Welke factoren bepalen de premie van een autoverzekering?
De premie van een autoverzekering is geen prijskaartje maar een rekensom, en die rekensom verschilt per verzekeraar. Sommige factoren staan zwart op wit in polisvoorwaarden en productwijzers; andere worden wel genoemd in de markt maar zijn nergens openbaar onderbouwd. Dit onderzoek loopt alle veertien factoren langs, laat per factor zien waar het bewijs vandaan komt, en zegt er eerlijk bij waar dat bewijs ontbreekt.
- 105netto combined ratio van de branche Motor in 2025: schade en kosten samen 105 procent van de premieVerbond van Verzekeraars, Financieel jaarverslag verzekeringsbranche 2025, tabel 1 · 2026
- € 7,5 miljardbruto premievolume van de branche Motor in 2025, bijna 9 procent meer dan in 2024Verbond van Verzekeraars, Financieel jaarverslag verzekeringsbranche 2025, paragraaf 3.3 · 2026
- 21%assurantiebelasting over de premie, sinds 1 januari 2013 ongewijzigdBelastingdienst, Tarief assurantiebelasting · 2026
- 80%hoogste no-claimkorting in de onderzochte polisvoorwaarden, bereikt op trede 24SAA Assuradeuren, Polisvoorwaarden SAA Personenautoverzekering SAA.PERS.2024.01, artikel 12.2 · 2024
In het kort
Een autopremie bestaat uit drie lagen: een risicopremie die hoort bij u, uw auto en uw adres; een opslag voor kosten en winst van de verzekeraar; en 21 procent assurantiebelasting daarbovenop. Alleen de eerste laag is persoonlijk. De andere twee zijn voor iedereen gelijk en verklaren waarom vergelijken zin heeft, ook als uw situatie niet verandert.
De branche is zelf openhartig over de hoofdlijn. De productwijzer van het Verbond van Verzekeraars noemt zes factoren: uw leeftijd, kenmerken van het motorrijtuig waaronder de prijs, uw woongebied, het aantal kilometers per jaar, particulier of zakelijk gebruik, en het aantal schadevrije jaren. Concrete polisvoorwaarden vullen dat aan met merk, type, bouwjaar, brandstofsoort, gewicht, cataloguswaarde en de gekozen dekking.
Twee factoren bewegen de premie het hardst en zijn tegelijk het best gedocumenteerd: de schadevrije jaren en de gekozen dekking. In één concrete polis loopt de no-claimkorting op tot 80 procent op de hoogste trede, en kost één geclaimde schade vijf schadevrije jaren. Dat is geen schatting maar een gepubliceerde tabel.
Voor een aantal veelgenoemde factoren bestaat geen openbare onderbouwing. Het beroep van de verzekeringnemer staat in geen enkele bron die wij hebben kunnen ophalen; over de premiewaarde van een SCM-beveiligingsklasse publiceert niemand cijfers, terwijl beveiliging wél als acceptatievoorwaarde in de voorwaarden staat. Wij noemen daar bewust geen percentages bij.
De achtergrond van de premiestijgingen ligt niet bij u maar bij de branche. Het premievolume van de branche Motor groeide in 2025 met bijna 9 procent tot 7,5 miljard euro, terwijl de netto combined ratio op 105 stond: van elke ingenomen euro ging er 1,05 euro uit aan schade en kosten. Een verlieslatende branche verhoogt premies, ongeacht uw persoonlijke schadeverleden.
Wat u eigenlijk betaalt: de drie lagen van een autopremie
Wie twee offertes naast elkaar legt en een verschil van honderden euro’s ziet, denkt al snel dat de ene verzekeraar het risico anders inschat dan de andere. Dat is maar ten dele waar. Het bedrag dat u overmaakt bestaat uit drie lagen, en slechts één daarvan gaat werkelijk over u.
De eerste laag is de risicopremie: het bedrag dat de verzekeraar op grond van zijn eigen schadecijfers nodig denkt te hebben om de schade van iemand met uw kenmerken te betalen. Daar gaan alle factoren over die in dit onderzoek aan bod komen. De tweede laag zijn de kosten: schadebehandeling, expertise, administratie, de bijdrage aan het Waarborgfonds Motorverkeer en aan het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars, en een eventuele vergoeding aan uw adviseur. De productwijzer van het Verbond van Verzekeraars somt die kostenposten uitdrukkelijk op. De derde laag is de assurantiebelasting: 21 procent over de premie en over een eventuele afzonderlijke vergoeding voor diensten die met de verzekering samenhangen. Dat tarief geldt sinds 1 januari 2013 en is voor iedereen gelijk.
Die derde laag maakt elk verschil in de eerste laag groter dan het lijkt. Een korting van honderd euro op de risicopremie scheelt u honderdeenentwintig euro op uw rekening. Omgekeerd tikt elke opslag ook met eenentwintig procent extra door.
Waarom uw premie stijgt terwijl u niets fout doet
Er is nog een reden waarom premies bewegen zonder dat uw eigen situatie verandert: de branche als geheel verliest geld op motorrijtuigen. Het Verbond van Verzekeraars rapporteert over 2025 een bruto premievolume van 7,5 miljard euro voor de branche Motor, bijna 9 procent meer dan het jaar ervoor, waarvan bijna een derde zakelijke verzekeringen betreft. De netto combined ratio, dus schade plus bedrijfskosten gedeeld door de verdiende premie, stond op 105. Het resultaat na rente bedroeg min 3 procent van de verdiende premie; in 2023 en 2024 was dat min 2 en min 1 procent, terwijl 2021 nog plus 6 procent liet zien.
Het jaarverslag noemt daarbij drie oorzaken: een groeiend wagenpark, meer en duurdere techniek in auto’s, en oplopende reparatie- en letselkosten. In 2025 kwamen 759 personen om in het verkeer, 12 procent meer dan het jaar ervoor. Ook de voertuigdiefstal nam toe. Een verzekeraar die structureel meer uitkeert dan hij binnenkrijgt, past zijn tarieven aan. Dat raakt iedereen in de portefeuille, ook wie twintig jaar schadevrij rijdt.
Een deel van uw premie gaat over u. Een ander deel gaat over de markt waarin u toevallig verzekerd bent.
Waar verzekeraars zelf zeggen naar te kijken
Het aardige van deze vraag is dat het antwoord grotendeels openbaar is. Er bestaan drie soorten bronnen die u zelf kunt nalezen: de productwijzer van de branchevereniging, de premietoelichting op de site van een verzekeraar, en de polisvoorwaarden zelf. Ze overlappen, maar ze zijn niet identiek, en juist de verschillen zijn interessant.
De productwijzer van het Verbond van Verzekeraars
De Productwijzer Motorrijtuigenverzekering, opgesteld volgens de regels van het Verbond van Verzekeraars, beantwoordt de vraag "welke factoren bepalen de hoogte van de premie?" met een lijst van zes: uw leeftijd, kenmerken van het motorrijtuig waaronder de prijs, waar u woont (het woongebied), het aantal kilometers dat u per jaar rijdt, of u de auto privé of zakelijk gebruikt, en hoeveel schadevrije jaren u heeft. Meer noemt de productwijzer niet.
De premietoelichting van een verzekeraar
Interpolis licht op zijn eigen pagina over de autopremie acht punten toe: de dekking, het bouwjaar ("hoe ouder de auto, hoe lager de premie"), de cataloguswaarde ("hoe duurder de auto bij aanschaf is, hoe hoger ook de mogelijke schade"), gewicht en vermogen ("hoe zwaarder of sneller de auto, hoe groter de kans op flinke schade"), de woonplaats ("in een dorp is de kans op schade en diefstal vaak kleiner dan in de grote stad"), de schadevrije jaren, de leeftijd van de bestuurder en het eigen risico.
De polisvoorwaarden
Het meest concreet zijn de voorwaarden zelf. In artikel 10 van de SAA Personenautoverzekering (versie SAA.PERS.2024.01) staat onder het kopje "Vaststelling van de premie" dat onder andere rekening wordt gehouden met: merk, type en bouwjaar van de auto; soort brandstof; het gewicht van de auto; de door u gewenste dekking; het adres en de leeftijd van u of de regelmatige bestuurder; het aantal schadevrije jaren; en de cataloguswaarde.
Leg die drie lijsten naast elkaar en er valt iets op. Gewicht, brandstofsoort en eigen risico staan wél bij de verzekeraars en niet in de productwijzer. Het aantal kilometers per jaar staat wél in de productwijzer en niet in deze polisvoorwaarden. En het beroep van de verzekeringnemer staat in geen van de drie. Dat is geen bewijs dat beroep nooit meeweegt, maar het is wel een aanwijzing dat de openbare onderbouwing ervoor ontbreekt.
De bestuurder: leeftijd, ervaring en wie er nog meer rijdt
Leeftijd is de factor die het vaakst wordt genoemd en die tegelijk het meest wordt misverstaan. Verzekeraars rekenen niet met leeftijd omdat jong zijn op zichzelf gevaarlijk is, maar omdat leeftijd in hun schadecijfers samenvalt met rijervaring, rijstijl en het soort ritten dat iemand maakt.
Wat er wel en niet is onderbouwd over jonge bestuurders
Dat jonge automobilisten een hoger ongevalsrisico hebben, is onderzocht. De SWOV-factsheet Jonge automobilisten komt tot de bevinding dat het risico om bij een ongeval betrokken te raken voor 18- tot 24-jarigen ongeveer 4,5 keer hoger ligt dan voor meer ervaren bestuurders, dat dit risico het hoogst is in het eerste jaar na het behalen van het rijbewijs, en dat het daarna snel daalt naarmate rijervaring wordt opgebouwd. Wij hebben die factsheet niet rechtstreeks van de SWOV-website kunnen ophalen; de site blokkeerde onze opvraging. De cijfers hierboven komen daarom uit een vakpublicatie die de factsheet aanhaalt, en niet uit het origineel.
Wat er níet openbaar is, is hoe die 4,5 zich vertaalt naar een premiefactor. Geen enkele Nederlandse verzekeraar publiceert de opslag die hij voor een 19-jarige hanteert. Wij noemen daarom bewust geen percentage. Wat u wél zwart op wit kunt nalezen, is dat de leeftijd in de premiegrondslag zit: de SAA-voorwaarden noemen "het adres en de leeftijd van u of de regelmatige bestuurder" met zoveel woorden.
Waarom het om de regelmatige bestuurder gaat, niet om de eigenaar
Dat woordje "of" is belangrijk. Niet uw leeftijd als verzekeringnemer telt, maar die van degene die de auto het meest gebruikt: de regelmatige bestuurder. Wie een auto op eigen naam zet terwijl zijn achttienjarige zoon er dagelijks in rijdt, geeft de verzekeraar een onjuist beeld van het risico. De voorwaarden nemen dat serieus. In dezelfde polis is schade uitgesloten wanneer het kenteken op naam stond van een inwonend kind dat niet als regelmatige bestuurder op de polis staat, en mag de verzekeraar de verzekering beëindigen bij wijziging van het gebruik of van de regelmatige bestuurder, met een opzegtermijn van twee maanden.
Meer bestuurders op één polis is dus geen administratieve formaliteit maar een risicowijziging die u binnen veertien dagen moet melden. Voor gezinnen met een tweede auto bestaat daarnaast een aparte regeling waarmee de tweede auto kan meeliften op de schadevrije jaren van de eerste; die behandelen wij apart.
Wat een verzekeraar niet mag gebruiken
Er is één persoonskenmerk dat expliciet verboden is als tariefgrond: geslacht. Richtlijn 2004/113/EG verbiedt dat het gebruik van geslacht als actuariële factor leidt tot verschillen in premies en uitkeringen voor individuele personen. Het College voor de Rechten van de Mens paste die norm in oordeel 2025-80 van 29 augustus 2025 nog toe op een verzekeraar die voor een verzuimverzekering een hogere premie rekende bij een uitsluitend vrouwelijk personeelsbestand; dat leverde verboden onderscheid op grond van geslacht op, in strijd met artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling. Dat oordeel ging niet over autoverzekeringen, maar de norm is dezelfde.
Waar u woont: adres, postcode en woongebied
Uw adres is een van de weinige factoren waarover alle drie de bronsoorten het eens zijn. De productwijzer noemt "waar u woont, uw woongebied". Interpolis licht toe dat in een dorp de kans op schade en diefstal vaak kleiner is dan in de grote stad. De SAA-voorwaarden noemen "het adres" in de premiegrondslag en verplichten u een verhuizing binnen veertien dagen door te geven.
De logica erachter is niet dat de ene straat betere bestuurders herbergt dan de andere, maar dat de kans op een gebeurtenis samenhangt met de omgeving: verkeersdrukte, parkeersituatie, het aandeel geparkeerd op straat versus in een garage, en de plaatselijke diefstal- en vandalismecijfers. Dat laatste is meetbaar. Het aantal gestolen personenauto’s liep op van 6.565 in 2023 en 6.706 in 2024 naar 7.497 in 2025, een toename van 12 procent; de gezamenlijke schade daarvan bedraagt volgens het Verbond ruim 127 miljoen euro, en ongeveer 55 procent van de gestolen personenvoertuigen en lichte bedrijfsauto’s wordt teruggevonden.
Wat wij niet hebben kunnen vaststellen, is hoe fijnmazig verzekeraars die geografie hanteren: werken zij met vier cijfers van de postcode, met zes, of met bredere regio’s? Daarover publiceert geen enkele partij die wij hebben geraadpleegd iets controleerbaars. Wie leest dat een bepaalde postcode "tientallen procenten" scheelt, leest een schatting, geen gepubliceerd tarief. Wij gaan in een apart onderzoek dieper in op wat wél te onderbouwen valt.
De auto zelf: cataloguswaarde, dagwaarde en nieuwwaarde
Bij de auto draait het om één vraag: hoeveel kan de verzekeraar hier maximaal aan kwijt zijn? Dat bedrag wordt op drie verschillende manieren uitgedrukt, en die drie begrippen worden in het spraakgebruik voortdurend door elkaar gehaald.
De cataloguswaarde is de officiële nieuwprijs die gold op de dag dat de RDW deel 1 van het kenteken afgaf, inclusief btw, bpm en de accessoires die de fabrikant of importeur al had aangebracht. De dagwaarde is de verkoopwaarde van de auto vlak vóór de schade, in de onderzochte voorwaarden vastgesteld samen met een expert. De aanschafwaarde is het bedrag op de originele aankoopnota van een BOVAG-bedrijf of merkdealer. Alle drie de definities staan letterlijk in de begrippenlijst van de SAA-voorwaarden.
Voor de premie telt vooral de cataloguswaarde, omdat die bepaalt hoe hoog een cascoschade kan oplopen. Voor de uitkering telt vooral welke waarderegeling op uw polis staat. In dezelfde voorwaarden geldt de nieuwwaarderegeling bijvoorbeeld alleen wanneer de auto bij het sluiten van de verzekering niet ouder was dan één jaar, of tweedehands was met hooguit drie maanden en 5.000 kilometer op de teller, gekocht bij een BOVAG-bedrijf of merkdealer, en met een cataloguswaarde van niet meer dan 125.000 euro. Er is een keuzedekking om die termijn naar drie jaar uit te breiden.
Gewicht, vermogen en brandstofsoort
Dit zijn de twee factoren die het vaakst worden weggewuifd als achterhaald, en die juist het best zijn te onderbouwen. In de SAA-voorwaarden staan "soort brandstof" en "het gewicht van de auto" allebei als afzonderlijke premiefactor genoemd. Interpolis verwoordt het gewichtsargument zo: hoe zwaarder of sneller de auto, hoe groter de kans op flinke schade.
Dat is natuurkunde. Bij een aanrijding bepaalt de massa van uw voertuig mede hoe groot de schade bij de tegenpartij is, en dat is precies wat het aansprakelijkheidsdeel van uw polis moet betalen. Vermogen werkt langs een andere lijn: het hangt samen met snelheid en daarmee met de ernst van de gevolgen. Gewicht is bovendien de enige premiefactor die u rechtstreeks op uw kentekenbewijs kunt nalezen en dus zelf kunt controleren.
Brandstofsoort en de opkomst van elektrisch
Bij brandstof speelde traditioneel het onderscheid tussen benzine en diesel, waarbij dieselrijders gemiddeld meer kilometers maken. Inmiddels is de interessantere vraag wat elektrisch rijden met de premie doet, en daarover is de branche opvallend expliciet. Het Verbond schrijft dat de groei van het premievolume in de branche Motor is gerelateerd aan de groei van het Nederlandse wagenpark én aan de toename van het aantal elektrische voertuigen, "die gemiddeld zwaarder en kostbaarder zijn dan traditionele auto’s". Verderop stelt hetzelfde jaarverslag dat de verschuiving naar elektrische aandrijving en zwaardere voertuigen impact heeft op premiegrondslagen en schadeontwikkeling.
De omvang van die verschuiving is bekend. Op 1 januari 2026 telde Nederland 9,4 miljoen personenauto’s, waarvan ruim 2 miljoen met een elektromotor: 694.602 volledig elektrisch, 804.962 hybride en 523.773 plug-inhybride. Dat is meer dan één op de vijf auto’s. Het aantal volledig elektrische auto’s groeide in een jaar met 22 procent, plug-inhybrides met bijna 40 procent, terwijl het aantal benzineauto’s met 2,1 procent en het aantal diesels met 12,4 procent afnam.
Let op wat hier wel en niet wordt beweerd. De bronnen laten zien dat elektrische auto’s gemiddeld zwaarder en duurder zijn en dat dit de schadelast van de branche beïnvloedt. Ze zeggen níet dat elke elektrische auto duurder is om te verzekeren dan elke benzineauto. Dat hangt af van gewicht, cataloguswaarde en reparatiekosten van het specifieke model. Wie een lichte, goedkope elektrische auto rijdt, kan best gunstiger uitkomen dan iemand met een zware benzine-SUV.
Hoeveel u rijdt en waarvoor: kilometrage, gebruik en beroep
Kilometrage
Het aantal kilometers per jaar staat in de productwijzer van het Verbond uitdrukkelijk in de lijst van premiefactoren. De redenering is eenvoudig: blootstelling. Wie twee keer zoveel op de weg zit, heeft ongeveer twee keer zoveel gelegenheid om betrokken te raken bij een ongeval. Dat de branche daar waarde aan hecht, blijkt ook uit het feit dat het jaarverslag de schadeontwikkeling van de branche Motor expliciet koppelt aan het aantal gereden voertuigkilometers, dat sinds 2024 licht boven het niveau van vóór de coronaperiode ligt en lijkt te stabiliseren.
Tegelijk staat kilometrage níet in de premieopsomming van de door ons gelezen polisvoorwaarden. Dat betekent dat de weging ervan per verzekeraar sterk verschilt: sommige aanbieders werken met kilometerstaffels of zelfs met een premie per gereden kilometer, andere vragen er niet naar. Geeft u een kilometrage op, geef het dan realistisch op; het is een gegeven waarvan u weet dat het voor de verzekeraar van belang is, en dat brengt een mededelingsplicht met zich mee.
Particulier of zakelijk gebruik
Ook dit staat in de productwijzer. In de polisvoorwaarden werkt het niet als een schuifje maar als een grens. De onderzochte polis geldt voor "een particulier gebruikte personenauto"; gaat de auto zakelijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als lesauto, verhuurauto, taxi of voor koeriers- en bezorgdiensten, dan mag de verzekeraar de verzekering beëindigen met een opzegtermijn van twee maanden. Vrijwilligerswerk of maatschappelijk gebruik zonder winstoogmerk, waarbij u alleen een onkostenvergoeding krijgt, valt daar uitdrukkelijk niet onder.
Zakelijk rijden is dus niet zozeer een premieopslag als wel een andere verzekering. Wie zijn auto beroepsmatig inzet, hoort thuis bij een zakelijke motorrijtuigenverzekering, met een eigen acceptatiekader.
Beroep: de factor zonder openbare onderbouwing
Het beroep van de verzekeringnemer wordt in de markt regelmatig genoemd als premiefactor. Wij hebben er geen enkele controleerbare bron voor gevonden. Het staat niet in de productwijzer van het Verbond, niet in de premietoelichting van de verzekeraar die wij hebben geraadpleegd, en niet in de premiebepaling van de polisvoorwaarden die wij hebben gelezen. Er is ook geen openbaar onderzoek dat een premie-effect van beroep in de Nederlandse automarkt kwantificeert.
Dat betekent twee dingen. Ten eerste: als u ergens leest dat een bepaald beroep zoveel procent scheelt, vraag dan naar de bron. Ten tweede: het betekent niet dat een verzekeraar er nooit naar vraagt. Sommige aanvraagformulieren doen dat wel, bijvoorbeeld om vast te stellen of de auto zakelijk wordt gebruikt of hoeveel kilometers u waarschijnlijk maakt. Dat is iets anders dan een tarief per beroepsgroep. Zolang niemand dat publiceert, noemen wij hier geen getal.
Een factor die nergens gepubliceerd staat, is niet automatisch onbelangrijk. Maar u kunt er ook niets over nazoeken, en dat hoort u te weten.
Uw schadeverleden: schadevrije jaren, de no-claimtabel en Roy-data
Dit is de best gedocumenteerde factor van allemaal, en waarschijnlijk ook de zwaarste. Hij bestaat uit twee tabellen die naast elkaar lopen en die vaak door elkaar worden gehaald.
Twee tabellen, twee functies
De no-claimtabel bepaalt de korting op uw premie. De tabel schadevrije jaren laat de opbouw en de terugval van uw schadevrije jaren zien. De eerste is van uw verzekeraar en verschilt per maatschappij; de tweede is wat u meeneemt als u overstapt. In de onderzochte polis loopt de no-claimtabel van trede 1 (0 procent korting) tot trede 24, waar de korting 80 procent bedraagt. Trede 20 tot en met 24 geven alle vijf 80 procent; wie eenmaal op 24 staat, blijft daar staan.
Het verloop daaronder is geleidelijk: trede 15 geeft 76 procent, trede 10 geeft 62,5 procent, trede 5 geeft 40 procent en trede 2 geeft 10 procent. Elk schadevrij jaar levert één trede op. Eén geclaimde schade in een jaar kost vijf treden: van trede 24 gaat u naar 19, van trede 20 naar 15. Twee schades in hetzelfde jaar brengen u van trede 24 naar 15, drie schades naar 10, en bij vier of meer schades belandt u onderaan op trede 1. In de tabel schadevrije jaren kost één schade vijf schadevrije jaren, twee schades in een jaar tien, en drie of meer schades brengen u in de min.
Welke schades uw korting niet raken
Niet elke claim telt mee. In dezelfde voorwaarden leiden schades door brand, ontploffing, kortsluiting of blikseminslag, natuurrampen, diefstal, inbraak, joyriding, oplichting, verduistering, storm en ruitbreuk niet tot terugval op de no-claimtabel. Voor vandalisme, beschadiging door een onbekende dader en doorrijdende tegenpartijen geldt iets subtielers: de no-claimkorting blijft intact, maar u valt wél terug in schadevrije jaren, en dan alleen als u binnen veertien dagen aangifte doet bij de politie.
Dat onderscheid is precies de reden waarom mensen na een overstap verrast worden. Uw korting bij de oude verzekeraar zei niets over het aantal schadevrije jaren dat de nieuwe verzekeraar in Roy-data aantreft.
Roy-data: waar uw jaren staan
Roy-data is het centrale systeem waarin Nederlandse motorrijtuigenverzekeraars vastleggen hoeveel schadevrije jaren iemand heeft. Het wordt beheerd door de Stichting Efficiënte Processen Schadeverzekeraars (SEPS); verzekeraars leveren de gegevens aan op grond van Bedrijfsregeling 11. Als consument kunt u uw eigen gegevens gratis inzien via een inzageverzoek bij SEPS. Voor scooters en brommers kan dat niet.
Beëindigt u uw verzekering, dan geeft uw verzekeraar volgens de onderzochte voorwaarden uw naam, geboortedatum en adres door, de einddatum, de datum waarop de verzekering verlengd zou worden, en uw schadevrije jaren. Klopt die opgave niet, dan kan alléén de verzekeraar die het aantal heeft doorgegeven de correctie in Roy-data laten aanbrengen. Controleer uw opgave dus vóór u overstapt en niet erna.
Het Verbond van Verzekeraars heeft de registratie in 2023 en 2024 herzien: schadevrije jaren worden voortaan centraal berekend en per maand opgebouwd en geregistreerd, zodat een klant elke eerste van de maand een maand opbouwt en niet langer maanden verliest bij een ongelukkig gekozen overstapmoment. Het Verbond benadrukt daarbij dat verzekeraars "volledig vrij" blijven in de manier waarop zij schadevrije jaren gebruiken bij het bepalen van de premie. Hoe lang u bij een verzekeraar verzekerd moet zijn geweest voordat een jaar meetelt, verschilt in de praktijk sterk: de Consumentenbond noemt aanbieders die een vol jaar eisen, ZLM met 360 dagen, en andere aanbieders die al bij 180 tot 185 dagen of zelfs bij één dag een schadevrij jaar toekennen.
Wat u zelf kiest: dekking, eigen risico en betaaltermijn
Drie factoren zitten niet in uw situatie maar in uw keuze. Ze zijn daarmee de enige waaraan u vandaag nog iets kunt veranderen.
De gekozen dekking
Dit is na de schadevrije jaren de grootste knop. WA dekt alleen de schade die u met uw auto aan anderen toebrengt en is wettelijk verplicht. Beperkt casco voegt daar onder meer brand, storm, diefstal en ruitschade aan toe. Volledig casco dekt daarnaast ook schade aan uw eigen auto door een aanrijding of eigen schuld, en schade door vandalisme. Elke stap omhoog verbreedt wat er vergoed kan worden en verhoogt daarmee de premie. Wat er precies onder valt, verschilt per verzekeraar; lees de voorwaarden voordat u kiest.
Het eigen risico
Eigen risico betekent dat u een deel van de schade zelf betaalt. In de onderzochte voorwaarden bestaan twee soorten: verplichte eigen risico’s die standaard bij bepaalde schades gelden, en een aanvullend eigen risico dat u zelf kiest. Dat laatste kiest u, in de woorden van de voorwaarden, "omdat u graag korting op uw premie wilde". Belangrijk: eigen risico geldt alleen bij beperkt casco of casco. Bij een aansprakelijkheidsschade inclusief hulpverlening is er geen eigen risico.
Interpolis formuleert het effect kort: verhoogt u het eigen risico vrijwillig, dan is de premie lager. Wat die verlaging in euro’s is, publiceert geen van de bronnen die wij hebben geraadpleegd. Wat u wél zelf kunt uitrekenen, is bij welke korting het verstandig wordt.
De betaaltermijn
Betalen in termijnen kost geld. Dit is een van de weinige factoren waarvoor wij een verzekeraar hebben gevonden die het tarief gewoon publiceert: Baloise noemt op zijn pagina over premiebetaling een toeslag van 5 procent bij maandbetaling, 4 procent bij kwartaalbetaling en 3 procent bij halfjaarbetaling, met jaarbetaling als basis zonder toeslag.
Of andere verzekeraars vergelijkbare toeslagen hanteren, hebben wij niet vastgesteld; daarvoor zou u per polis de premiebijlage moeten nalezen. Wat u wel kunt onthouden: op een premie van duizend euro is 5 procent vijftig euro per jaar, en dat is een groter bedrag dan menig andere optimalisatie oplevert. Weegt u dat af tegen de spreiding van uw uitgaven.
En de jaarlijkse indexering
Tot slot een verhoging die niets met u te maken heeft. De onderzochte voorwaarden bepalen: "Wij passen ieder jaar uw premie aan op basis van de consumentenprijsindex" van alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook zonder schade, zonder verhuizing en zonder andere auto beweegt uw premie dus mee met de inflatie. Of uw verzekeraar indexeert en op welke index, staat in uw eigen voorwaarden.
Beveiliging: voorwaarde bij diefstal, geen aantoonbare korting
Over alarm- en beveiligingsklassen bestaat een hardnekkig misverstand: dat een klasse 3-alarm "korting geeft". Wat wij in de bronnen terugvinden, is iets anders en eigenlijk belangrijker.
Kiwa SCM certificeert voertuigbeveiliging en kent per voertuigsoort eigen klassen: voor personenauto’s de klassen 1, 2, 3, TV (terugvindsysteem), 4/5 en standaard; voor bedrijfsvoertuigen B1, B2, B3, TV, 4/5 en standaard of zwaar; voor motorfietsen M1, M2 en TV. Een certificaat CCV voertuigbeveiliging wordt afgegeven wanneer een voertuig met een door Kiwa SCM goedgekeurd systeem door een erkend inbouwbedrijf wordt geregistreerd.
In de polisvoorwaarden komt beveiliging vervolgens terug als uitsluiting, niet als korting. Schade door diefstal of inbraak is niet verzekerd wanneer de auto niet voldeed aan "de beveiligingseisen die wij daarvoor bij het afsluiten van de verzekering hebben gesteld", wanneer de auto onvoldoende was afgesloten, wanneer de sleutels in de auto zaten, of wanneer u na verlies of diefstal van sleutels niet meteen de sloten heeft laten vervangen. Dat is geen premiekwestie maar een dekkingskwestie: zonder de geëiste beveiliging staat u bij diefstal met lege handen.
Wat wij niet hebben kunnen vinden, is een openbaar gepubliceerd kortingspercentage voor een bepaalde SCM-klasse. Dat er verzekeraars zijn die beveiliging in hun acceptatie of tarief betrekken, is aannemelijk gezien de diefstalcijfers; hoeveel het scheelt, staat nergens. Wij noemen daarom geen bedrag en geen percentage.
Alle factoren op een rij
De tabel hieronder vat samen wat elke factor met de premie doet en waar dat op berust. De kolom "onderbouwing" is de belangrijkste: daar staat of het om een gepubliceerde bron gaat of om een aanname die in de markt circuleert.
| Factor | Richting van het effect | Onderbouwing |
|---|---|---|
| Leeftijd van de bestuurder | Jonger is duurder; het effect vlakt af met ervaring | Genoemd in de productwijzer van het Verbond, bij Interpolis en in artikel 10 van de SAA-voorwaarden; risicoverschil onderbouwd door SWOV, premie-effect niet gepubliceerd |
| Adres, postcode en woongebied | Stedelijk gebied doorgaans duurder dan landelijk | Genoemd in alle drie de bronsoorten; onderliggende diefstalcijfers per jaar gepubliceerd door VbV en het Verbond; de fijnmazigheid van de indeling is niet openbaar |
| Cataloguswaarde | Hogere nieuwprijs betekent hogere cascopremie | Expliciet in artikel 10 van de SAA-voorwaarden en in de premietoelichting van Interpolis |
| Dagwaarde en nieuwwaarderegeling | Bepaalt vooral de uitkering, indirect de premie | Definities en voorwaarden in de begrippenlijst en artikel 5 van de SAA-voorwaarden |
| Gewicht van de auto | Zwaarder is duurder | Expliciet in artikel 10 van de SAA-voorwaarden; toegelicht door Interpolis |
| Vermogen | Meer vermogen is duurder | Toegelicht door Interpolis; niet apart genoemd in de gelezen polisvoorwaarden |
| Brandstofsoort | Tariefvariabele; elektrisch valt vaak zwaarder en duurder uit | Expliciet in artikel 10 van de SAA-voorwaarden; het Verbond koppelt de premiegroei aan zwaardere en kostbaardere elektrische voertuigen |
| Kilometrage | Meer kilometers is duurder | Genoemd in de productwijzer van het Verbond; niet genoemd in de gelezen polisvoorwaarden; weging verschilt per verzekeraar |
| Particulier of zakelijk gebruik | Zakelijk gebruik valt buiten de particuliere polis | Genoemd in de productwijzer; in de SAA-voorwaarden een grond om de verzekering te beëindigen |
| Beroep | Onbekend | Geen openbare bron gevonden; niet in de productwijzer, niet bij Interpolis, niet in de gelezen polisvoorwaarden |
| Aantal en leeftijd van de bestuurders | De regelmatige bestuurder bepaalt het tarief | Artikel 10 en artikel 11 van de SAA-voorwaarden; wijziging is meldplichtig binnen veertien dagen |
| Betaaltermijn | Maandbetaling duurder dan jaarbetaling | Baloise publiceert 5, 4 en 3 procent toeslag bij maand, kwartaal en halfjaar; marktbreed niet vastgesteld |
| Alarm- en beveiligingsklasse | Voorwaarde voor dekking bij diefstal | Klassen gepubliceerd door Kiwa SCM; als uitsluiting opgenomen in de SAA-voorwaarden; geen gepubliceerd kortingspercentage |
| Schadehistorie en claimgedrag | Elke geclaimde schade verhoogt de premie meerdere jaren | Volledige no-claimtabel en tabel schadevrije jaren gepubliceerd in de SAA-voorwaarden |
| Schadevrije jaren en Roy-data | Tot 80 procent korting op de hoogste trede | No-claimtabel in de SAA-voorwaarden; registratie en inzage beschreven door SEPS en het Verbond |
| Gekozen dekking | WA, beperkt casco en volledig casco lopen sterk uiteen | Beschreven in de productwijzer van het Verbond en in de dekkingsartikelen van de polisvoorwaarden |
| Eigen risico | Hoger eigen risico verlaagt de premie | Artikel 17 van de SAA-voorwaarden en de premietoelichting van Interpolis; het bedrag van de korting is niet gepubliceerd |
| Indexering | Jaarlijkse verhoging los van uw situatie | Artikel 13 van de SAA-voorwaarden: aanpassing op basis van de consumentenprijsindex van het CBS |
| Assurantiebelasting | Vast opslagpercentage over de hele premie | Belastingdienst: 21 procent sinds 1 januari 2013 |
Premieopbouw per bestuurdersprofiel
Dezelfde factoren werken voor iedereen anders uit. De tabel hieronder laat per profiel zien welke factoren het zwaarst wegen en in welke richting. Er staan bewust geen euro’s in: premies per profiel worden door verzekeraars niet gepubliceerd, en de bedragen die u in vergelijkers ziet, zijn momentopnamen van één berekening en geen onderbouwd gemiddelde.
| Profiel | Zwaarstwegende factoren | Richting ten opzichte van het gemiddelde | Waar dat op berust |
|---|---|---|---|
| Beginnend bestuurder van 18 tot 24 jaar | Leeftijd, nul schadevrije jaren, no-claimtrede 1 | Duidelijk hoger; twee ongunstige factoren stapelen | Leeftijd staat in artikel 10 van de voorwaarden; trede 1 geeft 0 procent korting volgens de gepubliceerde no-claimtabel |
| Bestuurder van 25 tot 35 met vijf schadevrije jaren | Schadevrije jaren, cataloguswaarde, adres | Rond het gemiddelde; trede 5 geeft 40 procent korting | No-claimtabel SAA; adres en cataloguswaarde uit artikel 10 |
| Ervaren bestuurder met twintig schadevrije jaren | Schadevrije jaren, gekozen dekking | Duidelijk lager; trede 20 en hoger geven 80 procent korting | No-claimtabel SAA, treden 20 tot en met 24 |
| Gezin met een tweede auto en een meerijdend kind | Regelmatige bestuurder, aantal bestuurders, tweede-autoregeling | Sterk afhankelijk van wie als regelmatige bestuurder is opgegeven | Artikel 11 (meldplicht) en de uitsluiting voor een niet-vermeld inwonend kind in de SAA-voorwaarden |
| Verhuizer van dorp naar grote stad | Adres, diefstal- en vandalismerisico | Hoger, zonder dat er iets aan uw rijgedrag verandert | Adres in artikel 10; het Verbond en VbV publiceren de oplopende diefstalcijfers |
| Rijder van een zware elektrische auto | Gewicht, brandstofsoort, cataloguswaarde | Hoger dan bij een lichte auto met dezelfde bestuurder | Artikel 10 noemt gewicht en brandstof; het Verbond wijst op zwaardere en kostbaardere elektrische voertuigen |
| Rijder van een oude auto met lage dagwaarde | Gekozen dekking, cataloguswaarde, bouwjaar | Lager, mits de dekking wordt teruggebracht | Interpolis: hoe ouder de auto, hoe lager de premie; cascowaarde daalt mee |
| Bestuurder die vorig jaar één schade claimde | Terugval no-claimtabel, verlies van vijf schadevrije jaren | Meerdere jaren hoger, ook zonder nieuwe schade | Tabel schadevrije jaren en no-claimtabel in de SAA-voorwaarden, artikel 12.5 |
| Zelfstandige die de auto beroepsmatig inzet | Gebruik, kilometrage | Valt buiten de particuliere polis en vraagt een zakelijke verzekering | De SAA-polis geldt voor particulier gebruik; zakelijk gebruik is grond voor beëindiging |
| Wie per maand betaalt in plaats van per jaar | Betaaltermijn | Enkele procenten hoger, ongeacht het risico | Baloise publiceert 5 procent toeslag bij maandbetaling |
De rangschikking: wat weegt zwaar, wat nauwelijks, en wat weten we niet
Nu de vraag waar het om begonnen was. Hieronder de drie groepen, met erbij waarom een factor in die groep valt. De volgorde binnen de eerste groep is gebaseerd op de omvang van het gepubliceerde effect, niet op onze indruk.
Aantoonbaar het grootste effect
- Schadevrije jaren en no-claimtrede. Dit is de enige factor waarvoor een volledige tabel openbaar is, en die tabel loopt van 0 tot 80 procent korting. Geen andere factor beweegt de premie aantoonbaar over zo’n grote bandbreedte.
- Claimgedrag. Eén geclaimde schade kost in de onderzochte polis vijf schadevrije jaren en vijf treden korting, met een naijlend effect van vijf jaar. Ook dat staat in een gepubliceerde tabel.
- De gekozen dekking. Het verschil tussen alleen WA en volledig casco is het verschil tussen één en drie soorten schade die vergoed kunnen worden. Dat is bouwkundig het grootste verschil in het product zelf.
- Leeftijd van de regelmatige bestuurder. Het onderliggende risicoverschil is wetenschappelijk vastgesteld (een factor 4,5 bij 18- tot 24-jarigen) en de factor staat expliciet in de premiegrondslag, ook al is de premieopslag zelf niet gepubliceerd.
- Cataloguswaarde en gewicht van de auto. Beide staan in de premiegrondslag en beide bepalen rechtstreeks hoe hoog een schade kan oplopen: de waarde voor casco, het gewicht voor aansprakelijkheid.
Merkbaar maar bescheiden
- Adres en woongebied. Genoemd door alle bronnen en gekoppeld aan meetbare diefstalcijfers, maar zonder gepubliceerde bandbreedte. Het effect is reëel; de omvang is niet na te rekenen.
- Eigen risico. Verlaagt de premie aantoonbaar, maar het is een ruil: u verplaatst kosten van de premie naar het schademoment. Het rekenvoorbeeld hierboven laat zien hoe smal die marge kan zijn.
- Brandstofsoort. Een echte tariefvariabele, maar in de praktijk grotendeels een afgeleide van gewicht en cataloguswaarde van het specifieke model.
- Kilometrage. Logisch als maat voor blootstelling en genoemd door het Verbond, maar afwezig in de premiegrondslag van de gelezen voorwaarden. De weging verschilt sterk per verzekeraar.
- Betaaltermijn. Bij de ene gepubliceerde bron 5 procent bij maandbetaling. Klein, maar het is de enige factor die u vandaag met één telefoontje kunt veranderen.
- Indexering en assurantiebelasting. Samen goed voor een structurele verhoging die volledig losstaat van uw gedrag, en die daarom vaak ten onrechte als "premieverhoging door de verzekeraar" wordt gelezen.
Waarvoor geen openbare onderbouwing bestaat
Dit is het deel dat u zelden ergens leest, en het is het eerlijkste deel van dit onderzoek.
- Beroep. Wij vonden geen enkele publicatie, polisvoorwaarde of productwijzer waarin beroep als premiefactor voorkomt, en geen onderzoek dat een premie-effect kwantificeert. Iedere claim hierover die u tegenkomt, is onbewezen tot het tegendeel blijkt.
- Alarm- en beveiligingsklasse als kortingsfactor. De klassen zelf zijn gepubliceerd door Kiwa SCM en beveiliging staat als dekkingsvoorwaarde in de polis, maar een kortingspercentage per klasse is nergens openbaar.
- De fijnmazigheid van de geografische indeling. Of verzekeraars met vier of zes postcodecijfers werken en hoe groot de verschillen tussen gebieden zijn, publiceert niemand.
- De premieopslag voor jonge bestuurders. Het risicoverschil is onderzocht, de vertaling naar een tarief is dat niet.
- Premies per bestuurdersprofiel in euro’s. Wij hebben geen bron gevonden die per profiel gemiddelde premies publiceert met een controleerbare methode. De bedragen die vergelijkers noemen, zijn uitkomsten van één berekening met één set aannames.
Het verschil tussen een goed en een slecht premieadvies zit niet in het aantal genoemde factoren, maar in de bereidheid te zeggen welke daarvan niet zijn onderbouwd.
Wat u hiermee kunt doen
De praktische opbrengst van dit alles is beperkt tot een handvol handelingen, maar die zijn wel de moeite waard.
- Controleer uw opgave in Roy-data vóór u overstapt. Alleen de verzekeraar die de gegevens heeft aangeleverd, kan ze corrigeren; na de overstap bent u afhankelijk van uw oude maatschappij.
- Reken bij elke schade onder ongeveer twaalf procent van uw premie vóór korting eerst uit of claimen loont. Gebruik daarvoor de no-claimtabel uit uw eigen voorwaarden.
- Controleer of de regelmatige bestuurder op uw polis daadwerkelijk degene is die het meest rijdt. Een onjuiste opgave raakt niet alleen de premie maar ook de dekking.
- Geef een verhuizing, een andere auto, een verbouwing of een wijziging van brandstof binnen veertien dagen door; het zijn allemaal gegevens uit de premiegrondslag.
- Vraag bij een offerte welke gegevens zijn gebruikt en laat u de no-claimtabel toesturen. Zonder die tabel kunt u twee offertes niet werkelijk vergelijken.
- Vergelijk periodiek. Omdat een deel van uw premie de marktontwikkeling volgt en niet uw eigen situatie, kan een goed dossier bij de ene verzekeraar anders uitpakken dan bij de andere.
Heeft u een situatie die niet in de tabellen past, bijvoorbeeld een auto die door drie mensen wordt gedeeld of een verhuizing naar het buitenland, mail dan gerust naar [email protected]. Wij kijken graag mee naar de voorwaarden die op uw eigen polis staan, want daar staat uiteindelijk wat er voor u geldt.
Belangrijkste conclusies
- De premie is opgebouwd uit risicopremie, kosten en 21 procent assurantiebelasting; alleen het eerste deel is persoonlijk.
- Het Verbond van Verzekeraars noemt zes premiefactoren; concrete polisvoorwaarden noemen er meer, waaronder gewicht en brandstofsoort.
- Schadevrije jaren en de gekozen dekking hebben aantoonbaar het grootste effect op wat u betaalt.
- Eén geclaimde schade kost in de onderzochte polis vijf schadevrije jaren en meerdere treden no-claimkorting.
- Uw adres en de leeftijd van de regelmatige bestuurder staan met zoveel woorden in de polisvoorwaarden als premiefactor.
- Gewicht en brandstofsoort zijn echte tariefvariabelen, en de branche verklaart de premiegroei mede uit zwaardere, duurdere elektrische auto’s.
- Beveiliging is in de voorwaarden een dekkingsvoorwaarde bij diefstal, geen aantoonbare kortingsknop; voor beroep vonden wij helemaal geen openbare bron.
- De branche Motor is al vier jaar verlieslatend; premiestijgingen zijn daarmee deels los te zien van uw eigen situatie.
Vragen over dit onderwerp
Bronnen
Alle cijfers en juridische uitspraken in dit onderzoek zijn te herleiden tot de publicaties hieronder.
- Verbond van Verzekeraars, Productwijzer Motorrijtuigenverzekering (WAM-verzekering), opgesteld volgens de regels van het Verbond van Verzekeraars; geraadpleegd in de door SAA gepubliceerde uitgave (2024) — saa.nl/wp-content/uploads/2024/03/Productwijzer_Motorrijtuig geraadpleegd 2026-07-25
- Verbond van Verzekeraars, Financieel jaarverslag verzekeringsbranche 2025, tabel 1 en paragraaf 3.3 (branche Motor, premievolume, combined ratio, diefstalcijfers) (2026) — www.verzekeraars.nl/media/dzzfo0fd/financieel-jaarverslag-ve geraadpleegd 2026-07-25
- Verbond van Verzekeraars, Voertuigdiefstal toegenomen in 2025, nieuwsbericht van 13 januari 2026 (2026) — www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/voertuigdiefstal-toe geraadpleegd 2026-07-25
- Verbond van Verzekeraars, Vanaf 1 juli 2024 werken verzekeraars met nieuw transparant schadevrije jaren systeem, 14 december 2022 (2022) — www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/vanaf-1-juli-2024-we geraadpleegd 2026-07-25
- Verbond van Verzekeraars, Schadevrije jaren altijd actueel door opbouw en registratie in maanden, 17 april 2023 (2023) — www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/schadevrije-jaren-al geraadpleegd 2026-07-25
- SAA Assuradeuren, Polisvoorwaarden SAA Personenautoverzekering, versie SAA.PERS.2024.01 (artikel 10 premievaststelling, artikel 11 wijzigingen, artikel 12 no-claimtabel en schadevrijejarentabel, artikel 13 indexering, artikel 14 Roy-data, artikel 17 eigen risico, begrippenlijst) (2024) — saa.nl/wp-content/uploads/2025/01/SAA.PERS_.2024.01-Polisvoo geraadpleegd 2026-07-25
- Interpolis, Premie autoverzekering: waar hangt de premie van af? (2026) — www.interpolis.nl/verzekeren/autoverzekering/premie geraadpleegd 2026-07-25
- Baloise, Premie betalen autoverzekering (betaaltermijnen en toeslagen) (2026) — www.baloise.nl/premie-betalen-autoverzekering/ geraadpleegd 2026-07-25
- Belastingdienst, Tarief (assurantiebelasting): 21 procent sinds 1 januari 2013 (2026) — www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastin geraadpleegd 2026-07-25
- Centraal Bureau voor de Statistiek, Bijna kwart meer auto’s met elektromotor, 10 april 2026 (peildatum 1 januari 2026) (2026) — www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/15/bijna-kwart-meer-auto-s-met- geraadpleegd 2026-07-25
- Stichting Efficiënte Processen Schadeverzekeraars (SEPS), Roy-data: inzage in uw schadevrije jaren, aangeleverd op grond van Bedrijfsregeling 11 (2026) — www.seps.nl/roy-data/ geraadpleegd 2026-07-25
- Consumentenbond, Schadevrije jaren opvragen: hoe doe je dat? (bijgewerkt 1 juni 2026) (2026) — www.consumentenbond.nl/autoverzekering/schadevrije-jaren-opv geraadpleegd 2026-07-25
- Kiwa SCM, Beveiligingsklassen per voertuigsoort (CCV voertuigbeveiliging) (2026) — www.kiwa.com/nl/nl/markten/automotive-en-luchtvaart/voertuig geraadpleegd 2026-07-25
- College voor de Rechten van de Mens, Oordeel 2025-80 van 29 augustus 2025: verboden onderscheid op grond van geslacht bij premievaststelling, artikel 7 Algemene wet gelijke behandeling en richtlijn 2004/113/EG (2025) — oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2025-80/82fe5aef-30e0-4f8b geraadpleegd 2026-07-25
- Risk & Business, SWOV-factsheet: Jonge automobilisten lopen 4,5 keer hoger ongevalrisico dan meer ervaren bestuurders, 29 september 2021 (secundaire bron; de SWOV-website was voor ons niet opvraagbaar) (2021) — riskenbusiness.nl/nieuws/markt/swov-factsheet-jonge-automobi geraadpleegd 2026-07-25
Verder in dit kenniscluster
- de autoverzekeringwaar u de dekkingen naast elkaar ziet en een berekening kunt aanvragen
- WA, WA+ of allriskde dekkingskeuze die na uw schadevrije jaren het meest voor de premie uitmaakt
- schadevrije jaren en uw premiede korte uitleg van opbouw, terugval en meenemen bij een overstap
- de tweede gezinsautoregelingwat er gebeurt als er meerdere bestuurders en meerdere auto’s in huis zijn
- postcode versus premiewat er wél en niet te onderbouwen valt over uw woongebied
- SCM-alarmklassen, diefstal en acceptatiede beveiligingseisen die uw dekking bij diefstal bepalen
- dagwaarde, nieuwwaarde en aanschafwaardede drie waardebegrippen die de cascopremie en de uitkering bepalen
- elektrische auto’s versus brandstofauto’swat gewicht, waarde en reparatiekosten met de premie doen
Zelf de premies bekijken?
Vergelijk vrijblijvend wat de verzekeraars voor uw situatie rekenen.
