Koeriersverzekeringen in Nederland: aansprakelijkheid, lading en dekking per soort bezorgwerk
Koerierswerk is de enige tak van het wegvervoer waarin bijna iedere ondernemer in zijn eentje rijdt, en tegelijk de tak met de meest gelaagde aansprakelijkheid. Uw voertuig, uw eigen schade en de lading van een ander vallen alle drie onder een ander regime, met eigen limieten en eigen uitsluitingen. Dit onderzoek zet die drie lagen naast elkaar en laat per soort bezorgwerk zien waar de verschillen zitten.
- 8.365koeriersbedrijven in Nederland, waarvan 7.175 met één werkzame persoonCBS StatLine, Bedrijven; bedrijfstak (SBI 53202) · 2026
- 16.816bedrijven met een vergunning voor beroepsgoederenvervoer op 1 januari 2026NIWO · 2026
- € 3,40maximale vergoeding per kilogram onder de AVC 2002 (artikel 13 lid 1)Stichting vervoeradres, Algemene Vervoercondities 2002 · 2002
- 447 miljoengrensoverschrijdende pakketten van en naar Nederland in 2025Autoriteit Consument & Markt, Post- en Pakketmonitor 2025 · 2026
In het kort
Een koeriersverzekering bestaat niet als één polis. Het is een stapel van drie: de wettelijk verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor het motorrijtuig, een vrijwillige cascodekking voor uw eigen voertuig, en een dekking voor de goederen die u voor anderen vervoert. Die laatste laag ontbreekt het vaakst, en juist daar zit het grootste bedrag.
De lading valt niet onder uw autoverzekering. Artikel 3, tweede lid van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen staat verzekeraars uitdrukkelijk toe de door het motorrijtuig vervoerde zaken van de verplichte dekking uit te sluiten. Iedere Nederlandse WA-polis maakt van die ruimte gebruik. Wat u vervoert is dus altijd een aparte verzekeringsvraag.
Als vervoerder bent u tegenover uw opdrachtgever aansprakelijk, maar begrensd. Binnen Nederland geldt onder de Algemene Vervoercondities 2002 een limiet van € 3,40 per kilogram; onder de speciale koeriersvoorwaarden van Stichting vervoeradres is dat vervangen door maximaal € 454 per zending. Bij internationaal vervoer geldt het CMR-verdrag met 8,33 bijzondere trekkingsrechten per kilogram. Die bedragen liggen in de meeste gevallen ver onder de werkelijke waarde van de zending.
Rijdt u tegen betaling voor derden, dan is een vervoersvergunning van de NIWO in de meeste gevallen verplicht, ook voor een gewone bestelbus. De grens ligt niet bij 3.500 kilogram maar bij een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of een toegestane maximummassa van meer dan 2.500 kilogram. Rijden zonder die vergunning is een overtreding en kan in polisvoorwaarden een dekkingsprobleem opleveren.
De koeriersmarkt bestaat vrijwel geheel uit eenmansbedrijven. Van de 8.365 koeriersbedrijven die het CBS medio 2026 telt, hebben er 7.175 één werkzame persoon. Dat maakt de vraag naar arbeidsongeschiktheid, schijnzelfstandigheid en continuïteit voor deze groep minstens zo zwaar als de vraag naar cascodekking.
Waarom koerierswerk een eigen verzekeringsvraag is
Koerierswerk lijkt van buitenaf op gewoon zakelijk autorijden. Verzekeringstechnisch is het dat niet. U maakt veel meer stops per uur dan een gemiddelde bestelautorijder, u parkeert vaker kort en op lastige plekken, u werkt met tijdvensters die druk opleveren, en u heeft in uw laadruimte vrijwel altijd eigendom van iemand anders. Elk van die vier kenmerken raakt een ander deel van uw verzekeringspakket, en ze laten zich niet met één polis afdekken.
Daar komt bij dat de sector uitzonderlijk kleinschalig is. Het CBS telt in het derde kwartaal van 2026 8.365 bedrijven in de categorie koeriers, waarvan er 7.175 één werkzame persoon hebben en 7.805 een natuurlijk persoon als rechtsvorm kennen, dus een eenmanszaak. In het bredere goederenwegvervoer zijn dat 19.990 bedrijven, waarvan 14.025 met één werkzame persoon. De gemiddelde koerier is dus geen transportonderneming met een risicomanager, maar één persoon met één bus die zelf moet uitzoeken hoe de aansprakelijkheid in elkaar zit.
Tegelijk groeit het volume. De Autoriteit Consument & Markt telde in 2025 447 miljoen grensoverschrijdende pakketten, 7,4 procent meer dan het jaar ervoor; het binnenlandse pakketvolume groeide met 0,9 procent. Van alle pakketten werd 82,2 procent thuisbezorgd. Het aantal pakketkluizen bijna verdubbelde tot 9.309. Meer zendingen betekent meer stops, meer overdrachtsmomenten en meer gelegenheden waarop iets misgaat.
De duurste schade van een koerier zit zelden in het voertuig en bijna altijd in de laadruimte.
Twee soorten aansprakelijkheid: het voertuig en de lading
De meeste onduidelijkheid in dit vakgebied komt voort uit één misverstand: dat de verplichte autoverzekering ook iets doet met de spullen die u vervoert. Dat is niet zo, en dat is geen keuze van uw verzekeraar maar een gevolg van hoe de wet is opgezet.
Aansprakelijkheid voor het motorrijtuig (WAM)
De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen verplicht u om de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te verzekeren waartoe uw voertuig in het verkeer aanleiding kan geven. Die dekking beschermt anderen: de bestuurder die u aanrijdt, de fietser die u raakt, de gevelplaat die u meeneemt. De minimaal verzekerde bedragen staan in het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en zijn per 23 december 2023 verhoogd naar € 6.450.000 per gebeurtenis voor personenschade en € 1.300.000 per gebeurtenis voor zaakschade, als uitvloeisel van de zesde Europese richtlijn motorrijtuigenverzekering.
Diezelfde wet zegt in artikel 3, tweede lid, iets wat voor koeriers cruciaal is: "de zaken, door dat motorrijtuig vervoerd, kunnen van de verzekering worden uitgesloten". De wetgever heeft de vervoerde lading dus bewust buiten de verplichte dekking gelaten. In de praktijk maken Nederlandse motorrijtuigenverzekeraars van die ruimte gebruik. Wat u in uw laadruimte heeft staan, is verzekeringstechnisch geen onderdeel van uw auto.
Aansprakelijkheid voor de lading
Zodra u goederen van een ander vervoert, sluit u een vervoerovereenkomst. Daaruit vloeit een eigen aansprakelijkheid voort: u moet de zaken afleveren in de staat waarin u ze heeft ontvangen. Die verplichting staat voor binnenlands wegvervoer in artikel 8:1095 van het Burgerlijk Wetboek en wordt in de praktijk ingevuld door de Algemene Vervoercondities 2002, en bij grensoverschrijdend vervoer door het CMR-verdrag. Deze aansprakelijkheid verzekert u met een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering, ook wel AVC- of CMR-verzekering genoemd.
Het onderscheid is niet academisch. De twee aansprakelijkheden hebben een andere grondslag, een andere verzekerde som, een andere verjaringstermijn en een andere partij die u aanspreekt. Bij de WAM is dat het slachtoffer of diens verzekeraar; bij de vervoerovereenkomst is dat uw opdrachtgever of de goederenverzekeraar van de eigenaar van de lading, die na uitkering in diens rechten treedt.
Vervoerdersaansprakelijkheid onder de AVC 2002
De Algemene Vervoercondities 2002, uitgegeven door Stichting vervoeradres, zijn de standaardvoorwaarden voor binnenlands wegvervoer. Ze gelden niet automatisch: ze moeten van toepassing zijn verklaard, in de praktijk via een vermelding op de vrachtbrief. Artikel 3 AVC bepaalt dat de condities bij internationaal vervoer aanvullend gelden naast het CMR-verdrag.
Wanneer bent u aansprakelijk?
Artikel 10 lid 1 AVC legt de kern vast: de vervoerder is, behoudens overmacht, aansprakelijk voor schade aan of verlies van de zaken en voor vertragingsschade. Overmacht is in artikel 1 lid 6 gedefinieerd als omstandigheden die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. Dat is een strengere maatstaf dan het dagelijkse spraakgebruik van overmacht. Artikel 10 lid 3 voegt daaraan toe dat u zich niet kunt beroepen op een gebrek aan uw eigen voertuig of materiaal: pech is uw risico, niet dat van uw opdrachtgever.
Daartegenover staat artikel 11 AVC met zeven bijzondere risico's waarvoor u niet aansprakelijk bent. Voor koeriers zijn vooral relevant: gebrekkige of ontbrekende verpakking, lading en stuwing door de afzender zelf, de aard van de goederen (breuk, bederf, uitdroging, lekkage), gebrekkige adressering, en hitte, koude of vochtigheid. Die laatste uitzondering geldt uitdrukkelijk niet wanneer is afgesproken dat u met een speciaal daarvoor ingericht voertuig rijdt. Artikel 12 lid 1 geeft u daarbij een bewijsvermoeden in de rug: maakt u aannemelijk dat de schade uit zo'n bijzonder risico kán zijn voortgekomen, dan wordt vermoed dat het ook zo is.
De limiet: € 3,40 per kilogram
Artikel 13 lid 1 AVC 2002 luidt: "De schadevergoeding die de vervoerder wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 9 lid 2 rustende verplichting is verschuldigd, is beperkt tot een bedrag van € 3,40 per kilogram; voor andere schade dan schade ten gevolge van verlies van of schade aan de zaken, zoals gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade, is de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet aansprakelijk." Lid 2 preciseert waarmee u rekent: het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of niet afgeleverde zaak.
Deze limiet is geen vondst van de verzekeraars maar sluit aan bij het wettelijke stelsel. Artikel 8:1105 BW bepaalt dat de schadevergoeding bij binnenlands wegvervoer is beperkt tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag; dat bedrag is bij besluit van 11 maart 1991 vastgesteld en komt uit op hetzelfde bedrag van € 3,40 per kilogram.
Vertraging, gevolgschade en termijnen
Vertragingsschade is apart begrensd. Artikel 13 lid 3 AVC beperkt die tot eenmaal de vracht, of tot tweemaal de vracht wanneer schriftelijk een afleveringstermijn is overeengekomen. Gevolgschade, bedrijfsstilstand en immateriële schade zijn onder de AVC in het geheel uitgesloten. Voor een koerier die net te laat is bij een productielijn die stilvalt, is dat een belangrijke bescherming.
Let ook op de termijnen. Artikel 15 AVC bepaalt dat zichtbare schade bij of dadelijk na aanneming schriftelijk moet worden voorbehouden, en niet-zichtbare schade binnen één week; gebeurt dat niet, dan wordt u geacht in goede staat te hebben afgeleverd. Artikel 28 AVC stelt de verjaringstermijn op één jaar. Dat is kort, zeker als een discussie met een opdrachtgever maandenlang doorsuddert.
Wanneer vervalt de limiet?
Artikel 14 AVC gaat over opzet en bewuste roekeloosheid, en de formulering is subtiel: een handeling of nalaten "van wie ook, behalve van de vervoerder zelf", verricht met opzet of roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de vervoerder níet het recht zich op de beperking te beroepen. Met andere woorden: onder de AVC doorbreekt alleen gedrag van de vervoerder zélf de limiet, niet dat van een chauffeur in loondienst of een ingeschakelde onderaannemer.
Hoe streng die maatstaf is, blijkt uit rechtspraak van de Hoge Raad. In het arrest van 5 januari 2001 ging het om een chauffeur die een container met diefstalgevoelige kleding al op vrijdagavond ophaalde en het hele weekend op een verlaten, onbeveiligd industrieterrein aan de openbare weg liet staan, twee kilometer van zijn huis. Het hof noemde dat roekeloos. De Hoge Raad vernietigde dat oordeel en formuleerde de maatstaf zo: van bewust roekeloos gedrag is pas sprake wanneer degene die zich zo gedraagt het gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich verwezenlijkt aanzienlijk groter is dan de kans dat dat niet gebeurt, en zich daardoor tóch niet laat weerhouden. Dat "behoren te weten" onvoldoende is, maakt doorbreking in de praktijk zeldzaam.
Hoge Raad 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9308 (NJ 2001/391), rechtsoverweging 3.4.2.
De koeriersvoorwaarden: € 454 per zending in plaats van € 3,40 per kilo
Voor koeriersdiensten bestaat een aparte set voorwaarden die veel bezorgers niet kennen: de SVA Algemene Koeriersvoorwaarden, in de praktijk afgekort tot AVK. Ze zijn door Stichting vervoeradres opgesteld als deelmarktvoorwaarden bovenop de AVC 2002 en zijn afgestemd op werk waarbij snelheid en een afgesproken aflevermoment de kern van de opdracht vormen.
Het verschil met de AVC is fundamenteel. Waar de AVC de aansprakelijkheid beperkt tot € 3,40 per kilogram, verhogen de koeriersvoorwaarden die juist. Stichting vervoeradres schrijft daarover: "De aansprakelijkheid van de koerier is in deze voorwaarden vermeerderd ten opzichte van de wettelijke aansprakelijkheidslimiet. Per zending is de schadevergoeding maximaal € 454,-." Voor lichte, kostbare zendingen, wat nu juist de kern van koerierswerk is, is dat een aanzienlijke verzwaring: die doos van twee kilo levert onder de AVC € 6,80 op en onder de koeriersvoorwaarden € 454.
De regeling zit als volgt in elkaar. Is de zending beschadigd maar nog bruikbaar, dan vergoedt de koerier de schade aan de zending tot maximaal € 454 per zending (artikel 5 lid 1). Is de zending niet afgeleverd of niet meer bruikbaar, dan komt daar bovenop maximaal tweemaal de vracht en is de vracht zelf niet verschuldigd (artikel 5 lid 2). Bij te late aflevering vervalt de vracht en is de koerier aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade tot tweemaal de vracht (artikel 5 lid 3). De vertragingsbepalingen van de AVC, artikel 9 lid 3 en artikel 13 lid 3, zijn uitdrukkelijk buiten toepassing verklaard.
Er zit één formele valkuil in. Omdat de koeriersvoorwaarden de aansprakelijkheid verzwaren ten opzichte van artikel 8:1095 BW, is die verzwaring op grond van artikel 8:1102 BW nietig tenzij zij is vastgelegd in een afzonderlijk geschrift dat de vervoerovereenkomst bevat. Stichting vervoeradres lost dat op door de tekst van artikel 5 letterlijk op de koeriersvrachtbrief af te drukken. Werkt u met een eigen digitale bon zonder die tekst, dan bestaat het risico dat de afwijking geen stand houdt. Voor een verzekeraar is dit relevant, omdat een polis doorgaans dekt wat u volgens de overeengekomen condities verschuldigd bent.
Internationaal vervoer: het CMR-verdrag
Rijdt u de grens over, dan verandert het speelveld. Het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, kortweg CMR, geldt volgens artikel 1 dwingend zodra de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in twee verschillende landen liggen en ten minste één daarvan partij is bij het verdrag. Dat gaat automatisch: u hoeft het niet af te spreken en u kunt het volgens artikel 41 ook niet wegcontracteren. Ieder beding dat direct of indirect van het verdrag afwijkt, is nietig.
De aansprakelijkheidsstructuur lijkt op die van de AVC en is er historisch ook het voorbeeld van. Artikel 17 maakt de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies, beschadiging en vertraging, met ontheffing bij schuld van de rechthebbende, diens instructies, een eigen gebrek van de goederen of omstandigheden die de vervoerder niet kon vermijden. Artikel 3 maakt hem aansprakelijk voor daden en nalatigheden van zijn ondergeschikten en van alle andere personen van wie hij zich bedient, dus ook van een ingeschakelde onderaannemer.
8,33 rekeneenheden per kilogram
De limiet staat in artikel 23 lid 3: de schadevergoeding bedraagt niet meer dan 8,33 rekeneenheden per kilogram ontbrekend brutogewicht. Die rekeneenheid is het bijzondere trekkingsrecht van het Internationaal Monetair Fonds, in de praktijk aangeduid als SDR. Artikel 23 lid 7 bepaalt dat het bedrag wordt omgerekend in de nationale munteenheid van het gerecht waarvoor de vordering aanhangig is, tegen de waarde op de datum van het vonnis of een door partijen overeengekomen datum.
Dat laatste is belangrijk om te begrijpen: de CMR-limiet is géén vast eurobedrag. De koers van het bijzondere trekkingsrecht wisselt dagelijks en wordt door het Internationaal Monetair Fonds gepubliceerd. Reken bij internationaal vervoer daarom nooit met een uit het hoofd geleerd bedrag per kilo. Wij hebben voor dit onderzoek geen openbaar toegankelijke, controleerbare koers op peildatum kunnen ophalen en noemen daarom bewust geen eurobedrag.
Waar de CMR strenger is dan de AVC
Op drie punten pakt het CMR-verdrag voor de vervoerder ongunstiger uit. Ten eerste doorbreekt artikel 29 de limiet niet alleen bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld van de vervoerder zelf, maar uitdrukkelijk ook bij die van zijn ondergeschikten en van anderen van wier diensten hij zich bedient. Onder de AVC blijft dat bij de vervoerder zelf. Ten tweede kent artikel 30 eigen protesttermijnen: zichtbare schade moet uiterlijk bij de aflevering worden voorbehouden, niet-zichtbare schade binnen zeven dagen na aflevering met zon- en feestdagen niet meegerekend, en bij vertraging is schadevergoeding alleen verschuldigd als binnen eenentwintig dagen schriftelijk voorbehoud is gemaakt. Ten derde verlengt artikel 32 de verjaringstermijn van één jaar naar drie jaar in geval van opzet of daarmee gelijkgestelde schuld.
Voor koelvervoer geldt bovendien artikel 18 lid 4: rijdt u met een speciaal ingericht voertuig om de goederen aan hitte, koude of vochtigheid te onttrekken, dan kunt u zich alleen op de bijbehorende ontheffingsgrond beroepen als u bewijst dat u alle maatregelen heeft genomen ten aanzien van de keuze, het onderhoud en het gebruik van die installatie en dat u zich naar de bijzondere instructies heeft gericht. De AVC kent in artikel 12 lid 3 een spiegelbeeldige bepaling. In beide gevallen komt het aan op registratie: zonder temperatuurlogboek of uitleesbare datalogger is dat bewijs vrijwel niet te leveren.
AVC en CMR naast elkaar
| Onderwerp | AVC 2002 (binnenlands) | CMR-verdrag (internationaal) |
|---|---|---|
| Toepassing | Alleen als partijen ze van toepassing verklaren, meestal via de vrachtbrief | Dwingend zodra vertrek- en aankomstland verschillen (art. 1); afwijking nietig (art. 41) |
| Grondslag aansprakelijkheid | Aansprakelijk behoudens overmacht (art. 10 lid 1) | Aansprakelijk voor verlies, beschadiging en vertraging behoudens de ontheffingsgronden (art. 17) |
| Aansprakelijk voor hulppersonen | Ja, gelijk aan eigen gedragingen (art. 10 lid 2) | Ja, ook voor anderen van wie de vervoerder zich bedient (art. 3) |
| Limiet bij verlies of schade | € 3,40 per kilogram (art. 13 lid 1) | 8,33 bijzondere trekkingsrechten per kilogram (art. 23 lid 3) |
| Peilgewicht | Gewicht op de vrachtbrief (art. 13 lid 2) | Brutogewicht van het ontbrekende deel (art. 23 lid 3) |
| Vertragingsschade | Eenmaal de vracht, tweemaal bij schriftelijk overeengekomen termijn (art. 13 lid 3) | Maximaal de vrachtprijs (art. 23 lid 5) |
| Gevolgschade | Uitgesloten (art. 13 lid 1) | Alleen via bijzonder belang bij aflevering (art. 26) |
| Hogere waarde afspreken | Alleen via een afzonderlijk geschrift (art. 8:1102 BW) | Waardeaangifte tegen toeslag (art. 24) of bijzonder belang (art. 26) |
| Doorbreking van de limiet | Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid van de vervoerder zelf (art. 14) | Ook bij opzet of gelijkgestelde schuld van ondergeschikten (art. 29) |
| Protesttermijn niet-zichtbare schade | Eén week na aanneming (art. 15 lid 2) | Zeven dagen na aflevering, zon- en feestdagen niet meegerekend (art. 30 lid 1) |
| Protesttermijn bij vertraging | Eén week na aanneming (art. 15 lid 3) | Eenentwintig dagen nadat de goederen ter beschikking zijn gesteld (art. 30 lid 3) |
| Verjaring | Eén jaar (art. 28) | Eén jaar, drie jaar bij opzet of gelijkgestelde schuld (art. 32) |
Goederentransportverzekering of vervoerdersaansprakelijkheid?
Dit is de vraag waarop de meeste koeriers het antwoord schuldig blijven, terwijl het eigenlijk één simpele vraag is: wie is eigenaar van wat er in de laadruimte staat?
Bent u dat niet, dan gaat het om aansprakelijkheid. U vervoert het eigendom van een ander en u bent daarvoor aansprakelijk binnen de grenzen van de AVC, de koeriersvoorwaarden of de CMR. Een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering dekt precies dat: wat u volgens die condities verschuldigd bent. Niet meer. Blijft de eigenaar met een gat van tienduizenden euro's zitten, dan is dat geen tekortkoming van uw polis maar een gevolg van de limiet.
Bent u wél eigenaar, bijvoorbeeld omdat u handelsvoorraad, gereedschap of eigen apparatuur meeneemt, dan is er niemand die u aansprakelijk stelt. Dan gaat het om de waarde van de zaak zelf en past een goederentransportverzekering, ook wel cargo- of transportgoederenverzekering genoemd. Die beschermt het belang van de eigenaar, ongeacht of iemand schuld heeft.
| Verzekering | Beschermt | Verplicht? | Kernbeperking |
|---|---|---|---|
| WA-motorrijtuigen | Schade die u met het voertuig aan anderen toebrengt | Ja, wettelijk (WAM) | De vervoerde zaken mogen worden uitgesloten (art. 3 lid 2 WAM), en dat gebeurt in de praktijk |
| Beperkt casco (WA+) | Uw eigen voertuig bij onder meer diefstal, brand, storm en ruitschade | Nee | Geen dekking voor schade door eigen toedoen; eisen aan beveiliging verschillen per verzekeraar |
| Volledig casco (allrisk) | Ook schade aan uw eigen voertuig door een aanrijding of eigen schuld | Nee | Dekt nog steeds niet de lading |
| Vervoerdersaansprakelijkheid (AVC/CMR) | Wat u volgens de vervoercondities aan uw opdrachtgever verschuldigd bent | Nee, maar vaak geëist door opdrachtgevers | Vergoedt tot de conditielimiet per kilogram of per zending, niet de factuurwaarde |
| Goederentransportverzekering | De waarde van de goederen zelf, ook zonder aansprakelijke partij | Nee | Hoort bij de eigenaar van de lading; als vervoerder verzekert u hiermee alleen uw eigen goederen |
| Bedrijfsaansprakelijkheid (AVB) | Schade aan personen of zaken buiten het verkeer om, bijvoorbeeld bij laden en lossen | Nee | Motorrijtuigrisico en zuivere vermogensschade zijn doorgaans uitgesloten |
| Arbeidsongeschiktheidsverzekering | Uw inkomen als u door ziekte of ongeval niet kunt rijden | Nee | Wachttijd, eindleeftijd en beroepsomschrijving bepalen sterk wat u werkelijk ontvangt |
| Rechtsbijstand zakelijk | Juridische hulp bij geschillen met opdrachtgevers of over aansprakelijkheid | Nee | Wachttermijnen en uitsluitingen voor lopende geschillen |
Aansprakelijkheid verzekert wat u verschuldigd bent; een goederenverzekering verzekert wat iets waard is. Dat is niet hetzelfde bedrag.
In de praktijk werken grote verladers daarom met een eigen goederentransportverzekering en verhalen zij na uitkering wat volgens de condities te verhalen valt op de vervoerder. Dat verhaal komt bij uw vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering terecht. Voor u betekent dat: de limiet beschermt u, maar alleen als de condities aantoonbaar van toepassing waren. Zonder vrachtbrief of verwijzing in de opdrachtbevestiging valt u terug op het wettelijke stelsel en kan de discussie een heel andere kant op gaan.
Eigen vervoer, beroepsvervoer en de Eurovergunning
De Wet wegvervoer goederen maakt onderscheid tussen twee soorten vervoer. Eigen vervoer is vervoer voor eigen rekening, of als ondersteunende werkzaamheid die direct samenhangt met de hoofdwerkzaamheid van het bedrijf. Beroepsvervoer is vervoer van goederen tegen vergoeding van een of meer derden. Een installatiebedrijf dat zijn eigen materialen naar de klant rijdt, doet eigen vervoer. Een koerier die pakketten van een opdrachtgever bezorgt, doet beroepsvervoer.
Voor beroepsvervoer is een vervoersvergunning nodig, de Eurovergunning, afgegeven door de NIWO. Hier leeft het hardnekkigste misverstand van deze hele branche: dat de grens bij 3.500 kilogram zou liggen. Dat klopt niet. Artikel 2.1 lid 3 van de Wet wegvervoer goederen bepaalt dat de Europese beroepsverordening van toepassing is op beroepsvervoer door een in Nederland gevestigde ondernemer "dat wordt verricht met één of meer vrachtauto's met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of met een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton".
Die laatste uitbreiding komt uit het Europese mobiliteitspakket. Verordening (EU) 2020/1055 verlaagde de ondergrens voor de vergunningplicht van 3,5 naar 2,5 ton toegestane maximummassa; Nederland heeft die wijziging per 1 januari 2024 doorgevoerd. Daarmee is de Nederlandse regeling een combinatie van twee criteria: laadvermogen boven 500 kilogram óf toegestane maximummassa boven 2.500 kilogram.
De vier eisen
Om de vergunning te krijgen moet u aan vier eisen voldoen, die teruggaan op de Europese beroepsverordening 1071/2009:
- Reële vestiging: inschrijving in het Handelsregister, een werkelijke locatie in Nederland en ten minste één voertuig via koop, huur of lease.
- Vakbekwaamheid: een vervoersmanager met het vakdiploma ondernemer beroepsgoederenvervoer, te behalen met zes examens bij het CBR.
- Financiële draagkracht: een risicodragend vermogen van € 9.000 bij één voertuig, plus € 5.000 voor elk volgend voertuig, aangetoond met een samenstellingsverklaring van een aangesloten financieel deskundige.
- Betrouwbaarheid: een Verklaring Omtrent het Gedrag met het juiste screeningsprofiel, van maximaal twee maanden oud.
De vergunning kost volgens het NIWO-tarief voor 2026 € 255, plus € 27 per vergunningbewijs. Elk voertuig moet een vergunningbewijs aan boord hebben en sinds 1 januari 2024 moet het kenteken op actief staan in het NIWO-voertuigregister. Op 1 januari 2026 waren er in Nederland 16.816 bedrijven met een vergunning voor beroepsgoederenvervoer, samen goed voor 133.033 vergunningbewijzen. Van die bedrijven heeft ongeveer 44 procent, 7.319 bedrijven, precies één vergunningbewijs.
Verzekeringstechnisch is dit geen bijzaak. Polissen voor vervoerdersaansprakelijkheid gaan uit van een rechtmatig uitgeoefend bedrijf; rijdt u zonder de vereiste vergunning, dan raakt dat zowel uw positie tegenover de toezichthouder als, afhankelijk van de polisvoorwaarden, uw dekking. Vraag uw adviseur hoe uw verzekeraar dit in de voorwaarden heeft geregeld voordat u de eerste rit maakt.
Zes soorten koerierswerk en wat ze onderscheidt
Verzekeraars beoordelen koerierswerk niet als één risico. Het verschil tussen een maaltijdbezorger op een scooter en een nachtelijke apotheekrit met gekoelde medicatie is voor de acceptatie groter dan het verschil tussen twee personenauto's. Hieronder staan de zes vormen die in Nederland het meest voorkomen, met wat ze verzekeringstechnisch typeert.
| Soort werk | Belangrijkste risico | Aandachtspunt in de voorwaarden | Vergunning en condities |
|---|---|---|---|
| Pakketbezorging voor de grote vervoerders | Veel stops, veel schade aan derden bij manoeuvreren, hoge kilometrages, diefstal uit de laadruimte tijdens korte stops | Contractuele eisen van de opdrachtgever gaan vaak verder dan de wettelijke; let op de omschrijving van het gebruik op de polis | Eurovergunning vrijwel altijd verplicht; AVC of contractvoorwaarden van de opdrachtgever |
| Maaltijdbezorging | Tweewielerrisico, jonge bestuurders, tijdsdruk, letselschade; fietsers vormen de grootste groep verkeersslachtoffers | Het voertuig bepaalt de verzekeringsplicht: een bromfiets, snorfiets of speed pedelec is WAM-plichtig, een gewone elektrische fiets met trapondersteuning niet | Doorgaans geen Eurovergunning, omdat het voertuig onder de grenzen blijft; wel de minimumleeftijd van 16 jaar uit de Nadere regeling kinderarbeid |
| Same-day en spoedkoeriers | Vertragingsschade en gevolgschade, waardevolle en kleine zendingen, lange dagen | Onder de koeriersvoorwaarden geldt € 454 per zending en vervalt het beroep op overmacht bij voorzienbare congestie | Eurovergunning bij bestelbus; SVA-koeriersvoorwaarden met de aansprakelijkheidsclausule op de vrachtbrief |
| Nachttransport | Vermoeidheid, wildaanrijdingen, minder zichtbaarheid, onbeheerd geparkeerde voertuigen buiten kantooruren | Preventie- en parkeerclausules; verzekeraars stellen bij nachtelijke stops vaker eisen aan de plaats waar het voertuig staat | Zelfde regime als dagvervoer; de rij- en rusttijdenregels van het mobiliteitspakket gelden vanaf de vergunningplichtige voertuigen |
| Gekoeld en geconditioneerd vervoer | Bederf door temperatuurafwijking, storing van de koelinstallatie, onderbroken koelketen bij overdracht | De ontheffing voor hitte en koude vervalt zodra een speciaal ingericht voertuig is afgesproken; u moet dan bewijzen dat keuze, onderhoud en gebruik in orde waren | AVC artikel 11 onder e en artikel 12 lid 3; CMR artikel 18 lid 4. Temperatuurregistratie is in feite bewijsmateriaal |
| Internationaal vervoer binnen de EU | Hogere ladingwaarden, langere onbewaakte periodes, diefstal onderweg, buitenlands recht | Het CMR-verdrag geldt dwingend en kan niet worden weggecontracteerd; doorbreking van de limiet kan ook bij schuld van een onderaannemer | Eurovergunning verplicht; CMR-vrachtbrief; cabotagebeperkingen bij binnenlands vervoer in een andere lidstaat |
Maaltijdbezorging: het voertuig bepaalt de verzekeringsplicht
Bij maaltijdbezorging is de eerste vraag niet welke dekking u kiest, maar of er überhaupt een verzekeringsplicht is. De RDW hanteert een helder onderscheid. Een elektrische fiets met een motor van maximaal 250 watt waarvan de trapondersteuning boven 25 kilometer per uur stopt, volgt dezelfde regels als een gewone fiets: geen kenteken, geen helm, geen rijbewijs en geen verzekeringsplicht. Een speed pedelec, met trapondersteuning tot 45 kilometer per uur en een motor tot 4.000 watt, valt onder de regels voor bromfietsen: geel kenteken, minimumleeftijd 16 jaar, bromfietsrijbewijs, helmplicht en een WA-verzekering. Voor een bromfiets of snorfiets geldt de WAM sowieso onverkort.
Dat er geen verzekeringsplicht geldt, betekent niet dat er geen risico is. Rijdt u zonder motorrijtuigverzekering en veroorzaakt u letsel, dan draagt u die aansprakelijkheid persoonlijk. Doet u het werk als zelfstandige, dan biedt een particuliere aansprakelijkheidsverzekering doorgaans geen soelaas, omdat die beroepsmatige activiteiten uitsluit. Laat daarom expliciet nakijken of een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven passend is.
Het risico is bovendien reëel. Het CBS registreerde in 2025 759 verkeersdoden, tegen 675 in 2024. Fietsers vormden met 281 doden de grootste groep; van hen reed minimaal 41 procent op een elektrische fiets en acht op een fatbike. VeiligheidNL telde op basis van het Letsel Informatie Systeem dat twee derde van alle spoedeisendehulpbezoeken na een verkeersongeval een fietser betrof, 74.300 in totaal, waarvan minimaal een vijfde elektrisch reed. Bij e-fietsers nam aanzienlijk letsel tussen 2020 en 2024 met 92 procent toe en hersenletsel met 86 procent.
Ten slotte een arbeidsrechtelijk punt dat rechtstreeks op de acceptatie drukt. Sinds 1 juli 2020 verbiedt de Nadere regeling kinderarbeid commerciële maaltijdbezorging door kinderen jonger dan 16 jaar. De Nederlandse Arbeidsinspectie treft bij controles desondanks structureel minderjarigen aan: bij een ronde in tien steden in 2023 ruim twintig bezorgers onder de zestien, de jongste dertien jaar oud, en bij een controle in Almelo in 2025 opnieuw een veertienjarige. Werkt u met bezorgers, controleer dan leeftijd en werkvergunning; een overtreding raakt niet alleen de inspectie maar ook uw positie tegenover uw verzekeraar en uw opdrachtgever.
Hoe de premie van een koeriersverzekering wordt opgebouwd
Over de premies van koeriersverzekeringen bestaan geen openbare, controleerbare tarieven. Verzekeraars publiceren hun acceptatierichtlijnen en premietabellen voor zakelijk transport niet, en een indicatie die wij niet kunnen onderbouwen laten wij hier bewust weg. Wat wél goed te beschrijven is, is waaruit de premie is opgebouwd en welke van uw eigen keuzes daar het meeste invloed op hebben.
De premie valt in de praktijk uiteen in drie afzonderlijk beoordeelde delen, die elk hun eigen grondslag hebben:
- Het motorrijtuigdeel. Grondslag zijn het voertuig (cataloguswaarde, gewicht, leeftijd, elektrisch of brandstof), het gekozen dekkingsniveau, het eigen risico, de regio waarin u rijdt en stalt, het jaarkilometrage en uw schadeverleden. Bij intensief bezorgverkeer wegen kilometrage en het aantal stops zwaarder dan bij gewoon zakelijk gebruik.
- Het aansprakelijkheidsdeel voor de lading. Grondslag is meestal de jaaromzet uit vervoer, soms het aantal voertuigen. Verzwarend werken: hoge ladingwaarden per zending, diefstalgevoelige goederen zoals elektronica, farmaceutica en tabak, internationaal vervoer, nachtvervoer en het inschakelen van onderaannemers.
- Het persoonsdeel. Arbeidsongeschiktheid en ongevallen worden beoordeeld op leeftijd, beroepsomschrijving, gekozen wachttijd, eindleeftijd en verzekerd bedrag. Voor een eenmanszaak is dit vaak de grootste post van het hele pakket, terwijl het de minst zichtbare is.
Twee keuzes hebben doorgaans het meeste effect op wat u betaalt. De eerste is het eigen risico: een hoger eigen risico verlaagt de premie, maar verschuift het risico naar uw eigen liquiditeit, en dat is bij een eenmanszaak precies waar de rek het kleinst is. De tweede is de omschrijving van het gebruik op de polis. Staat daar "zakelijk gebruik" terwijl u feitelijk pakketbezorging doet, dan betaalt u mogelijk te weinig premie, maar loopt u het risico dat de verzekeraar bij schade een beroep doet op een onjuiste risico-omschrijving. Een correcte omschrijving is uiteindelijk goedkoper dan een discussie achteraf.
Diefstal van lading en de beveiligingseisen van verzekeraars
Diefstal is voor een koerier een dubbel risico: u verliest de goederen van een ander én u komt terecht in de vraag of u zorgvuldig heeft gehandeld. Dat tweede is verzekeringstechnisch het gevaarlijkst, omdat het raakt aan zowel de doorbreking van de aansprakelijkheidslimiet als aan de preventieclausules in uw polis.
Onder de vervoercondities helpt de limiet u: ook bij diefstal blijft de vergoeding in beginsel beperkt tot € 3,40 per kilogram, € 454 per zending of 8,33 bijzondere trekkingsrechten per kilogram. Die bescherming vervalt alleen wanneer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Zoals hierboven beschreven legt de Hoge Raad die lat hoog: u moet het gevaar hebben gekend én u ervan bewust zijn geweest dat de kans op verwezenlijking aanzienlijk groter was dan de kans dat het goed zou gaan. In de zaak uit 2001 was zelfs een heel weekend op een verlaten, onbeveiligd industrieterrein met diefstalgevoelige kleding niet zonder meer genoeg.
Aan de kant van de polis ligt het anders. Daar gelden geen wettelijke maatstaven maar contractuele voorwaarden, en die kunnen wél streng zijn. Wat verzekeraars in dit segment gebruikelijk regelen, is in de voorwaarden terug te vinden onder namen als preventieclausule, diefstalclausule of parkeerclausule. Denk aan bepalingen over het niet onbeheerd achterlaten van een beladen voertuig, over de plaats waar u tijdens een onderbreking parkeert, over sleutelbeheer en over een goedgekeurd voertuigvolg- of alarmsysteem. Welke eisen precies gelden en welke klasse alarmsysteem wordt verlangd, verschilt per verzekeraar en per soort lading; dat staat in uw eigen polisvoorwaarden en in de acceptatierichtlijn, niet in een algemene regel.
Over de omvang van ladingdiefstal in Nederland circuleren veel getallen, maar wij hebben voor dit onderzoek geen openbare publicatie kunnen ophalen en controleren die actuele aantallen of schadebedragen voor de Nederlandse koeriers- en transportsector geeft. Wij noemen daarom bewust geen cijfer. Wat u wél zelf kunt nagaan, is hoe uw eigen verzekeraar het risico weegt: vraag welke goederensoorten in de acceptatierichtlijn als bijzonder diefstalgevoelig zijn aangemerkt en welke aanvullende eisen daarbij horen. Dat gesprek levert meer op dan een landelijk gemiddelde.
Praktisch komt het neer op een handvol gewoonten die zowel uw juridische positie als uw dekking versterken: laad zo dat waardevolle zendingen niet zichtbaar zijn, plan pauzes op bewaakte of in elk geval verlichte en drukke plekken, laat een beladen bus nooit langer dan nodig alleen, houd sleutels bij u, registreer het moment van afgifte met een handtekening of scan, en leg bijzondere instructies van de afzender schriftelijk vast. Dat laatste is meer dan administratie: onder artikel 12 lid 5 AVC en de vergelijkbare CMR-bepalingen tellen bijzondere instructies alleen mee als ze vóór het vervoer zijn gegeven, uitdrukkelijk zijn aanvaard en op de vrachtbrief staan.
Zzp-koerier, schijnzelfstandigheid en de gevolgen voor uw dekking
Bijna alle koeriersbedrijven zijn eenmansbedrijven, en een groot deel daarvan rijdt voor één of enkele grote opdrachtgevers. Dat maakt de vraag of er sprake is van echt ondernemerschap of van een verkapt dienstverband voor deze groep bijzonder relevant, en die vraag heeft rechtstreeks gevolgen voor uw verzekeringen.
Begin bij de vergunning. De NIWO is er duidelijk over: "Een zzp'er in het wegtransport moet zelf een vergunning bezitten voor beroepsgoederenvervoer over de weg. De vergunning moet op naam staan van de zzp'er. Een zzp'er mag zich dus niet alleen als chauffeur verhuren en rijden met de vergunning van dat bedrijf." Wilt u als charter voor een ander transportbedrijf rijden, dan moet u een eigen vergunning hebben, zelf over het voertuig beschikken via koop, huur of lease, en voor eigen rekening en risico werken. De NIWO toetst bij de vergunningaanvraag zelf of daarvan sprake is en kijkt daarbij naar het aantal opdrachtgevers, de ritten en wie de voertuigen ter beschikking stelt.
NIWO, thema "Zzp'ers in het transport".
Waar de rechter naar kijkt
De maatstaf voor de vraag of iemand zelfstandige of werknemer is, heeft de Hoge Raad vastgelegd in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023. Daarin verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de maaltijdbezorgdienst: de bezorgers werkten op basis van een arbeidsovereenkomst. In rechtsoverweging 3.2.5 somt de Hoge Raad op wat meeweegt: de aard en duur van de werkzaamheden, de manier waarop het werk en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie, de vraag of het werk persoonlijk moet worden verricht, hoe de contractuele regeling tot stand kwam, hoe en hoe hoog de beloning is, of de werkende commercieel risico loopt en of hij zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Geen van die gezichtspunten is doorslaggevend; het gaat om alle omstandigheden in onderling verband. In het Uber-arrest van 21 februari 2025 bevestigde de Hoge Raad dat het ondernemerscriterium geen zwaarder gewicht heeft dan de andere punten.
Voor een koerier zijn dat herkenbare vragen. Rijdt u met eigen bus en eigen vergunning voor meerdere opdrachtgevers, dan wijst veel richting ondernemerschap. Rijdt u dagelijks een vaste route in de kleding van één opdrachtgever, met diens scanner, tegen een door hem bepaald tarief en zonder eigen klanten, dan verschuift het beeld.
Handhaving en het rechtsvermoeden
De fiscale kant is sinds kort scherper. De Belastingdienst schrijft: "Sinds 1 januari 2025 geldt het handhavingsmoratorium niet meer. Dat betekent dat we weer de normale regels hanteren." Naheffing met terugwerkende kracht kan sindsdien, maar niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of een niet-opgevolgde aanwijzing; dan geldt vijf jaar. In 2025 werden nog geen boetes opgelegd; vanaf 1 januari 2026 kan de dienst vergrijpboetes opleggen, verzuimboetes in 2026 nog niet.
Daarnaast is er nieuwe wetgeving in aantocht. Het wetsvoorstel dat een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst invoert op basis van een uurtarief (Kamerstuk 36.783) is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen; het treedt in werking bij koninklijk besluit. De kern: ligt het uurtarief onder € 38 (peildatum 1 januari 2026), dan geldt een vermoeden van werknemerschap en moet de opdrachtgever aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is. Het bredere verduidelijkingsdeel van de eerdere wetsplannen is in maart 2026 door het kabinet geschrapt ten gunste van een aangekondigde Zelfstandigenwet.
De verzekeringsgevolgen van een herkwalificatie zijn ingrijpend en worden zelden vooraf doorgedacht. Wordt u achteraf als werknemer aangemerkt, dan verschuift een deel van de risico's naar de opdrachtgever, maar de verzekeringen die u als ondernemer heeft afgesloten zijn daar niet op ingericht. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering gaat uit van een beroepsuitoefening als zelfstandige. Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering veronderstellen dat u zelf de vervoerovereenkomst sluit. Valt die basis weg, dan kan de aansluiting tussen wat u verzekerd heeft en wat u werkelijk bent, gaan schuren.
Eén punt werkt juist in uw voordeel. De Hoge Raad heeft in het arrest Davelaar/Allspan van 23 maart 2012 bepaald dat artikel 7:658 lid 4 BW ertoe strekt bescherming te bieden aan personen die zich, wat betreft de door de werkgever in acht te nemen zorgverplichtingen, in een met een werknemer vergelijkbare positie bevinden, wanneer degene die buiten dienstbetrekking werkt voor de zorg voor zijn veiligheid mede afhankelijk is van degene voor wie hij werkt. Loopt u als zelfstandige letsel op bij werk dat feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van uw opdrachtgever hoort, dan kan die opdrachtgever daarvoor aansprakelijk zijn. Dat is geen vervanging van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, maar het is wel een route die vaak over het hoofd wordt gezien.
Het omgekeerde risico is er ook. Rijdt u structureel op de vergunning en onder de instructies van één opdrachtgever, dan is de kans groter dat een verzekeraar bij een grote schade vragen stelt over wie nu eigenlijk de vervoerder was en wiens polis moet reageren. Het is daarom verstandig om de contractuele werkelijkheid en de verzekerde werkelijkheid met elkaar in overeenstemming te brengen: uw eigen vergunning, uw eigen vrachtbrief met de juiste condities, uw eigen polis. Twijfelt u over uw positie, gebruik dan een modelovereenkomst en laat uw adviseur meekijken naar de aansluiting met uw verzekeringen.
Zo bouwt u een passend pakket op
Een passend pakket ontstaat niet door alles te verzekeren, maar door in de juiste volgorde te beslissen. Deze vijf stappen werken in de praktijk goed.
- Stap 1 — Bepaal uw juridische positie. Doet u eigen vervoer of beroepsvervoer? Controleer op het kentekenbewijs het laadvermogen en de toegestane maximummassa en stel vast of u vergunningplichtig bent.
- Stap 2 — Leg uw condities vast. Werkt u onder de AVC 2002, onder de SVA-koeriersvoorwaarden of onder de CMR? Zorg dat dit op de vrachtbrief of in de opdrachtbevestiging staat, en dat bij koeriersvoorwaarden de aansprakelijkheidsclausule daadwerkelijk op de vrachtbrief is afgedrukt.
- Stap 3 — Regel het voertuig. Kies tussen WA, beperkt casco en volledig casco op basis van de waarde van uw bus en de vraag of u een schade zelf kunt dragen. Onthoud dat dit deel nooit uw lading dekt.
- Stap 4 — Regel de lading. Vervoert u andermans goederen, dan hoort daar een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering bij, afgestemd op de condities waaronder u rijdt. Neemt u eigen voorraad of gereedschap mee, kijk dan naar een goederen- of transportverzekering.
- Stap 5 — Regel uzelf. Bij een eenmanszaak stopt de omzet zodra u niet kunt rijden. Weeg een arbeidsongeschiktheidsverzekering af tegen uw buffer en uw vaste lasten, en kijk daarbij ook naar lichtere varianten met een langere wachttijd.
Loop dat rijtje één keer per jaar na, en in elk geval zodra uw werk verandert. Een koerier die begint met internationale ritten, met gekoeld vervoer of met nachtwerk verandert zijn risicoprofiel ingrijpender dan hij zelf vaak denkt.
Wilt u weten welke combinatie bij uw ritten past? Bekijk bij onze externe partner het aanbod van verschillende verzekeraars. Heeft u een vraag over deze website, mail dan naar [email protected].
Belangrijkste conclusies
- Uw WA-verzekering dekt de schade die u aan anderen toebrengt, niet de lading in uw laadruimte.
- Vervoerdersaansprakelijkheid vergoedt per kilogram, niet per euro factuurwaarde.
- Onder de AVC 2002 is de limiet € 3,40 per kilogram, onder de koeriersvoorwaarden € 454 per zending.
- Bij internationaal vervoer geldt het CMR-verdrag met een limiet van 8,33 bijzondere trekkingsrechten per kilogram.
- Die limiet doorbreken lukt zelden: de Hoge Raad stelt een strenge, subjectieve eis aan bewuste roekeloosheid.
- Wie de volle waarde van goederen wil beschermen, heeft een goederentransportverzekering nodig, geen aansprakelijkheidsverzekering.
- Een vervoersvergunning is voor beroepsvervoer al verplicht bij een laadvermogen boven 500 kilogram.
- Zzp-koeriers moeten de vergunning op eigen naam hebben; meerijden op de vergunning van de opdrachtgever mag niet.
Vragen over dit onderwerp
Bronnen
Alle cijfers en juridische uitspraken in dit onderzoek zijn te herleiden tot de publicaties hieronder.
- Stichting vervoeradres, Algemene Vervoercondities 2002 (AVC), volledige tekst (2002) — www.venltransport.nl/avc-algemene-vervoercondities.html geraadpleegd 2026-07-25
- Stichting vervoeradres (SVA), Korte antwoorden over aansprakelijkheid, schade en verjaring (AVC 2002) (2026) — www.sva.nl/themas/avc-2002/korte-antwoorden-over-aansprakeli geraadpleegd 2026-07-25
- Stichting vervoeradres (SVA), SVA Algemene koeriersvoorwaarden — deelmarktvoorwaarden Koeriers (2026) — www.sva.nl/themas/sva-deelmarkt-voorwaarden/koeriers geraadpleegd 2026-07-25
- Overheid.nl / wetten.overheid.nl, Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), Genève 1956 (1956) — wetten.overheid.nl/BWBV0005177/1986-04-28 geraadpleegd 2026-07-25
- Belgisch Staatsblad (Justel), Volledige Nederlandse verdragstekst CMR, met artikelen 18, 23, 26, 29, 30 en 32 (1962) — www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&l geraadpleegd 2026-07-25
- Lawyrup, Overeenkomst goederenvervoer over de weg (Boek 8 BW, afdeling 13.2), met de AMvB van 11 maart 1991 bij artikel 8:1105 BW (2026) — lawyrup.nl/burgerlijk_wetboek/burgerlijk-wetboek-inleiding/v geraadpleegd 2026-07-25
- Overheid.nl / wetten.overheid.nl, Wet wegvervoer goederen, artikel 1.1 en artikel 2.1 (2024) — wetten.overheid.nl/BWBR0024800/ geraadpleegd 2026-07-25
- Overheid.nl / wetten.overheid.nl, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, artikel 3 en artikel 4 (2025) — wetten.overheid.nl/BWBR0002415/ geraadpleegd 2026-07-25
- Staatsblad, Besluit implementatie zesde richtlijn motorrijtuigenverzekering (Stb. 2023, 453): verhoging naar € 6.450.000 en € 1.300.000 (2023) — zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2023-453.html geraadpleegd 2026-07-25
- Hoge Raad, Arrest van 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9308 (maatstaf bewuste roekeloosheid, art. 29 CMR) (2001) — deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:AA9308 geraadpleegd 2026-07-25
- NIWO, Eurovergunning: voorwaarden, vakbekwaamheid, financiële draagkracht en betrouwbaarheid (2026) — www.niwo.nl/eurovergunning geraadpleegd 2026-07-25
- NIWO, Koeriers en pakketdiensten: wanneer is de Eurovergunning verplicht? (2026) — www.niwo.nl/nl/themas/koeriers-en-pakketdiensten geraadpleegd 2026-07-25
- NIWO, Zzp'ers in het transport (2026) — www.niwo.nl/nl/themas/zzpers-in-het-transport geraadpleegd 2026-07-25
- NIWO, Aantal vergunninghouders op 1 januari 2026 (2026) — www.niwo.nl/nl/aantal-vergunninghouders-op-1-januari-2026 geraadpleegd 2026-07-25
- NIWO, Mobiliteitspakket: Verordening (EU) 2020/1055 en de Nederlandse implementatie per 1 januari 2024 (2026) — www.niwo.nl/nl/themas/mobiliteitspakket geraadpleegd 2026-07-25
- Centraal Bureau voor de Statistiek, StatLine, tabel 81589NED "Bedrijven; bedrijfstak", SBI 53202 Koeriers en SBI 4941, peildatum 1 juli 2026 (2026) — opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81589NED/table geraadpleegd 2026-07-25
- Hoge Raad, Arrest van 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo/FNV), rechtsoverweging 3.2.5 (2023) — data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2023:44 geraadpleegd 2026-07-25
- Hoge Raad, Arrest van 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319 (Uber/FNV) (2025) — data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2025:31 geraadpleegd 2026-07-25
- Hoge Raad, Arrest van 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 (Davelaar/Allspan), artikel 7:658 lid 4 BW (2012) — data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2012:BV geraadpleegd 2026-07-25
- Belastingdienst, Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst (einde handhavingsmoratorium per 1 januari 2025) (2026) — www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/co geraadpleegd 2026-07-25
- Eerste Kamer der Staten-Generaal, Wetsvoorstel 36.783, rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (2026) — www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36783_wet_invoering geraadpleegd 2026-07-25
- Rijksoverheid, Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers (2026) — www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/03/06/kabinet-kiest geraadpleegd 2026-07-25
- RDW, Elektrische fiets of speed pedelec: regels, kenteken, helm en verzekeringsplicht (2026) — www.rdw.nl/kopen-of-verkopen/elektrische-fiets-of-speed-pede geraadpleegd 2026-07-25
- Centraal Bureau voor de Statistiek, Meer verkeersdoden in 2025 (2026) — www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/15/meer-verkeersdoden-in-2025 geraadpleegd 2026-07-25
- VeiligheidNL, Verkeersveiligheid: ongevallen met (niet-)elektrische fietsen, Letsel Informatie Systeem 2020-2024 (2025) — www.veiligheid.nl/themas/verkeersveiligheid/onderzoek/ongeva geraadpleegd 2026-07-25
- Nederlandse Arbeidsinspectie, Themarapportage maaltijd- en flitsbezorging (minimumleeftijd 16 jaar, Nadere regeling kinderarbeid) (2022) — www.nlarbeidsinspectie.nl/onderwerpen/arbeidstijdenwet/maalt geraadpleegd 2026-07-25
- Nederlandse Arbeidsinspectie, Kinderarbeid bij controles maaltijdbezorgers (2025) — www.nlarbeidsinspectie.nl/actueel/nieuws/2025/10/06/kinderar geraadpleegd 2026-07-25
- Autoriteit Consument & Markt, Omzet pakketmarkt stijgt, omzet postmarkt stabiel (Post- en Pakketmonitor 2025) (2026) — www.acm.nl/nl/publicaties/omzet-pakketmarkt-stijgt-omzet-pos geraadpleegd 2026-07-25
Verder in dit kenniscluster
- de koeriersverzekeringwaar u de dekkingen voor voertuig, aansprakelijkheid en lading naast elkaar ziet
- wat een koeriersverzekering dektde korte uitleg van de drie lagen in het pakket
- de lading die u vervoert verzekerenhet verschil tussen eigen goederen en die van een opdrachtgever
- als zzp-koerier goed verzekerd op padwelke dekkingen verplicht zijn en welke verstandig
- zakelijke bestelautoverzekeringenhet voertuigdeel van uw pakket in detail
- SCM-alarmklassen, diefstal en acceptatiewelke beveiliging verzekeraars verlangen en waarom
- taxiverzekeringen in Nederlandhet vergelijkbare vraagstuk bij beroepsmatig personenvervoer
Zelf de premies bekijken?
Vergelijk vrijblijvend wat de verzekeraars voor uw situatie rekenen.
