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), Jaarrapportage 2024: incidenten met alternatief aangedreven voertuigen (2025) — nipv.nl/wp-content/uploads/2025/05/20250414-NIPV-Jaarrapport geraadpleegd 2026-07-27
- Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), Berging elektrische voertuigen na incidenten in parkeergarages (T. van Harn, B. Riemersma, T. Hessels), in opdracht van RVO (2025) — nipv.nl/wp-content/uploads/2025/05/20250422-NIPV-Berging-ele geraadpleegd 2026-07-27
- IFV / Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, Brandveiligheid van parkeergarages met elektrisch aangedreven voertuigen (2021) — nipv.nl/wp-content/uploads/2025/03/20210715-IFV-Brandveiligh geraadpleegd 2026-07-27
- Brandweer Nederland, Laadpaal elektrische auto’s (2026) — www.brandweer.nl/onderwerpen/laadpaal-elektrische-autos/ geraadpleegd 2026-07-27
- Verbond van Verzekeraars, Omzet verzekeringssector groeit in 2025 door toename pensioenmarkt, inflatie en een stijgende schadelast (2026) — www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/omzet-verzekeringsse geraadpleegd 2026-07-27
- Verbond van Verzekeraars, Veiligheid van accu’s en lithium-ion batterijen (2026) — www.verzekeraars.nl/verzekeringsthemas/klimaat-en-duurzaamhe geraadpleegd 2026-07-27
- GDV (Gesamtverband der Deutschen Versicherungswirtschaft), GDV-Studie: E-Autos und Verbrenner gleichen sich in Schadenhöhe und -häufigkeit an (2025) — www.gdv.de/gdv/medien/medieninformationen/gdv-studie-e-autos geraadpleegd 2026-07-27
- Thatcham Research, Thatcham Research’s Electric Vehicle Blueprint could prevent growing numbers of unnecessary write-offs (2026) — news.thatcham.org/thatcham-researchs-electric-vehicle-bluepr geraadpleegd 2026-07-27
- Nationale-Nederlanden, Voorwaarden Module EV Accu Zekerheid (5085-40.2504), 23 april 2025 (2025) — www.nn.nl/voorwaarden-ev-accuzekerheid geraadpleegd 2026-07-27
- Univé, N.V. Univé Schade, Voorwaarden Autoverzekering, versie 6.3 (2026) — www.unive.nl/binaries/br/content/assets/particulier-sales/au geraadpleegd 2026-07-27
- Univé, Alles over de accu van je elektrische auto (2026) — www.unive.nl/autoverzekering/elektrische-auto/accu geraadpleegd 2026-07-27
- Univé, Laadpaal verzekeren met de opstalverzekering (2026) — www.unive.nl/woonverzekering/opstalverzekering/laadpaal-verz geraadpleegd 2026-07-27
- Centraal Beheer, Verzekeringsvoorwaarden Autoverzekering, december 2025 (2025) — www.centraalbeheer.nl/-/media/files/prive/verzekeringen/auto geraadpleegd 2026-07-27
- Centraal Beheer, Elektrische autoverzekering (2026) — www.centraalbeheer.nl/verzekeringen/autoverzekering/elektris geraadpleegd 2026-07-27
- Interpolis, Elektrische autoverzekering (2026) — www.interpolis.nl/verzekeren/autoverzekering/elektrische-aut geraadpleegd 2026-07-27
- ANWB, ANWB Elektrische Autoverzekering (2026) — www.anwb.nl/verzekeringen/autoverzekering/elektrische-auto geraadpleegd 2026-07-27
- ANWB, De accu van elektrische auto’s: dit moet je weten (2026) — www.anwb.nl/auto/elektrisch-rijden/techniek-en-onderhoud/acc geraadpleegd 2026-07-27
- NEN, NEN 9140, veilig werken aan e-voertuigen (versie 2024) (2024) — www.nen.nl/elektrotechniek/werkvoorschriften/e-voertuigen geraadpleegd 2026-07-27
- Kiwa, BOVAG Plusnorm Autoschadeherstel (certificering complex en veiligheidskritisch herstel) (2026) — www.kiwa.com/nl/nl/diensten/certificering/bovag-plusnorm-aut geraadpleegd 2026-07-27
- Renault Nederland, Batterijhuur / accuhuur bij gebruikte elektrische modellen, via Mobilize Financial Services (2026) — www.renault.nl/onderhoud/accuhuur.html geraadpleegd 2026-07-27
- Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) — definitief gesloten (2026) — www.rvo.nl/subsidies-financiering/sepp geraadpleegd 2026-07-27
- Ondernemersplein (Rijksoverheid), Langer korting motorrijtuigenbelasting auto’s zonder uitstoot (2026) — ondernemersplein.overheid.nl/wetswijzigingen/langer-korting- geraadpleegd 2026-07-27
- NOS, Brandveiligheid parkeergarages in geding door elektrische auto’s (2025) — nos.nl/artikel/2551284-brandveiligheid-parkeergarages-in-ged geraadpleegd 2026-07-27
- KNAC, Onderzoeksbureau: plug-in hybrides betrokken bij 12 procent meer schadegevallen per kilometer (over uitspraken van Trend-RX) (2025) — www.knac.nl/onderzoeksbureau-plug-in-hybrides-betrokken-bij- geraadpleegd 2026-07-27
Verder in dit kenniscluster
- de autoverzekeringwaar u de dekkingsvormen naast elkaar ziet en een premie voor uw eigen auto kunt opvragen
- een elektrische auto verzekerenvoor de korte praktische samenvatting van de aandachtspunten uit dit onderzoek
- welke factoren de premie bepalenvoor het volledige beeld van alle premiefactoren, waarvan de aandrijflijn er één is
- dagwaarde, nieuwwaarde en aanschafwaardeomdat de vergoedingsregeling bepaalt wat u krijgt wanneer accuschade tot total loss leidt
- WA, WA plus of allriskomdat accu en laadkabel bij verschillende verzekeraars pas vanaf beperkt casco zijn meeverzekerd
- de woonhuisverzekeringomdat een vaste laadpaal bij de woning doorgaans daar thuishoort en niet op de autoverzekering
- de inboedelverzekeringomdat een losse mobiele thuislader bij verschillende verzekeraars tot de inboedel wordt gerekend
- de wetenschap achter risico-inschattingvoor de statistische basis onder differentiatie naar gewicht, waarde en aandrijflijn
Zelf de premies bekijken?
Vergelijk vrijblijvend wat de verzekeraars voor uw situatie rekenen.
