Direct naar de inhoud
Onderzoek en cijfers

De tweede gezinsautoregeling: wat de voorwaarden werkelijk zijn

De tweede gezinsautoregeling klinkt eenvoudig: twee auto’s in één huishouden, en de korting van de eerste gaat mee naar de tweede. In de praktijk verschillen de voorwaarden per aanbieder sterk, en juist die voorwaarden bepalen of u de regeling krijgt en of u hem behoudt. Dit onderzoek zet naast elkaar wat verzekeraars er openbaar over vastleggen — en waar die openbare vastlegging ontbreekt.

In het kort

De tweede gezinsautoregeling is een kortingsregeling voor huishoudens met meer dan één motorvoertuig. De strekking is steeds dezelfde: u hoeft op de tweede auto niet opnieuw jarenlang korting op te bouwen, maar krijgt meteen een gunstiger premie. Hoe die korting technisch tot stand komt, verschilt echter fundamenteel per aanbieder, en dat verschil bepaalt hoeveel de regeling u oplevert.

Grofweg bestaan er twee varianten. Bij de eerste neemt de verzekeraar de no-claimkorting van uw eerste auto over op de tweede: Interpolis noemt daarbij een maximum van 65 procent, Univé een maximum van 80 procent. Bij de tweede variant geeft de verzekeraar een vast kortingspercentage bovenop de bestaande korting: Nationale-Nederlanden noemt 5 procent, FBTO 7,5 procent en a.s.r. 10 procent. Die twee varianten zijn niet vergelijkbaar, ook al heten ze in de volksmond hetzelfde.

De voorwaarden die het vaakst terugkomen in openbare bronnen zijn: beide voertuigen staan op één adres, de verzekeringnemer of diens partner is de regelmatige bestuurder, en de regelmatige bestuurder heeft geen negatief aantal schadevrije jaren. Opvallend eensluidend is de behandeling van inwonende kinderen: Centraal Beheer, FBTO en Univé sluiten hen expliciet uit van de regeling.

Wat de regeling nadrukkelijk níét doet, is uw schadevrije jaren verdubbelen. Volgens Bedrijfsregeling 11 van het Verbond van Verzekeraars kunnen per verzekerd voertuig alleen op naam van de verzekeringnemer zuivere schadevrije jaren worden opgebouwd, en verzekeraars bevestigen dat u uw opgebouwde jaren maar voor één auto tegelijk kunt inzetten. Op de tweede auto begint de teller in beginsel op nul; u krijgt korting, geen jaren.

De belangrijkste bevinding van dit onderzoek is een negatieve: voor een deel van de Nederlandse aanbieders en volmachten is niet openbaar vastgelegd wat de regeling precies inhoudt. Dat is geen detail. Wie de voorwaarden niet kan nalezen, kan ook niet controleren of hij er nog aan voldoet — en juist het niet meer voldoen aan een voorwaarde, bijvoorbeeld na een verhuizing of een scheiding, is het moment waarop de korting vervalt.

Wat de tweede gezinsautoregeling precies is

De tweede gezinsautoregeling — u komt hem ook tegen als tweede-autoregeling, tweede autokorting of partnerregeling — is een afspraak binnen één autoverzekering of één verzekeraar waarbij het tweede motorvoertuig van een huishouden gunstiger wordt geprijsd dan wanneer het los zou zijn verzekerd. De achterliggende gedachte is dat het premievoordeel dat u met jarenlang schadevrij rijden heeft verdiend, niet verloren mag gaan zodra er een tweede auto voor de deur staat.

De Consumentenbond omschrijft de regeling zo dat u meerdere auto’s vaak met dezelfde korting kunt verzekeren als de eerste auto, en noemt als voorwaarde dat beide auto’s op naam staan van u of uw partner en dat de leden van het huishouden op hetzelfde adres wonen (Consumentenbond, 7 mei 2026). Dat is de kern, maar het is een samenvatting van een landschap waarin de invulling per aanbieder uiteenloopt.

Belangrijk om meteen scherp te hebben: de regeling gaat over korting, niet over schadevrije jaren. Dat onderscheid lijkt technisch, maar het is de bron van vrijwel alle misverstanden over dit onderwerp. Uw schadevrije jaren zijn een geregistreerd gegeven dat aan uw persoon hangt; de korting is een tariefbeslissing van de verzekeraar. De tweede gezinsautoregeling grijpt uitsluitend op dat tweede aan.

De tweede gezinsautoregeling verdubbelt uw schadevrije jaren niet. Hij verdubbelt alleen het effect ervan op uw premie.

Waarom verzekeraars de regeling aanbieden

Voor een verzekeraar is een tweede voertuig in hetzelfde huishouden aantrekkelijk om drie redenen die niets met vrijgevigheid te maken hebben.

  • Het risico is al beoordeeld. De verzekeraar kent de bestuurder, het adres, de schadehistorie en het betaalgedrag. Een groot deel van de onzekerheid die bij een nieuwe klant hoort, is bij een tweede voertuig van een bestaande klant afwezig.
  • De acquisitiekosten zijn laag. Er hoeft geen nieuwe klant te worden geworven; het tweede voertuig komt op een bestaande relatie binnen. Die besparing kan deels als korting worden teruggegeven zonder dat het resultaat verslechtert.
  • Twee polissen binden sterker dan één. Een huishouden dat twee voertuigen bij dezelfde partij heeft ondergebracht, stapt minder gemakkelijk over, zeker wanneer de korting op beide voertuigen vervalt zodra er één vertrekt.

Dat laatste is niet theoretisch. a.s.r. legt bij de tweede-autokorting van het product Ik kies zelf uitdrukkelijk vast dat de korting vervalt zodra u een autoverzekering opzegt en daardoor minder dan twee auto’s bij dat product verzekerd heeft. De korting is dus niet aan een voertuig gekoppeld maar aan de combinatie.

a.s.r., Tweede auto korting — Autoverzekering Ik kies zelf (geraadpleegd 25 juli 2026)

Voor u als verzekerde betekent dit dat de regeling twee kanten heeft. U betaalt minder, maar u legt ook een deel van uw bewegingsvrijheid vast. Wanneer u later één van beide auto’s elders wilt onderbrengen omdat dat voor dat voertuig gunstiger uitpakt, kan de korting op het achterblijvende voertuig meeverdwijnen. Dat is een reden om de regeling te beoordelen op het totaal van beide premies, niet op het kortingspercentage alleen.

Twee regelingen die dezelfde naam dragen

Wie de openbare informatie van verzekeraars naast elkaar legt, ziet dat onder één noemer twee wezenlijk verschillende constructies schuilgaan. Ze door elkaar halen leidt tot forse misrekeningen.

Variant 1: de no-claimkorting wordt overgenomen

Bij deze variant krijgt de tweede auto dezelfde kortingstrede als de eerste. Interpolis beschrijft dit voor de Alles in één Polis als dezelfde premiekorting als bij de eerste auto, tot maximaal 65 procent. Univé hanteert een vergelijkbare opzet en noemt een maximum van 80 procent no-claimkorting. Het voordeel is groot: iemand met vijftien schadevrije jaren betaalt op de tweede auto meteen het tarief dat bij vijftien jaar hoort, in plaats van het instaptarief.

Variant 2: een vast kortingspercentage erbovenop

Bij deze variant behoudt elke polis zijn eigen kortingstrede, maar komt er een vast percentage bij omdat u meer dan één voertuig verzekert. Nationale-Nederlanden noemt een vaste korting van 5 procent op extra autoverzekeringen binnen het huishouden. FBTO noemt 7,5 procent korting op de basispremie. a.s.r. noemt 10 procent premiekorting op alle verzekerde auto’s, waarbij die korting wordt berekend ná de no-claimkorting en alleen over de WA-, beperkt casco- en allriskdekking — niet over aanvullende dekkingen.

Het verschil tussen beide varianten is voor een tweede auto zonder eigen historie enorm. In variant 1 verschuift u van het instaptarief naar de hoogste trede; in variant 2 blijft u op het instaptarief en gaat er een handvol procenten af. Wanneer beide bestuurders al een lange schadevrije historie hebben, keert het beeld: dan is er in variant 1 weinig te winnen en is een vast percentage bovenop twee al hoge kortingen aantrekkelijker.

Welke voorwaarden gangbaar zijn

Uit de openbare bronnen komen vijf voorwaarden naar voren die bij meerdere aanbieders terugkeren. Ze gelden nadrukkelijk niet allemaal bij iedereen; per aanbieder vindt u de vindplaats verderop in dit artikel.

Hetzelfde adres

De meest voorkomende voorwaarde. Centraal Beheer en FBTO leggen vast dat de verzekeringnemer of diens partner het meest in de auto rijdt én op hetzelfde adres woont. Nationale-Nederlanden formuleert het vanuit de tenaamstelling: de auto’s moeten op naam staan van mensen die op hetzelfde adres wonen. De Consumentenbond noemt hetzelfde adres eveneens als kernvoorwaarde.

De relatie tot de hoofdverzekerde

Hier lopen aanbieders het sterkst uiteen. Univé beperkt de tweede autokorting expliciet tot uzelf en uw partner en sluit kinderen uit. Nationale-Nederlanden noemt bij de opsomming van wie op het adres mag wonen juist wél thuiswonende kinderen. Centraal Beheer en FBTO sluiten uit dat u een tweede auto voor een van uw kinderen verzekert. Dit is precies het punt waarop u de voorwaarden van uw eigen aanbieder moet nalezen in plaats van uit te gaan van wat gebruikelijk is.

Wie de regelmatige bestuurder is

De regelmatige bestuurder is degene die het voertuig doorgaans bestuurt. Dat is geen formaliteit maar een acceptatiegegeven: leeftijd, rijervaring en schadeverleden van die persoon bepalen mede of de verzekeraar het risico wil lopen en tegen welke premie. Interpolis stelt als voorwaarde dat u of uw partner de regelmatige bestuurder is. Nationale-Nederlanden noemt de eis van regelmatige bestuurder wanneer u de auto van uw partner op uw naam verzekert. Wat er misgaat wanneer dit gegeven niet klopt, komt verderop aan de orde.

Geen negatieve schadevrije jaren

Interpolis stelt als voorwaarde dat de regelmatige bestuurder geen negatief aantal schadevrije jaren heeft. Een negatief saldo ontstaat na meerdere schades: volgens de terugvaltabel van Bedrijfsregeling 11 komt u vanaf vier of meer schades in één jaar op −5 uit, ongeacht waar u begon. Een negatief saldo is voor veel acceptanten een reden om een aanvraag niet te accepteren, en dus ook om de gezinsregeling niet toe te passen.

Een harde ondergrens in de vorm van een minimum aantal schadevrije jaren op de eerste auto hebben wij in de door ons geraadpleegde openbare bronnen niet aangetroffen. Wat wij wél vonden zijn negatieve voorwaarden: geen negatief saldo, en bij sommige aanbieders geen recente schade. Of er daarnaast interne acceptatiegrenzen bestaan — bijvoorbeeld een minimum van vijf jaar — is uit openbare stukken niet vast te stellen.

Privégebruik

Univé sluit de zakelijke autoverzekering uit van de tweede autokorting en stelt dat de voertuigen privé moeten worden gebruikt. Ook Bedrijfsregeling 11 trekt die grens: de regeling voor schadevrije jaren geldt volgens de toelichting niet voor de zakelijke, collectieve markt van wagenparken.

De regeling per aanbieder: wat openbaar is en wat niet

Voor dit onderzoek hebben wij per aanbieder gezocht naar een openbaar document — polisvoorwaarden, acceptatierichtlijn of een productpagina van de aanbieder zelf — waarin staat of er een tweede gezinsautoregeling bestaat en onder welke voorwaarden. Vergelijkingssites hebben wij niet als bron geaccepteerd, omdat die de voorwaarden samenvatten in plaats van vastleggen.

Waar wij niets konden vinden, staat dat er letterlijk. Dat is geen slordigheid maar de uitkomst zelf: voor een deel van de markt is deze regeling niet openbaar na te lezen.

Wanneer de regeling wél en niet geldt

De voorwaarden hierboven beschrijven de ingang. Even belangrijk is wat er gebeurt met situaties die niet in het standaardplaatje passen. Hieronder zetten wij de zes situaties op een rij die in de praktijk het vaakst tot vragen leiden.

De partner

Dit is de situatie waarvoor de regeling is bedoeld en waar hij bij vrijwel alle aanbieders die hem kennen ook gewoon werkt. Voorwaarde is doorgaans dat u en uw partner op hetzelfde adres wonen en dat een van u beiden de regelmatige bestuurder van de tweede auto is.

Wanneer uw partner zelf al schadevrije jaren heeft opgebouwd, is de gezinsregeling niet automatisch de beste keuze. Hij of zij kan de eigen polis dan op eigen jaren laten lopen, en die jaren blijven daarmee ook zichtbaar in de eigen registratie. De ANWB merkt op dat wie al schadevrije jaren voor het tweede voertuig had opgebouwd, in combinatie met de regeling op een hogere totale korting kan uitkomen dan met de regeling alleen.

Het inwonende kind

Hier wijkt de praktijk het sterkst af van wat mensen verwachten. Centraal Beheer en FBTO stellen allebei onomwonden dat u geen tweede auto kunt verzekeren voor een van uw kinderen. Univé sluit inwonende kinderen expliciet uit van de kortingsregeling. Nationale-Nederlanden noemt thuiswonende kinderen wél in de kring van personen op wier naam de auto’s mogen staan — maar dat is iets anders dan zeggen dat de ouder de auto van het kind op eigen naam mag verzekeren.

De ANWB is daarover het duidelijkst: heeft uw kind een eigen auto waarin hij als enige rijdt, dan moet uw kind een eigen autoverzekering afsluiten. Een tweede autoverzekering op uw naam kan alleen als u die tweede auto ook zelf regelmatig bestuurt. Als alternatief kunt u bij die aanbieder uw kind bijschrijven als meerijdend kind op uw eigen polis.

De leaseauto

Een leaseauto staat op naam van de leasemaatschappij, niet op uw naam. Daarmee valt hij buiten de gebruikelijke tenaamstellingsvoorwaarde van de gezinsregeling en is hij ook geen voertuig waarop ú schadevrije jaren opbouwt. Bedrijfsregeling 11 voorziet wel in een omweg: met een leaseverklaring kunnen externe zuivere schadevrije jaren in Roy-data worden opgevoerd, mits de verklaring is gehonoreerd door het acceptatiebeleid van de maatschappij die de externe jaren toekent.

Univé bevestigt dat u met een leaseauto schadevrije jaren kunt opbouwen, maar dat dit per leasemaatschappij verschilt en dat de tijdens het leasen opgebouwde jaren niet altijd automatisch in Roy-data worden geregistreerd. Wie een leaseauto als tweede gezinsauto beschouwt, doet er dus goed aan vooraf bij de leasemaatschappij na te gaan hoe de registratie is geregeld.

De zakelijke auto

Een auto die op naam van een onderneming staat of zakelijk wordt gebruikt, valt bij Univé buiten de tweede autokorting. Bedrijfsregeling 11 sluit de zakelijke, collectieve markt van wagenparken uit van de regeling voor schadevrije jaren. Dat betekent niet dat er nooit iets mogelijk is — Bedrijfsregeling 11 staat sinds de versie van 1 juli 2026 overdracht van schadevrije jaren toe bij fusie of overname van een bedrijf, op naam van het KvK-nummer van het nieuwe bedrijf — maar het betekent wel dat u de gezinsregeling niet zonder meer op een zakelijk voertuig kunt toepassen.

Meerdere auto’s op één adres

De regeling stopt in de regel niet bij twee. Centraal Beheer beschrijft de situatie van een tweede, derde of zelfs vierde auto en past de kortingsregeling daarop toe, waarbij voor elk van die auto’s afzonderlijk geldt dat u opnieuw met opbouwen van schadevrije jaren begint. Interpolis rekent naast de auto ook de motor en de camper mee onder dezelfde regeling. De ANWB kent een tweede voertuig-regeling waarin de maximale korting op de tweede premie varieert per voertuigcombinatie.

Waar u wel op moet letten: hoe meer voertuigen onder één regeling vallen, hoe groter het gevolg wanneer één voorwaarde niet meer wordt gehaald. Als de korting aan de combinatie hangt en niet aan het voertuig, raakt het wegvallen van één voertuig alle andere.

Verhuizing en scheiding

Beide gebeurtenissen raken direct de kernvoorwaarde van de regeling: het gezamenlijke adres. Zodra twee bestuurders niet meer op hetzelfde adres wonen, is aan die voorwaarde niet langer voldaan en kan de aanbieder de extra korting beëindigen. De onderliggende schadevrije jaren blijven daarbij overeind — die zijn in Roy-data geregistreerd en zijn niet hetzelfde als de korting — maar het extra voordeel van de combinatie vervalt.

Bij een echtscheiding of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap biedt Bedrijfsregeling 11 een uitweg. De schadevrije jaren mogen dan op verzoek van de persoon op wiens naam ze zijn geregistreerd worden gesplitst. Diezelfde persoon bepaalt de verdeelsleutel en levert daarvoor een afstandsverklaring aan. De regeling geldt alleen als de partner in het bezit van een rijbewijs is. Centraal Beheer bevestigt dat de jaren in hele jaren tussen beiden kunnen worden verdeeld.

Aanbieders leggen daarbij eigen grenzen op. Nationale-Nederlanden stelt in het formulier voor de afstandsverklaring dat u nooit meer schadevrije jaren aan uw partner kunt overdragen dan het aantal jaar dat uw partner een rijbewijs heeft, en dat overdracht alleen aan een (ex-)partner mogelijk is. Univé noemt bij de afstandsverklaring een ruimere kring en beschrijft naast overdracht tussen (ex-)partners ook overdracht van ouder naar kind en tussen zakelijk en privé.

De regelmatige bestuurder: de kostbaarste vergissing

Van alle voorwaarden is die van de regelmatige bestuurder degene met de zwaarste gevolgen wanneer hij niet klopt. De verleiding is begrijpelijk: een jonge bestuurder betaalt aanzienlijk meer, en de auto op naam van een ouder met vijftien schadevrije jaren zetten scheelt honderden euro’s per jaar. Wat er dan feitelijk gebeurt, is dat de verzekeraar een risico prijst dat hij niet loopt.

De Geschillencommissie van Kifid heeft die situatie beoordeeld in uitspraak 2021-0386 van 23 april 2021. Een consument had via een tussenpersoon een personenautoverzekering aangevraagd bij een gevolmachtigde van ASR Schadeverzekering. Op het aanvraagformulier waren de vragen of zij de regelmatige bestuurder en de kentekenhouder was, met ja beantwoord. Na een diefstal van onderdelen uit de auto bleek het kenteken op naam van haar dochter te staan, was de dochter bestuurder geweest bij een eerdere schade en had de dochter zelf aangifte gedaan.

Doorslaggevend was wat Roy-data liet zien: de dochter had ten tijde van de aanvraag een negatief aantal schadevrije jaren. Het beleid van de gevolmachtigde was dat een aanvraag bij negatieve schadevrije jaren niet wordt geaccepteerd. De commissie oordeelde dat de consument de mededelingsplicht had geschonden met het opzet een verzekering te sluiten die de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken niet zou hebben gesloten.

  • De verzekering werd terecht beëindigd.
  • De verzekeraar mocht het aan de reparateur betaalde bedrag van 5.337,83 euro terugvorderen.
  • De persoonsgegevens van de consument mochten worden opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister, uiteindelijk voor twee jaar.
  • Het feit dat de gevolmachtigde zelf ook fouten had gemaakt — de verzekering was door een vergissing te vroeg beëindigd — deed daar volgens de commissie niet aan af.

De juridische grondslag is artikel 7:928 van het Burgerlijk Wetboek, dat de verzekeringnemer verplicht bij het sluiten van de verzekering de feiten mee te delen die van belang kunnen zijn voor de acceptatiebeslissing. Vult de verzekeraar die feiten uit in een vragenlijst, dan mag u ervan uitgaan dat die vragen relevant zijn. Blijkt een antwoord onjuist en is de verzekeraar misleid, dan is hij op grond van artikel 7:930 lid 5 geen uitkering verschuldigd.

Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0386, 23 april 2021 (bindend advies)

Een recentere uitspraak laat zien dat het patroon niet verdwenen is. In uitspraak 2026-0294 van 27 maart 2026 ging het om een consument die een auto verzekerde die haar zoon had gekocht. Die zaak draaide uiteindelijk niet om de regelmatige bestuurder maar om opzettelijk onware mededelingen bij de schademelding; de commissie oordeelde dat de verzekeraar de getroffen maatregelen mocht nemen en wees de vorderingen af. De les is dezelfde: een polis waarvan de feitelijke situatie afwijkt van de opgegeven situatie, houdt bij een schade geen stand.

Wat er gebeurt bij schade op de tweede auto

Dit is een van de weinige punten waarop de bronnen eensluidend zijn. FBTO stelt dat schade aan de ene auto geen gevolgen heeft voor de premie van de andere auto. De Consumentenbond formuleert het algemener: een schade met een van de twee auto’s heeft geen invloed op de no-claimkorting van de andere auto.

Dat is logisch wanneer u bedenkt hoe de administratie in elkaar zit. Elk voertuig heeft een eigen polis met een eigen kortingstrede. Een schade leidt tot terugval op de trede van díé polis. De andere polis kent zijn eigen trede en blijft ongemoeid. Alleen wanneer het gaat om een regeling waarbij de tweede auto de trede van de eerste overneemt, kan een schade op de eerste auto indirect de korting op de tweede raken — de tweede krijgt immers de trede van de eerste toebedeeld.

Hoeveel u terugvalt

De omvang van de terugval is niet aan de verzekeraar. Bijlage 1 van Bedrijfsregeling 11 legt één vaste terugvaltabel op voor alle motorrijtuigverzekeraars en gevolmachtigden. Die harmonisatie was een bewuste keuze: de toelichting bij de regeling stelt dat verzekerden de verschillend gehanteerde methodes van opbouw en terugval niet begrepen, wat tot veel vragen en klachten leidde en de schadevrije jaren als risico-indicator minder betrouwbaar maakte.

De tabel hieronder is een uitsnede uit die bijlage. Boven de vijftien jaar heeft het aantal schadevrije jaren volgens de bijbehorende toelichting geen invloed meer op het actuariële risico; de terugval bij één schade komt daarom altijd op tien uit, hoeveel jaren u ook had.

Zuiver aantal schadevrije jarenZonder schadeNa 1 schadeNa 2 schadenNa 3 schadenNa 4 of meer
16 of meer+11050−5
15161050−5
101150−5−5
782−3−5−5
560−5−5−5
34−2−5−5−5
12−4−5−5−5
01−5−5−5−5
Uitsnede uit Bijlage 1, Bedrijfsregeling no. 11 Roy-data, Verbond van Verzekeraars, ingangsdatum 1 juli 2026. Het gaat om schaden die tot terugval leiden; de regeling somt negen categorieën op die dat niet doen, waaronder ruitschade, brand, storm, hagel, diefstal en aanrijdingen met dieren.

Die uitzonderingen zijn de moeite waard om te kennen. Ruitbreuk, brand, ontploffing, blikseminslag, stormschade, hagel, aanrijding met loslopende dieren of vogels, inbraak en diefstal leiden volgens Bijlage 1 niet tot terugval. Datzelfde geldt wanneer de verzekeraar het volledige bedrag heeft teruggekregen, of wanneer alleen is uitgekeerd uit hoofde van hulpverlening, pech, mechanische schade, een ongevallenverzekering voor in- of opzittenden of rechtsbijstand.

Hoe de opbouw van eigen schadevrije jaren verloopt

Hier zit de prijs van de regeling, en die wordt in reclame zelden benoemd. De korting krijgt u meteen; de jaren niet.

De toelichting bij Bedrijfsregeling 11 is er expliciet over: per verzekerd voertuig kunnen alléén op naam van de verzekeringnemer zuivere schadevrije jaren worden opgebouwd. Verzekeraars vertalen dat consequent naar de klant. Univé stelt dat schadevrije jaren persoonsgebonden zijn en maar voor één voertuig gelden, en dat u voor de tweede auto weer met nul schadevrije jaren begint. Centraal Beheer stelt dat u uw schadevrije jaren maar voor één auto kunt gebruiken en dat u bij een tweede, derde of vierde auto opnieuw begint met opbouwen. Nationale-Nederlanden formuleert het net zo: u gebruikt uw schadevrije jaren voor één verzekering en bij een tweede autoverzekering begint u opnieuw met opbouwen. Interpolis stelt dat u bij een tweede autoverzekering op dezelfde naam met nul schadevrije jaren start.

Praktisch betekent dit het volgende. Zolang de gezinsregeling loopt, merkt u er niets van: u betaalt de premie die bij de hoge trede hoort. Maar op de tweede polis loopt ondertussen een eigen teller die op nul begon en langzaam oploopt. Zodra de regeling eindigt — door een verhuizing, een scheiding, het opzeggen van de eerste auto of een overstap — valt de tweede polis terug op die eigen teller. Wie na drie jaar de gezinsregeling verliest, staat op de tweede auto op drie schadevrije jaren, niet op achttien.

De korting van de gezinsregeling is geleend, niet verdiend. Op het moment dat u hem teruggeeft, telt alleen wat u zelf heeft opgebouwd.

Er is één belangrijke nuance bijgekomen. Bedrijfsregeling 11 bepaalt in artikel 7 dat schadevrije jaren ten principale persoonsgebonden en dus niet overdraagbaar zijn, maar kent daarop vier uitzonderingen: overdracht bij overlijden, overdracht bij echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap, overdracht naar de regelmatige bestuurder, en overdracht bij fusie of overname van een bedrijf. Die derde uitzondering is de nieuwe. Overdracht naar de regelmatige bestuurder is toegestaan voor de periode waarin die persoon als regelmatige bestuurder op de polis stond vermeld, en alleen met een afstandsverklaring van degene op wiens naam de jaren oorspronkelijk stonden geregistreerd.

Voor een gezin met twee auto’s is dat betekenisvol. Wanneer u uw partner of, waar dat is toegestaan, uw kind als regelmatige bestuurder op de polis laat vermelden, kan die persoon de over die periode opgebouwde jaren later meenemen naar een eigen polis. Wie de regelmatige bestuurder niet laat vermelden, laat die mogelijkheid liggen.

Verbond van Verzekeraars, Transparante schadevrije jaren (geraadpleegd 25 juli 2026)

Wat de regeling u werkelijk oplevert

Om de twee varianten vergelijkbaar te maken, rekenen wij ze door op één en dezelfde uitgangssituatie. De premiebedragen hieronder zijn een gekozen voorbeeld en geen marktcijfer — over de gemiddelde premie voor een tweede gezinsauto zijn geen openbare cijfers beschikbaar. De kortingspercentages zijn wél de percentages die de betrokken aanbieders zelf publiceren.

Er is nog een tweede afweging, en die is minder in geld uit te drukken. In variant 1 leunt de tweede auto op de historie van de eerste bestuurder. In variant 2 bouwt elke polis zijn eigen historie op en profiteert elk van een bescheiden extra korting. Op de lange termijn is dat tweede model robuuster: bij een verhuizing, een scheiding of een overstap staat er dan op beide polissen iets van uzelf.

Wat u kunt controleren voordat u kiest

De vergelijking van een tweede gezinsautoregeling laat zich terugbrengen tot een handvol vragen. Ze zijn alle vijf te beantwoorden vóórdat u tekent.

  • Krijgt de tweede auto de kortingstrede van de eerste, of een vast percentage bovenop de eigen trede? Dit bepaalt het grootste deel van het verschil.
  • Bouwt de tweede polis intussen eigen schadevrije jaren op, en vanaf welk aantal? Vraag dit expliciet en laat het bevestigen op het polisblad.
  • Wie staat er als regelmatige bestuurder vermeld, en klopt dat met wie er feitelijk rijdt? Dit is de voorwaarde waarop een polis daadwerkelijk sneuvelt.
  • Wat gebeurt er met de korting op de eerste auto wanneer de tweede vertrekt? Bij een aan de combinatie gekoppelde korting raakt dat beide voertuigen.
  • Onder welke omstandigheden vervalt de regeling, en welke wijzigingen moet u melden? Verhuizing en scheiding staan bovenaan die lijst.

Een laatste opmerking over de bronnen. Dat wij voor een aantal aanbieders geen openbaar document konden vinden waarin de regeling is vastgelegd, betekent niet dat die aanbieders geen regeling kennen of dat hun voorwaarden ongunstig zijn. Het betekent dat u ze niet zelf kunt nalezen en dus afhankelijk bent van wat u wordt verteld. Vraag in dat geval om de acceptatierichtlijn of om een schriftelijke bevestiging van de voorwaarde waarop u vertrouwt.

Twijfelt u welke opzet bij uw huishouden past, of wilt u weten wat de regeling in uw situatie werkelijk scheelt? Wij leggen de mogelijkheden en de nadelen rustig uit; het vergelijken van voorwaarden bij verschillende aanbieders doet u zelf, rechtstreeks bij die aanbieders. U bereikt ons via [email protected].

Belangrijkste conclusies

  1. De tweede gezinsautoregeling geeft korting op de premie, geen extra schadevrije jaren.
  2. Er bestaan twee wezenlijk verschillende varianten: overname van de no-claimkorting, of een vast kortingspercentage van vijf tot tien procent.
  3. Vrijwel alle openbare bronnen eisen dat beide voertuigen op hetzelfde adres staan.
  4. Inwonende kinderen worden door Centraal Beheer, FBTO en Univé uitdrukkelijk uitgesloten.
  5. Schade op de tweede auto raakt volgens FBTO en de Consumentenbond de premie van de eerste auto niet.
  6. Volgens Bedrijfsregeling 11 valt u bij één schade die tot terugval leidt vijf zuivere schadevrije jaren terug.
  7. Schadevrije jaren zijn persoonsgebonden; Bedrijfsregeling 11 kent vier uitzonderingen waarin overdracht wél mag.
  8. Voor verschillende aanbieders is geen openbare bron te vinden waarin de regeling is vastgelegd.
Veelgestelde vragen

Vragen over dit onderwerp

Het is een kortingsregeling voor huishoudens met meer dan één motorvoertuig. De verzekeraar geeft het tweede voertuig een gunstiger premie dan wanneer dat los zou zijn verzekerd, omdat het risico van het huishouden al bekend is. Er bestaan twee vormen: de no-claimkorting van de eerste auto wordt overgenomen op de tweede, of er komt een vast kortingspercentage bovenop de eigen korting van elke polis. Welke vorm uw verzekeraar hanteert, bepaalt het grootste deel van uw voordeel.
Nee. De regeling geeft korting, geen jaren. De toelichting bij Bedrijfsregeling 11 van het Verbond van Verzekeraars stelt dat per verzekerd voertuig alleen op naam van de verzekeringnemer zuivere schadevrije jaren kunnen worden opgebouwd. Univé, Centraal Beheer, Nationale-Nederlanden en Interpolis bevestigen alle vier dat u op de tweede auto opnieuw met opbouwen begint. Zolang de regeling loopt merkt u daar niets van, maar zodra hij eindigt valt de tweede polis terug op de eigen, veel lagere teller.
Bij vrijwel alle aanbieders die de regeling openbaar beschrijven wel. Centraal Beheer en FBTO leggen vast dat de verzekeringnemer of diens partner het meest in de auto rijdt en op hetzelfde adres woont. Nationale-Nederlanden stelt dat de auto’s op naam moeten staan van mensen die op hetzelfde adres wonen. De Consumentenbond noemt hetzelfde adres eveneens als kernvoorwaarde. Zodra u niet meer op één adres woont, kan de aanbieder de extra korting beëindigen.
Meestal niet, en dat is het grootste misverstand rond dit onderwerp. Univé sluit inwonende kinderen uitdrukkelijk uit van de tweede autokorting. Centraal Beheer en FBTO stellen allebei dat u geen tweede auto kunt verzekeren voor een van uw kinderen. Nationale-Nederlanden noemt thuiswonende kinderen wél in de kring van personen op wier naam de auto’s mogen staan, maar dat is iets anders dan de auto van uw kind op uw eigen naam verzekeren. Lees de voorwaarden van uw eigen aanbieder na.
Alleen als u die auto ook zelf regelmatig bestuurt. De ANWB stelt onomwonden dat dit officieel niet is toegestaan wanneer uw kind als enige in de auto rijdt; dan moet uw kind een eigen verzekering afsluiten. In Kifid-uitspraak 2021-0386 werd een polis beëindigd en een uitkering van 5.337,83 euro teruggevorderd nadat bleek dat niet de moeder maar de dochter kentekenhouder en feitelijke bestuurder was. Haar gegevens werden bovendien in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister opgenomen.
FBTO stelt dat schade aan de ene auto geen gevolgen heeft voor de premie van de andere auto, en de Consumentenbond formuleert dat algemener: een schade met een van de twee auto’s heeft geen invloed op de no-claimkorting van de andere. Elke polis heeft immers zijn eigen kortingstrede. Andersom kan het wel: bij een regeling waarbij de tweede auto de trede van de eerste overneemt, werkt een schade op de eerste auto door in de korting op de tweede.
Dat is niet aan de verzekeraar. Bijlage 1 van Bedrijfsregeling 11 legt één vaste terugvaltabel op aan alle motorrijtuigverzekeraars en gevolmachtigden. Bij één schade die tot terugval leidt, verliest u vijf zuivere schadevrije jaren; had u er vijftien of meer, dan komt u altijd op tien uit. Negen categorieën schade leiden niet tot terugval, waaronder ruitschade, brand, storm, hagel, diefstal, inbraak en aanrijdingen met loslopende dieren of vogels.
Een leaseauto staat op naam van de leasemaatschappij en valt daarmee buiten de gebruikelijke tenaamstellingsvoorwaarde. Wel voorziet artikel 8 van Bedrijfsregeling 11 in een omweg: met een leaseverklaring kunnen externe zuivere schadevrije jaren in Roy-data worden opgevoerd, mits die verklaring past binnen het acceptatiebeleid van de maatschappij die de jaren toekent. Univé wijst erop dat opbouw per leasemaatschappij verschilt en dat de jaren niet altijd automatisch in Roy-data worden geregistreerd.
Univé sluit de zakelijke autoverzekering uit van de tweede autokorting en stelt dat de voertuigen privé moeten worden gebruikt. Ook Bedrijfsregeling 11 trekt die grens: de regeling voor schadevrije jaren geldt volgens de toelichting niet voor de zakelijke, collectieve markt van wagenparken. Wel staat de regeling sinds de versie van 1 juli 2026 overdracht van schadevrije jaren toe bij fusie of overname van een bedrijf, op naam van het KvK-nummer van het nieuwe bedrijf.
Beide gebeurtenissen raken de kernvoorwaarde van één gezamenlijk adres. Zodra daaraan niet meer is voldaan, kan de aanbieder de extra korting beëindigen. De onderliggende schadevrije jaren blijven wel bestaan; die zijn in Roy-data geregistreerd en staan los van de korting. Meld een verhuizing of scheiding altijd: een korting laten doorlopen waarop u geen recht meer heeft, kan bij een schade betekenen dat de polis op onjuiste gegevens blijkt te berusten.
Bedrijfsregeling 11 noemt schadevrije jaren persoonsgebonden en niet overdraagbaar, met vier uitzonderingen: bij overlijden, bij echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap, naar de regelmatige bestuurder, en bij fusie of overname van een bedrijf. Aanbieders stellen daarbij eigen grenzen. Nationale-Nederlanden bepaalt in het afstandsverklaringsformulier dat u nooit meer jaren kunt overdragen dan het aantal jaar dat uw partner een rijbewijs heeft, en dat overdracht alleen aan een (ex-)partner mogelijk is.
Bij de aanbieders die wij hebben geraadpleegd wel. Univé stelt uitdrukkelijk dat de tweede autokorting alleen geldt als de eerste auto ook bij Univé verzekerd is. a.s.r. eist dat beide autoverzekeringen door dezelfde verzekeringnemer bij het product Ik kies zelf zijn gesloten, en laat de korting vervallen zodra er minder dan twee auto’s onder dat product vallen. Centraal Beheer en FBTO vereisen dat de auto’s op dezelfde polis staan.
Nee. De Consumentenbond noemde in mei 2026 vijf aanbieders zonder tweede gezinsautoregeling: Avéro Achmea met Rustig op Weg, Interpolis met AutoBewust, OHRA met Basis, Voogd & Voogd en Zero. Interpolis bevestigt zelf dat de regeling niet geldt voor AutoBewust. Voor een aantal andere aanbieders konden wij geen openbare bron vinden waarin staat of de regeling bestaat; wat u daar krijgt, is niet zelf na te lezen.
Bij verschillende aanbieders wel. Centraal Beheer beschrijft uitdrukkelijk de situatie van een tweede, derde of zelfs vierde auto, waarbij u voor elk van die auto’s opnieuw met opbouwen van schadevrije jaren begint. Interpolis rekent naast de auto ook de motor en de camper mee. Let er wel op dat naarmate meer voertuigen onder één regeling vallen, het gevolg groter wordt wanneer één voorwaarde niet meer wordt gehaald.

Bronnen

Alle cijfers en juridische uitspraken in dit onderzoek zijn te herleiden tot de publicaties hieronder.

  1. Verbond van Verzekeraars, Bedrijfsregeling no. 11 — Roy data, ingangsdatum 1 juli 2026 (2026)www.verzekeraars.nl/media/4cvdjj1y/bedrijfsregeling-11-roy-d geraadpleegd 2026-07-25
  2. Verbond van Verzekeraars, Transparante schadevrije jaren (2026)www.verzekeraars.nl/verzekeringsthemas/schade/mobiliteit-en- geraadpleegd 2026-07-25
  3. Consumentenbond, Je tweede auto verzekeren: wat zijn de voorwaarden? (2026)www.consumentenbond.nl/autoverzekering/tweede-auto-verzekere geraadpleegd 2026-07-25
  4. Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0386 (bindend advies, 23 april 2021) (2021)www.kifid.nl/wp-content/uploads/2021/05/Uitspraak-2021-0386- geraadpleegd 2026-07-25
  5. Kifid, Uitspraak Geschillencommissie Kifid nr. 2026-0294 (27 maart 2026) (2026)www.kifid.nl/media/4k3og5qm/uitspraak-2026-0294.pdf geraadpleegd 2026-07-25
  6. CBS, Klimaatverandering en energietransitie 2023 — Duurzame mobiliteit (2023)longreads.cbs.nl/klimaatverandering-en-energietransitie-2023 geraadpleegd 2026-07-25
  7. CBS, Personenauto’s — Verkeer en vervoer in cijfers (2026)www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/verkeer-en-vervoer/vervoermid geraadpleegd 2026-07-25
  8. Interpolis, Tweede auto verzekeren (2026)www.interpolis.nl/verzekeren/autoverzekering/tweede-auto-ver geraadpleegd 2026-07-25
  9. Nationale-Nederlanden, Tweede auto verzekeren: dat zit zo (2026)www.nn.nl/Inspiratie/Tweede-auto-verzekeren.htm geraadpleegd 2026-07-25
  10. Nationale-Nederlanden, Afstandsverklaring schadevrije jaren (formulier) (2026)www.nn.nl/Download/Afstandsverklaring-Schadevrije-jaren.htm geraadpleegd 2026-07-25
  11. Centraal Beheer, Jouw 2e auto verzekeren (2026)www.centraalbeheer.nl/verzekeringen/autoverzekering/auto-toe geraadpleegd 2026-07-25
  12. Centraal Beheer, Schadevrije jaren (2026)www.centraalbeheer.nl/verzekeringen/schadevrije-jaren geraadpleegd 2026-07-25
  13. Univé, Tweede autokorting (2026)www.unive.nl/autoverzekering/tweede-autokorting geraadpleegd 2026-07-25
  14. Univé, No-claimkorting bij het verzekeren van je tweede auto (2026)www.unive.nl/autoverzekering/schadevrije-jaren/no-claimkorti geraadpleegd 2026-07-25
  15. Univé, Afstandsverklaring opmaken voor je schadevrije jaren (2026)www.unive.nl/autoverzekering/schadevrije-jaren/afstandsverkl geraadpleegd 2026-07-25
  16. Univé, Private lease en schadevrije jaren: hoe zit het? (2026)www.unive.nl/autoverzekering/schadevrije-jaren/private-lease geraadpleegd 2026-07-25
  17. a.s.r., Tweede auto korting — Autoverzekering Ik kies zelf (2026)www.asr.nl/verzekeringen/autoverzekering/tweede-auto-korting geraadpleegd 2026-07-25
  18. FBTO, Tweede auto verzekeren met korting (2026)www.fbto.nl/autoverzekering/tweede-auto-verzekeren geraadpleegd 2026-07-25
  19. ANWB, Tweede voertuig-regeling verzekeringen (2026)www.anwb.nl/verzekeringen/tweede-voertuig-regeling geraadpleegd 2026-07-25
  20. ANWB, Autoverzekering voor partner of kind (2026)www.anwb.nl/verzekeringen/autoverzekering/kan-ik-een-autover geraadpleegd 2026-07-25

Verder in dit kenniscluster

Zelf de premies bekijken?

Vergelijk vrijblijvend wat de verzekeraars voor uw situatie rekenen.

Naar de autoverzekering